nrc.nl/blogs

Ikje uit New York. Freek Staps citeert op zijn weblog over New York een echt Amerikaans ‘ikje’; een gebeurtenis uit het dagelijks leven die te leuk is om het anderen te onthouden (zoals de rubriek ik@nrc.nl op de achterpagina). In het New Yorkse ikje beschrijft Virginia Licklider hoe ze aan het einde van de dag op Pennsylvania Station aankomt. Een groepje agenten hoort de tassen van de passagiers te controleren, maar heeftdaar overduidelijk geen zin meer in. En dan ziet ze een van de agenten even stoom afblazen met een moonwalk, het dansje waarmee Michael Jackson beroemd werd. „The most effortless, graceful moonwalk I’ve seen in years. New York I love you.”

www.nrc.nl/newyork

Gloeilamp. In de rubriek Woordhoek brengt Ewoud Sanders een taalkundige ode aan de gloeilamp, die waarschijnlijk het veld zal moeten ruimen voor de efficiënte spaarlamp. „Aanvankelijk sprak men van de Edisonsche elektrische lamp. Het woord gloeilamp duikt in 1883 voor het eerst op, in diverse bronnen. Zo schreef de Amsterdammer op 7 januari 1883: ,,Om een goed huis van matige afmetingen volledig te verlichten zonder behulp van gas, olie of kaarsen, zijn ongeveer noodig 100 gloeilampen met een lichtvermogen van 15 tot 18 kaarsen ieder. Om de hiertoe noodige electriciteit te leveren behoeft men 11 paardekrachten.” Over de gloeilamp in de Nederlandse literatuur zou een aardige studie te schrijven zijn, denkt Ewoud Sanders: „Opmerkelijk is dat geregeld ranzige seksscènes worden belicht door een kaal peertje - wat de boel er niet fraaier op maakt.”

www.nrc.nl/woordhoek