Niets te eten

Iemand heeft als eerste honger, daarna volgt de rest. Er moet gegeten worden. Er is niets te eten, denk je.

Je trekt de koelkast open en ontdekt achterin, tussen twee diepe borden, een restje van het varkensgebraad van eergisteren. Je tilt het bovenste bord op, het vlees ziet er nog goed uit, op de bodem een plasje gestolde jus, je ruikt, als je het vandaag niet opmaakt moet je het weggooien. In de groentela vind je twee preien, de buitenste rokken beginnen al te schrompelen.

Nu heb je twee elementen. De basis voor een maaltijd.

Varkensvlees, prei... je denkt aan nasi. Je checkt of er nog ui en knoflook in het aanrechtkastje liggen, die twee heb je altijd in huis, in principe, tenzij nu net even niet, maar je hebt geluk, ze liggen er. Er staan nog drie pakken rijst in de voorraadkast, af en toe ben je best vooruitziend. Je zet een pan met water op het vuur, je pakt je snijplank, een groot mes, zet ook de wok op het vuur. Een flinke ui wordt gepeld, fijngehakt, twee tenen knoflook geplet, gepeld en fijngehakt. Een scheut olie in de wok, de ui erbij, een snuf zout, het vuur laag. Je kerft de preien over hun volle lengte in met het puntje van je mes, je pelt er de buitenste rok af, spreid ze open en spoelt ze schoon onder de kraan. Tsjak tsjak tsjak, in dunne ringetjes. Je hoort ook de uien, ze sissen in de olie, en je ruikt ze. Niets lekkerder dan de geur van gebakken uien. Als je volgende keer niets in huis hebt, echt niets, geen restje vlees, geen preien, alleen maar ui, ga je nog eens een heerlijke uiensoep maken. Je meet twee kopjes rijst af en strooit ze in het kokende water. Schepje zout, deksel erop, vuur laag.

Geen haar op je hoofd die eraan denkt om een kookboek open te slaan en op te zoeken hoe nasi hoort. Je bent immers niet aan het koken, je maakt even snel iets te eten.

Je strooit een flinke theelepel gemberpoeder over de gefruite ui, en evenveel gemalen koriander. Je voegt de knoflook toe, een stukje trasi, een schepje sambal en de ringetjes prei. Intussen snijd je het varkensgebraad in kleine blokjes en schept ze met twee handen van de plank in de wok. Je draait het vuur hoog en laat de ui, de prei en het vlees flink bakken terwijl je alles met twee spatels omschept. Je giet de rijst af, stort het bij de andere ingrediënten in de wok, je blijft omscheppen tot de rijst krokant wordt. Nog een lik sambal, een scheut ketjap, klaar. Een ons taugé was lekker geweest, denk je, of een handje bladselderij, een komkommersalade. Ach. Terwijl je nog snel een paar spiegeleieren bakt en een pot zoetzure augurkjes uit de kast opdiept, roep je tegen iedereen die zo-even honger had: „Aan tafel.”

Wat flans jij zoal wanneer er niets in huis is? Praat erover mee en stuur je recepten naar www.nrc.nl/kokenetc