‘De Europese Unie verkeert in een diepe crisis’

Volgens de Luxemburgse premier Juncker stond Nederland, met het ‘nee’ tegen de grondwet, aan de basis van de crisis in de EU. Hij hoopt op een nieuw elan tijdens de top deze week.

„Hebben Nederlandse politici, ik kan beter zeggen staatslieden, de moed om de Europese Unie tegenover de publieke opinie te verdedigen?” Als de Luxemburgse premier Jean-Claude Juncker Nederlands politicus was dan wist hij het wel. Hij zou geen moeite hebben argumenten te vinden waarom Nederlanders voor de Europese Grondwet moeten zijn. „Denkt Nederland echt dat de gulden een beter antwoord is op globalisering dan de euro? Wil een op export en dienstverlening georiënteerde economie zoals de Nederlandse verder zonder interne markt? Wil Nederland niet over meer mogelijkheden beschikken om internationale criminaliteit tegen te gaan? Denken Nederlanders nu echt dat zij in hun eentje een rol kunnen spelen op wereldschaal?” Maar ja, zo moet Juncker toegeven, „ik ben geen Nederlander”.

Europa’s langstzittende regeringsleider houdt bescheiden kantoor in een haast Anton Pieckachtige omgeving midden in de stad. Geen imposante regeringsburelen, geen hekken, geen bewaking. Zijn land is klein, maar groot is zijn gezag. Achter de deur met het bord Ministère d’Etat bestuurt de 52-jarige christen-democraat al sinds 1995 het groothertogdom. Premier én minister van Financiën. Sinds twee jaar is hij permanent voorzitter van de groep van inmiddels dertien euro-landen. Juncker haalt zijn gasten persoonlijk op. „Hoe gaat het”, vraagt hij in het Nederlands.

Bijna twee jaar nadat de Nederlandse bevolking in navolging van de Franse de Europese Grondwet in een referendum verwierp is Juncker nog altijd verbaasd over de gang van zaken van destijds, verbaasd over hoe politici dat hebben laten gebeuren. „Ik heb tegen mijn Franse en Nederlandse collega’s gezegd dat zij het referendum eigenlijk hebben gewonnen. De publieke opinie heeft niet anders gedaan dan handelen volgens hún uitlatingen. Wat wil je, als je steeds maar zegt dat de Nederlanders te veel aan de Europese Unie betalen? Als je het publiek voedt met kritiek moet je niet verbaasd zijn dat het publiek die kritiek overneemt.”

De besluitvorming over de Europese Grondwet, bedoeld om de Unie doelmatiger en doorzichtiger te kunnen besturen, kwam met de referenda in Frankrijk en Nederland hard tot stilstand. Het gebeurde tijdens het halfjaarlijkse Luxemburgse voorzitterschap van de Unie. Toen de regeringsleiders het een maand later ook niet eens konden worden over de meerjarenbegroting van de EU, werd het Juncker even te veel. Ongekend hard haalde hij uit naar zijn collega-regeringsleiders die het belangrijker vonden hun nationale achterbannen naar de mond te praten dan op te komen voor het gezamenlijke belang. „De Europese Unie verkeert in een diepe crisis”, zei Juncker.

Dat was toen. Maar enkele dagen voor een top van EU-regeringsleiders die met vergaande afspraken om de klimaatverandering tegen te gaan volgens velen een nieuw Europees elan te zien zal geven, constateert Juncker dat „de situatie nog steeds dezelfde is”. Nog altijd een diepe crisis dus.

Volgens een land als Nederland is daar geen sprake van.

„Ik zou ook niet graag toegeven dat mijn land aan de basis van die crisis stond. Nu is de uitslag van het referendum daarvan niet de enige oorzaak, maar het stemgedrag van de Fransen en Nederlanders stond er wel symbool voor.”

Denkt u dat er snel een oplossing zal worden gevonden?

,,Ik hoop het, maar ben niet overoptimistisch. Zo wordt er gesproken over het schrappen van het tweede deel van de Europese Grondwet, waarin de grondrechten worden opgesomd. Ik zie niet in waarom we die zouden moeten laten vallen. En ook zou ik nooit voor een verdrag kunnen stemmen waarin de verbeteringen die nu in het derde deel staan, over het beleid en de wijze waarop de Unie werkt, zijn weggegooid. We kunnen discussiëren en onderhandelen, over een nieuw verdrag dat we geen grondwet meer noemen. Maar de substantiële verbeteringen moeten behouden blijven.”

U ziet bij het zoeken naar een oplossing een rol weggelegd voor de Benelux. Waarom?

„We hebben een enorme kans in de Benelux, zonder dat we het ons realiseren. Anderen nemen de Benelux serieuzer dan wijzelf. We hebben in ons midden een land dat ‘ja’ heeft gezegd per referendum, Luxemburg. Een land dat ‘ja’ heeft gezegd omdat het parlement heeft ingestemd, België. En een land dat ‘nee’ heeft gezegd per referendum. Dus we hebben de drie dimensies van het probleem bij elkaar. Als we er in slagen een goede oplossing te vinden, dan zal die dankbaar worden aanvaard door alle anderen.”

Op de top van regeringsleiders deze week staat klimaatverandering bovenaan de agenda. Is dat een alibi voor de institutionele problemen in Europa?

„Dat denk ik niet. Europese regeringen zijn zich volledig bewust geworden van de uitdagingen die klimaatverandering stelt. Als we willen beïnvloeden hoe de wereld omgaat met die uitdagingen dan moeten we onze Europese vlag laten zien. We kunnen het eens worden over een aantal brede doelstellingen, zoals het verminderen van de CO2-emissie met 20 procent in 2020. Het zal moeilijk zijn om vervolgens de lasten te verdelen. Maar er is iets gaande.”

Maar er heerst al weer onenigheid over de lastenverdeling.

„Nee, ik geef u een voorbeeld. In een land als Luxemburg hebben we water als energiebron al zo veel mogelijk benut. Als het gaat om windmolens is er een verschil tussen een land dat vrije toegang heeft tot de zee en een land dat alleen maar land heeft. Moet ik windmolens neer gaan zetten in de stad? Landen moeten hun last dragen, op Europees niveau. Luxemburg wil wel betalen voor windmolens voor de Nederlandse kust. Wat is daar mis mee?”