De geitenwollen sokken nu wel ontgroeid

Steeds meer biologische supermarkten openen hun deuren.

Natuurvoedingswinkels zijn niet blij met concurrentie.

Steeds meer consumenten eten biologisch en het aanbod van biologische voeding neemt toe. Vorige week opende Bio-Planet, onderdeel van de Belgische supermarktketen Colruyt, zijn deuren in Eindhoven. In de biologische supermarkt kunnen, anders dan in natuurvoedingswinkels, álle dagelijkse boodschappen worden gedaan.

De nieuwe supermarkt is een testwinkel. Colruyt wil meer supermarkten openen in Zuid-Nederland, „van Vlissingen tot Maastricht”. Volgens Colruyt-directeur Luc Rogge is de Nederlandse markt voor biologische producten volwassener dan de Belgische markt, waar Bio-Planet al drie vestigingen heeft. „Twee à drie procent van de Nederlandse huishoudens kiest voor biologisch uit idealistische overwegingen. Daarnaast koopt zo’n tachtig procent van de huishoudens af en toe biologisch uit interesse. Die groep willen we aan ons binden.”

Naast Bio-Planet kent Nederland ook de biosuperketen EkoPlaza, dat in april 2005 een eerste filiaal opende in Alkmaar. In 2006 kwamen daar nog twee winkels bij, in Bussum en Veenendaal, en dit jaar moeten er nog twee à drie nieuwe EkoPlazas komen.

Beide biosupers hebben dezelfde doelstelling: biologische voeding binnen ieders bereik brengen, zodat meer mensen biologisch kunnen gaan eten. Toch zien de directeuren duidelijke verschillen. Bio-Planet houdt bij de inrichting van zijn winkels uitdrukkelijk rekening met het milieu, zegt directeur Rogge. „Wij geven de voorkeur aan bestaande gebouwen die we renoveren, gebruiken in al onze winkels ecologische verf en de werkkleding van het Bio-Planetpersoneel is gemaakt van honderd procent biologisch katoen.”

Volgens Kamphuys probeert ook EkoPlaza zo milieuvriendelijk te werken, maar is dit niet altijd mogelijk. „Je moet altijd een balans zoeken tussen betaalbaarheid, beschikbaarheid en snelheid.”

Hoewel beide biosupers veel gemeen hebben, zien ze elkaar niet als concurrent. Sterker nog, Kamphuys noemt het ‘prettig’ dat er een nieuwe biosupermarktketen in Nederland is. „Hoe meer aanbieders van biologische voeding er komen, hoe efficiënter de markt gaat werken. Dat is voor alle aanbieders van biologische voeding voordelig.”

De 71 bestaande natuurvoedingswinkels in Nederland zijn minder blij met de komst van grote biosupers. Om een alternatief te kunnen bieden, breiden veel natuurwinkels hun assortiment uit tot kleine biosupermarkten. Adrie Franken werkte jarenlang in een natuurwinkel en bouwde zijn zaak eind vorig jaar om tot een biosuper, Biotoop in Den Bosch. „Ik zit niet te wachten op een Bio-Planet in Den Bosch. Het is mooi dat de supers het makkelijker maken om aan natuurvoeding te komen, maar ze kunnen de kleine natuurwinkels wel wegconcurreren.”

Volgens Kamphuys loopt het allemaal niet zo’n vaart. „Winkels gaan zich steeds meer specialiseren, terwijl biosupermarkten juist een breed assortiment aanbieden. Dat hoeft elkaar niet te bijten.” Ook Biologica, de overkoepelende organisatie voor de biologische markt in Nederland, ziet een specialisatie bij natuurvoedingswinkels voor zich. Biologica-directeur Bert van Ruitenbeek: „Binnen de biologische markt zullen natuurwinkels nog een stap verder gaan. Zo zal Fair Trade voor de ene natuurwinkel belangrijker worden, terwijl de andere zich op biologisch-dynamische producten stort.”

Marc Koetsier, formulemanager van De Natuurwinkel, waarbij 42 natuurvoedingswinkels zijn aangesloten, ziet een ander groot verschil tussen de grote biosupers en natuurvoedingswinkels. „Medewerkers van natuurwinkels hebben meer kennis van de producten en werken met passie.” Dat het personeel van Bio-Planet twee tot drie maanden wordt opgeleid om meer te leren over de producten, is volgens Koetsier niet voldoende. „Betrokkenheid leer je niet in een paar maanden, dat heb je of dat heb je niet.”

Kijk voor meer informatie over biologische voeding op www.biologica.nl