Adoptie vormt geen alternatief

Adoptie bevorderen als alternatief voor abortus is niet alleen betuttelend, maar ook eenzijdig en achterhaald. Vrouwen kunnen heel goed over hun eigen toekomst en dat van hun ongeboren kind beslissen, meent Brigitte Slot.

Het nieuwe kabinet wil adoptie makkelijker maken om het abortuscijfer omlaag te brengen. VVD-leider Mark Rutte uitte zijn bedenkingen tegen dit plan (NRC Handelsblad, 26 februari). Als de overheid adoptie nadrukkelijk wil bevorderen dan moet volgens Rutte eerst onderzoek worden gedaan naar de psychosociale schade van adoptie bij kinderen, moeders en eventueel vaders. Rutte zegt niet tegen adoptie te zijn. Hij tekent vooral bezwaar aan tegen de betutteling die vrouwen met de kabinetsplannen ten deel valt.

Ruttes kritiek is terecht, maar die kritiek mag hij wel wat zwaarder aanzetten. Er is namelijk alle reden om tegen adoptie te zijn.

Op het eerste gezicht lijkt adoptie een goede oplossing voor een acuut probleem. Vrouwen die ongewenst zwanger zijn, hoeven geen lichamelijk, mentaal en soms ook moreel belastende abortus te ondergaan. Ze gunnen hun kind een mooie toekomst bij ouders die helemaal klaar zijn een kind liefdevol op te voeden. En ouders die ongewenst kinderloos zijn, krijgen op deze manier de kans om een eigen gezin te stichten.

Adoptieouders zijn bovendien vaak uitstekende ouders. Ze zijn doorgaans wat ouder, kiezen bewust voor kinderen en worden zelfs, in tegenstelling tot genetische ouders, nauwkeurig gescreend. De meeste adoptiekinderen leiden op hun beurt een volstrekt normaal en gelukkig leven. De hechting van adoptiekinderen aan hun adoptieouders verloopt vaak zonder problemen. Adoptiekinderen kunnen door hun bijzondere voorgeschiedenis zelfs eigenschappen ontwikkelen die hun later goed van pas komen, zoals het vermogen om je te hechten aan mensen met wie je van nature geen band hebt.

Maar wat is dan het probleem? Om te beginnen gaat het kabinet uit van een vrouwbeeld dat achterhaald is. Vrouwen zijn prima in staat om over hun eigen toekomst en dat van hun ongeboren kind te beslissen. Maar geef hun wel adequate instrumenten in handen. En eerlijke informatie. Adoptie stimuleren om abortus te voorkomen is geen goed idee.

Adoptie zadelt een kind al bij geboorte op met een fundamenteel verlies. Namelijk dat van zijn of haar eigen ouders. Vaak weet een adoptiekind helemaal niets over de eigen genetische achtergrond. De verloren ouders blijven als schimmen in het emotionele leven aanwezig, maar zijn doorgaans volledig onbekend. Op zijn best ontwikkelt het kind liefde op afstand, met een moeder die nabij is en toch zo ver weg. De vader is vaak nog abstracter.

Adoptie bemoeilijkt de identiteitsvorming. Uit onderzoek met bijvoorbeeld tweelingen blijkt keer op keer hoe belangrijk de genetische component is in de manier waarop we ons leven vormgeven. Adoptiekinderen zijn uit een fundamenteel ander hout gesneden dan hun ouders en hun eventuele broers of zussen. Ze hebben daarom alleen zichzelf als referentie bij de vorming van hun eigen identiteit. Adoptie kan identiteitsproblemen in de adolescentie en jonge volwassenheid versterken. Vaak laat adoptie levenslang littekens achter.

Adoptie belast kinderen met een razend moeilijk dilemma. Elk adoptiekind komt vroeg of laat voor de keuze te staan om wel of niet naar de biologische ouders op zoek te gaan. Dit roept allemaal vragen op. Wie en wat zal ik dan aantreffen? Wil mijn moeder mij wel leren kennen? En wat doet dat dan met mij? Kan ik de ouders bij wie ik ben opgegroeid dit aandoen? Heb ik het recht om het leven van mijn biologische moeder overhoop te gooien? Wil zij bekendmaken wie mijn vader is? Met enig geluk levert zo’n ‘gok’ wat goeds op, maar dat hoeft niet het geval te zijn.

Adoptie verwondt de moeders die afstand hebben gedaan. Anders dan vaak tegen afstandsmoeders werd gezegd – namelijk dat het verdriet slijt – blijkt het omgekeerde het geval. Naarmate vrouwen ouder worden, wordt het verdriet om het verloren kind steeds groter. Vanuit het geboortekanaal rechtstreeks de gang op – richting kindertehuis. Dat waren de praktijken die tot in de jaren zeventig in de Nederlandse kraamkamers werden gebezigd bij vrouwen die ‘bewust’ afstand deden van hun kind. Er mocht immers geen band ontstaan.

Het was een efficiënte manier om vrouwen met een levenslang trauma op te zadelen. Willen we daar naar terug? Hoe christelijk is het om moeder en kind op zo’n wrede manier van elkaar te scheiden?

Adoptiemoeders worstelen met een groot geheim, een schuldcomplex en verdriet waarover ze niet openlijk mogen en kunnen rouwen. Want hoe openlijker hun rouwbeklag zou zijn, hoe onhoudbaarder het is om de afstand met het onbekende kind vol te houden. De vaders – in de dossiers meestal aangeduid als ‘de verwekker’ – blijven vaak buiten beeld. En als ze wel contact houden met de moeder, hebben ook zij last van schuld, schaamte en nieuwsgierigheid.

Adoptie leidt ten slotte tot mislukte herenigingen. De mooie beelden in programma’s als Spoorloos geven een onvolledig beeld van de realiteit. Want nadat het eerste enthousiasme over hereniging en schrik en vreugde over genetische herkenning zijn bekoeld, staan de hervonden familieleden voor een vrijwel onmogelijke taak: het bouwen aan een betekenisvolle relatie.

Volgens het FIOM, de organisatie die opkomt voor afstandsmoeders en geadopteerden, leidt dat in negen van de tien gevallen tot teleurstelling. De kloof die in twintig, dertig, soms veertig jaar is ontstaan, is niet meer te overbruggen. Na verloop van tijd is er van het aanvankelijk intensieve contact weinig meer over dan een beleefde uitwisseling van levenstekens met verjaardagen en rond de Kerst. Kortom, adoptie bevorderen is niet alleen betuttelend, maar ook eenzijdig en achterhaald.

Wat is dan wel de oplossing? Geef vrouwen een eerlijke keuze. Abortus of het kind afstaan. Als adoptie een bewuste beslissing is, of de enige mogelijkheid, dan moet een kind bij voorkeur in of dichtbij de eigen familie worden geplaatst. Het contact met de biologische moeder, en liefst ook vader, mag als het even kan niet volledig worden verbroken. Dit vraagt een aanpassingvermogen van alle betrokkenen en een creatieve manier van samenleven. Het geeft tevens aan dat het door dit kabinet gepropageerde traditionele gezin lang niet altijd gelukkig maakt en zeker niet meer strookt met de werkelijkheid van divers samengestelde gezinnen.

Dr. Brigitte Slot is econoom, geboren in 1964, geadopteerd en sinds twee jaar herenigd met haar biologische vader, moeder en twee zussen.