Alleen op papier is het Groene Hart nog heilig

Zuid-Holland wil het Groene Hart verfraaien. Bewoners, bestuurders en bouwers zijn het niet eens over hoe dat het beste kan gebeuren.

Het Groene Hart is op een aantal plaatsen aan het ‘verrommelen’. Ga maar eens naar het Zuid-Hollandse Bodegraven, waar zich de Wiericker Schans bevindt, een rustiek verdedigingswerk van de Oude Hollandse Waterlinie. Pal naast het fort ligt een boerderij waarvan het erf vol staat met containers. „Haal die containers weg en zet daar voor mijn part een paar dure villa’s neer”, zegt Ellen Verkoelen, directeur van de Milieufederatie Zuid-Holland.

Het Groene Hart is lang geleden heilig verklaard. Althans op papier. Het landschap moet ‘open’ blijven. Er mogen geen woonwijken worden gebouwd. Maar in werkelijkheid zijn sommige delen al aardig verstedelijkt. Niet zozeer met huizen, maar vooral met kleine bedrijven op van oorsprong agrarische grond. Autosloperijen, houthandels, kassen en loodsen.

De afgelopen jaren is het denken over het Groene Hart veranderd. Niet krampachtig vasthouden aan regels die toch niet worden nageleefd, zo is de redenering onder planologen en bestuurders. Beter is het om de écht waardevolle landschappen goed te beschermen en natte gedeeltes niet voortdurend te bemalen maar prijs te geven aan het water. En tegelijkertijd bebouwing toe te staan op gebieden die zijn ‘verrommeld’. Verder moet het Groene Hart als geheel toegankelijker worden met wandelroutes, fietsroutes en pannenkoekenhuizen.

De projectontwikkelaars, verenigd in de NEPROM, hebben onlangs een plan gemaakt dat voorziet in de bouw van redelijk dure woningen op relatief goedkope grond, dat wil zeggen agrarische grond die tegen onteigeningswaarde wordt aangekocht. Een deel van de winst kan worden gebruikt om de natuur op te knappen. „Niemand kan daar tegen zijn”, zegt NEPROM-voorzitter Dietmar Werner. De ‘menukaart’ voor het Groene Hart voorziet in bijvoorbeeld de aanleg van eilanden in natte polders aan de randen van Schiphol, de bouw van een kasteeldorp bij Montfoort en landgoederen langs de Hollandse IJssel. „We moeten het tot een gebied met echt landschappelijke en recreatieve waarde maken”, aldus Werner. „Bovendien is er behoefte aan landelijk wonen.”

Het vorige kabinet heeft tot 2020 de bouw mogelijk gemaakt van in totaal 35.000 woningen, om de natuurlijke groei van de bevolking in steden en dorpen van het Groene Hart op te vangen. De ontwikkelaars zouden daarvan maximaal 13.000 woningen willen neerzetten. Aan de randen van de dorpen, op oude bedrijventerreinen, en in het landschap, om met de opbrengst van ongeveer 500 tot 800 miljoen euro in totaal 600 tot 800 hectare natuur in te richten.

De provincie Zuid-Holland is niet enthousiast en vindt het op z’n best „een interessant discussiestuk”, zegt de Zuid-Hollandse gedeputeerde Lenie Dwarshuis (VVD), voorzitter van een ‘stuurgroep’ voor het Groene Hart met daarin de drie betrokken provincies. „We hebben gemeenten en marktpartijen nodig om het Groene Hart te verfraaien. Maar dit plan van de ontwikkelaars lijkt me iets te gemakkelijk. We hebben in het streekplan zogenoemde rode contouren vastgelegd, waarbuiten tot 2025 niet mag worden gebouwd. Dat doen de ontwikkelaars in dit plan juist wel. Ze willen in de mooie plekken in het Groene Hart woningen bouwen. Ze halen de krenten uit de pap en daardoor krijg je spikkels van bebouwing. Bovendien willen we de mensen met hogere inkomens juist in de grote steden houden om segregatie te voorkomen. Natuurlijk, we zijn er best voor om glastuinbouw in te ruilen voor een paar mooie villa’s. Ook is het mooi om geld vrij te maken. Wij komen voor het Groene Hart veel geld te kort. Maar in dit geval lijkt het middel toch erger dan de kwaal.”

De Milieufederatie Zuid-Holland vindt het op zichzelf „heel goed” dat de ontwikkelaars geld uit woningbouw in natuur willen steken, zegt directeur Ellen Verkoelen. „Rood voor groen is een waanzinnig goed idee. Je kunt immers een koe niet vragen het Groene Hart te betalen.” Maar er mag niet zomaar worden gebouwd in het „visitekaartje van de Randstad”. Alleen terreinen die nu toch al zijn „verpest” komen daarvoor in aanmerking. Dat laatste zou het Groene Hart ook toegankelijker maken voor inwoners van de Randstad.

De radicaalste oplossing voor het Groene Hart komt van landschapsarchitect Adriaan Geuze. Er is volgens hem sprake van een „crisissituatie” omdat al grote delen van met name het Zuid-Hollandse deel zijn verdwenen. Hij wil daarom een tijdelijke stop op alle mogelijke bouwplannen in het Groene Hart. „Een pas op de plaats.” Een moratorium dat het rijk moet gebruiken om een wet te maken waarin een nationaal perspectief wordt geschetst voor het gebied. In deze fase moet worden bekeken welke plannen daarin passen. Geuze noemt als voorbeelden de aanleg van een stiltegebied met geld van de luchthaven Schiphol. De aankoop van gebieden zoals bij ’t Gein, Nieuwkoop en de Schie, die door de Hollandse Meesters zijn geschilderd. „Die plekken horen bij het werelderfgoed. Die moet je koesteren.”

Het Groene Hart moet een „status aparte” krijgen, om te worden beheerd door een organisatie die, anders dan Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten, heeft bewezen dat het werkelijk houdt van het Hollandse polderlandschap. Geuze: „Staatsbosbeheer wil altijd bos aanplanten. Natuurmonumenten houdt ook niet van polders. Ik stel dus voor om landschapsorganisatie het Fryske Gea het beheer te geven.” Is het niet merkwaardig als Friezen het Hollandse polderland gaan beheren? Geuze: „Als wij daarvoor Fries moeten gaan praten, heb ik dat er voor over.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Alleen op papier is het Groene Hart nog heilig (6 maart, pagina 2) staat dat projectontwikkelaars 600 tot 800 hectare natuur willen inrichten. Dit moet zijn 6.000 tot 8.000 hectare .