Greep op emigranten om economie

Marokko doet pogingen om emigranten in het buitenland actief bij het moederland betrokken te houden. Het land zou hun geldovermakingen niet graag mislopen.

Rabat, 6 maart. - Wie als Marokkaan wordt geboren, blijft dat zijn leven lang. Dit ijzeren principe, algemeen bekend in Marokko, heeft de laatste jaren een nieuwe invulling gekregen met pogingen van de Marokkaanse autoriteiten om migranten in Europa actiever te betrekken bij de ontwikkelingen in het moederland.

De kwestie ligt gevoelig, zo merkte twee jaar geleden toenmalig minister Verdonk (Integratie, VVD) al tijdens haar bezoek aan Marokko. Vanuit Rabat meldde zij dat het opzeggen van de Marokkaanse nationaliteit door migranten bespreekbaar was geworden voor de Marokkaanse autoriteiten. Een regeringswoordvoerder liet meteen weten dat migranten desnoods tot in de tiende generatie Marokkaans onderdaan blijven.

De Marokkaanse nationaliteit vormt de ruggegraat van de Marokkaanse natie en kent derhalve geen beëindiging. Migranten met een dubbele nationaliteit kunnen natuurlijk hun paspoort laten verlopen of nooit aanvragen. Maar wie actief afstand wil doen is in theorie aangewezen op een procedure via de ministerraad die uiteindelijk door de koning zelf bekrachtigd moet worden. Praktische voorbeelden zijn onbekend.

De nationaliteit vormt niet alleen het symbool waarop de macht van de Marokkaanse koning is gebaseerd. Niet te onderschatten zijn de geldovermakingen en investeringen van de ongeveer drie miljoen emigranten. Die vormen een onmisbare bijdrage aan de Marokkaanse economie en de betalingsbalans. Marokko is bezorgd dat de deviezenstroom zal afnemen als na verloop van tijd de banden met de migranten in het buitenland losser worden. Om hen betrokken te houden werd vorig jaar het idee gelanceerd om hen stemrecht toe te kennen voor de nationale verkiezingen in september dit jaar.

Koning Mohammed VI gaf vorig jaar november de Conseil consultatif des droits de l’homme (CCDH) – een speciaal koninklijk adviesorgaan voor de mensenrechten – opdracht om zorg te dragen voor de vorming van een Hoge Raad voor de Marokkaanse emigrantengemeenschap, die moet functioneren als een commissie die de koning adviseert over de regelingen voor Marokkaanse emigranten. De Raad moet ook advies geven over mogelijke bijdragen van Marokkaanse emigranten aan ontwikkelingen in Marokko zelf.

De samenstelling van deze Hoge Raad vindt plaats aan de hand van een longlist. Voor de invulling hiervan wordt advies ingewonnen van Marokkaanse emigranten, zoals het Nederlandse kamerlid Khadija Arib. Zij adviseert over de samenstelling van de adviescommissie, die later door de koning wordt benoemd, maar waar zij zelf vooralsnog geen deel van uitmaakt.

Contacten tussen de Marokkaanse overheid en de migrantengemeenschap waren lange tijd een beladen thema. In de jaren zeventig, onder het regime van koning Hassan, trachtte Marokko greep op de vooral linkse migrantengemeenschap te houden, door middel van in Europa actieve informanten. Deze praktijk verwaterde echter reeds in de jaren negentig. Onder de nieuwe koning Mohammed VI, die in 1999 aan de macht kwam, werd een nieuwe weg ingeslagen. Daarbij werden voormalige ballingen en vermeende vijanden van het regime teruggehaald en uitgenodigd om zitting te nemen in raadgevende commissies.

Voorzitter Driss Benzekri van de mensenrechtencommissie CCDH is hiervan bij uitstek een voorbeeld. Als leider van een marxistisch-leninistische studentenorganisatie die in de jaren zeventig actief was, zat hij 17 jaar in de gevangenissen van koning Hassan. In 2003 werd hij benoemd tot voorzitter van de Instance équité et réconciliation, de waarheidscommissie die de opdracht kreeg om de talrijke schendingen van de mensenrechten onder het regime van Hassan te documenteren. Met een reeks aan openbare hoorzittingen van deze commissie getuigden slachtoffers voor het eerst in het openbaar van de terreur in de zogenaamde ‘jaren van lood’, een onderwerp dat tot dan toe gold als een taboe.