Een standje als schoolvoorbeeld

Stel: een jongen wordt uit de klas gestuurd, omdat hij de meester zou hebben getutoyeerd. De meester voegt hem bij de verwijdering toe dat de thuissituatie van de leerling het verkeerde gedrag bij hem losmaakt.

Moeder dient een klacht in bij het schoolbestuur. De leraar is buiten zijn boekje gegaan door de leerling op zo’n manier terecht te wijzen, terwijl hij eigenlijk niets verkeerds had gedaan. Zijn aanspreekvorm was bovendien niet tegen de meester gericht, maar tegen een klasgenoot.

De reactie van de school: Inderdaad, mevrouw, het personeel behoort toe te zien op het welzijn van de leerlingen. In het onderhavige geval heeft de leerkracht evenwel niet verkeerd gehandeld. Verwijdering uit het klaslokaal is een gangbare sanctie als waarschuwing tegen brutaal gedrag. Was getekend, de leerkracht.

Eenzelfde soort brief kreeg beleggingsactivist Peter Paul de Vries afgelopen vrijdag in de bus. Toen ontving de directeur van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) een reactie van De Nederlandsche Bank op zijn klacht een paar dagen eerder tegen de directie van de centrale bank.

De Vries van de VEB vond dat president Nout Wellink van De Nederlandsche Bank (DNB) zich in deze krant niet inhoudelijk had mogen uitlaten over de kritische brief die hedgefonds TCI aan ABN Amro had geschreven. Wellink had de aanval op de bank „een brug te ver” genoemd. „De toezichthouder doet in beginsel geen publieke uitspraken in individuele kwesties”, klaagde De Vries. En aandeelhouder TCI heeft vooralsnog geen wetten of regels overtreden.

De Vries riep de commissarissen van DNB op de directie te instrueren zich niet langer uit te laten over de strategie van ABN Amro. Dat is niet de taak van een financiële toezichthouder.

In haar reactie gaat De Nederlandsche Bank niet in op de door Wellink gedane uitspraken, maar beaamt dat DNB binnen het wettelijk kader prudentieel moet toezien op de stabiliteit van de Nederlandse financiële sector. Wellink had in dat verband niet verkeerd gehandeld. Was getekend, Nout Wellink – niet de raad van commissarissen waar de brief aan geadresseerd was.

Een merkwaardige procedure, reageerde De Vries. „ Het eigen toezicht bij de toezichthouder is kennelijk geen heilig huisje. Mijn volgende brief zal ik persoonlijk bij president-commissaris Van Duyne in de bus doen.”

Procedureel heeft Peter Paul de Vries zelf ook een denkfout gemaakt. Hij had zijn klaagschrift aan de werkelijke baas van Wellink moeten sturen. En die zetelt in Den Haag.

Philip de Witt Wijnen