Drop, stroopwafels maar óók een Pools paspoort

Ik juich voor Oranje en heb een Brabantse vriendin.

Maar ik ben ook een Pool en hoor er dus niet écht bij.

Een voorbeeld van geslaagde integratie, dat ben ik. Op mijn zevende vertrok ik met mijn ouders uit het communistische Polen naar het vrije Nederland. De beslissing van mijn ouders was een gelukkige. Het ging goed met mijn familie, en met mij. Zo goed zelfs dat ik op een bepaald moment dacht dat ik veel meer Nederlander dan Pool was. Ik houd van drop, stroopwafels en de muziek van Doe Maar. Sterker nog, toen ik een blauwe maandag in het Europees Parlement voor de Poolse delegatie werkte, ontdekte ik hoe Nederlands ik was. Ik vond de Polen rare, autoritaire snuiters, en trok op met de Nederlandse kolonie aldaar. Ik miste Nederland en greep elke kans aan om naar mijn geliefde Amsterdam te gaan.

Met een goede baan bij de Rijksoverheid en een cum laude doctoraal diploma sociologie op zak, sta ik nu te popelen om een bijdrage te leveren aan dit land, mijn Nederland.

Mijn vriendin is Nederlands, en als Brabantse eerder een vreemdeling in de Randstad dan ikzelf. Mijn Poolse vrienden klagen dat ik zo verdomd ben vernederlandst. Ik juich voor Oranje en huil als er weer een WK verloren gaat. Uit betrokkenheid met de Nederlandse publieke zaak heb ik direct na mijn afstuderen zelfs stage bij de Tweede Kamer gelopen.

Maar ook al doe ik nog zo mijn best, ik ben en blijf een buitenlander, een getolereerde gast. En ik begin me de laatste tijd af te vragen of ik hier nog werkelijk welkom ben. Het gevoel van de maat genomen worden, van er niet echt bij horen, van een soms zelfs neerbuigende behandeling of in het beste geval een goedbedoeld paternalisme – het is breed gedeeld door al wie andere wortels heeft dan in de Nederlandse klei.

Het meest gestoord heeft mij de discussie over de dubbele nationaliteit. Zelfs de liberaal Mark Rutte deed een duitje in de zak. Een tweede paspoort? Dat is een bedreiging voor de nationale veiligheid! Als Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb nu eens afstand deden van die tweede pas, dat zou hun sieren. Dat siert Rutte dan weer. Joviale vent, toch? Voor sell-outs maakt hij graag plaats.

Het pijnlijke aan deze discussie is dat mensen van vreemde origine in Nederland langzamerhand het gevoel krijgen dat ze er niet écht bijhoren. Aan mijn uiterlijk is niet af te lezen dat ik uit Polen kom. Ik ben een blanke man. Maar wat als ik een Marokkaan was geweest, of een Turk? Vooral moslims zullen zich geregeld afvragen welke nieuwe voorwaarde er nu weer gesteld wordt aan de acceptatie van hun verblijf in Nederland. Nederlands paspoort of niet, een baan of niet, goed geïntegreerd of niet – je bent anders en je zal het merken ook. De discussie over de dubbele nationaliteit brengt mensen niet samen, het drijft ze juist uit elkaar.

Maar ik wil niet toegeven aan het koor van kleinburgers dat de toon van het maatschappelijk debat bepaalt. Ik wil niet capituleren voor een kleingeestigheid die Spinoza in zijn graf zou doen omdraaien. Ik wil niet dat mijn Nederland afglijdt naar een intolerant en in zichzelf gekeerd stuk polder en wad.

Jacek Magala (1978) woont sinds 1985 in Nederland. Hij heeft een Nederlands en een Pools paspoort en wil dat graag zo houden.

De Praktijk is een rubriek over een actuele kwestie met een persoonlijke toon. Stuur uw bijdrage naar opinext@nrc.nl