Indianen, sneeuw, kopjes koffie en lynchpartijen

De prijswinnaar van de Costa Award (naar de koffieketen) is een boek dat het niet van de literaire kwaliteit moet hebben, maar veeleer van de spanning en van de veelvuldige reclame voor verse koffie die de personages steeds voorgeschoteld krijgen. In het juryrapport worden de stijl en de landschapbeschrijvingen geroemd, en de conclusie typeert Stef Penney’s roman De tederheid van wolven, onbedoeld als nogal klef: ‘een verhaal vol liefde, schoonheid en spanning. We hebben het in een adem uitgelezen.’ De roman leest inderdaad vlot weg. Het boek is namelijk één grote achtervolgingsscène, nadat een pelshandelaar is gelyncht.

Opmerkelijk is dat Penney zelf lang leed aan agorafobie en dus geen plein kon betreden, laat staan de Canadese vlakten. Ze schreef haar roman met louter Londense bibliotheekkennis. Daar zal ze ook het idee hebben opgedaan voor het interessantste deel van haar roman: de ontcijfering van een oude indianentekst die wellicht van ceremoniële aard is. Maar helaas: de code wordt niet gekraakt en op Penneys vraag of indianen beter zouden zijn behandeld door de blanken ‘als ze een geschreven cultuur hadden gehad’ geeft ze geen antwoord.

De tederheid van wolven is kortom een detective met veel sneeuw; een ouderwetse western, zonder hoogtepunten, waarin kolonistenvrouwen en indianen aan een overbodige emancipatoire invuloefening worden blootgesteld.

Stef Penney: De tederheid van wolven. Uit het Engels vertaald door Lidwien Biekmann en Nienke van der Hoeven. Prometheus, 437 blz. € 19,95

**---