‘Geen patriot maar gangster in uniform’

De voormalig premier van Kosovo staat terecht voor het Joegoslaviëtribunaal.

‘Haradinaj is gangster in uniform’ of een ‘goede partner en vriend’.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties beslist deze maand over de staatkundige toekomst van Kosovo. Oud-premier Ramush Haradinaj had die onderhandelingen moeten leiden, vonden veel internationale diplomaten. Maar Haradinaj zal de beraadslagingen moeten volgen vanuit het VN-cellencomplex in de gevangenis van Scheveningen. Gisteren begon zijn proces voor het Joegoslaviëtribunaal. In de openingszitting typeerde openbaar aanklager Carla Del Ponte de beklaagde als „een gangster met macht, een duistere en dodelijke combinatie”.

Ramush Haradinaj (38) was 96 dagen premier toen hij op 10 maart 2005 officieel door het VN-hof werd aangeklaagd voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid, begaan voor en tijdens de oorlog in Kosovo in 1999. In de bijna honderd dagen van zijn premierschap liet Haradinaj zich kennen als een kundig bestuurder. Bij zijn vertrek roemde Sören Jessen-Petersen, toen VN-bestuurder van Kosovo, Haradinaj als „een goede partner en vriend, wiens leiderschap Kosovo dichter dan ooit bij de verwezenlijking van zijn aspiraties heeft gebracht”.

De Amerikanen zagen in Haradinaj de man die namens de Albanezen het overleg over de toekomst van Kosovo had moeten voeren. Juist omdat hij in de oorlog zo militant en radicaal was, redeneerden zij, kan hij de Kosovo-Albanezen eventuele onaangename compromissen verkopen.

Het Servische bewind van Slobodan Miloševic ontnam Kosovo in 1989 zijn autonomie. Na 1989 werden Albanezen systematisch uit hun banen gezet. Het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK begon medio jaren negentig met gewelddadig verzet tegen het Servische gezag.

Ramush Haradinaj richtte met twee broers een eigen militie op voor de strijd tegen de Serviërs, de Zwarte Adelaars. Volgens het tribunaal is die militie, onderdeel van het UÇK, verantwoordelijk voor de marteling van en de moord op tientallen Serviërs en Albanese ‘collaborateurs’. Daarvoor staat Haradinaj terecht.

Na het einde van de Kosovo-oorlog in 1999, waarmee de NAVO het Servische gezag uit Kosovo verdreef, was Haradinaj nauw betrokken bij de omvorming van het UÇK tot het Kosovo Beschermingskorps (KPC). Hij stichtte een eigen partij, de Alliantie voor de Toekomst van Kosovo (AAK). Die is sindsdien de derde politieke kracht van het land.

Enkele weken nadat Haradinaj in 2005 officieel door het VN-hof was aangeklaagd, werd hij voorlopig vrijgelaten in afwachting van het begin van zijn proces. Dat leidde tot conflicten tussen UNMIK, het VN-bestuur in Kosovo, en hoofdaanklager Carla Del Ponte van het Joegoslaviëtribunaal. UNMIK ‘gebruikte’ de invloed van Haradinaj om de rust te bewaren onder de Albanezen die naar onafhankelijkheid streven. Carla Del Ponte wil niet dat voorlopig vrijgelaten verdachten in het openbaar optreden. De Kosovaren beschouwen hem nog steeds als een oorlogsheld. „Hij gaat niet alleen naar Den Haag om zichzelf, maar ook om onze vrijheidsoorlog te verdedigen”, zei de huidige premier Agim Çeku vorige week.

„Ramush Haradinaj, is geen Albanese held of patriot maar was een gangster in uniform die wrede moorden pleegde”, zei Carla Del Ponte gisteren aan het begin van het proces. De hoofdaanklager beklemtoonde dat de internationale diplomatie „helemaal niets met dit proces” te maken heeft. „Het is een strafproces dat misschien niet iedere mogendheid graag ziet, maar ik vervolg hier gruwelijke misdaden en sta niet toe dat de slachtoffers spoorloos verdwijnen in de zee van gruwelen die de conflicten kenmerkten”, aldus Del Ponte in Den Haag.

Omdat Haradinaj in afwachting van zijn proces zich vrij kon bewegen in Kosovo is de procesgang „verstoord”. Mensen die bereid waren om tegen Hardinaj en zijn clan te getuigen zijn, volgens Del Ponte, bedreigd „zelfs dit weekeinde nog”.

Haradinaj wordt samen met twee andere ex-commandenten van UÇK, Idriz Balaj (35) en Lahi Brahimaj (37) berecht. De aanklacht telt 37 punten. Del Ponte typeerde dat de drie verdachten als „de bendeleider, zijn rechterhand en zijn gevangenbewaarder, die het bloed van onschuldigen aan hun handen hebben”.

Het Joegoslaviëtribunaal heeft eerder UCK-strijder Haradin Bala berecht die dertien jaar cel kreeg wegens moord en marteling. Het was het eerste vonnis tegen voormalige strijders van het Kosovo Bevrijdingsleger. De rechters achtten bewezen dat Bala had meegedaan aan de moord op negen gevangenen in het UÇK-kamp Lapušnik, nabij Glogovac in Kosovo.

Lees ook het artikel: Haradinaj meer dan een Rambo, via www.nrc.nl