Acht grote instellingen podiumkunst

De Raad voor Cultuur adviseert de nieuwe minister van Cultuur, Ronald Plasterk, te komen tot acht grote stadsgezelschappen voor podiumkunsten. Ook moeten rijksmusea niet voor iedereen gratis worden.

Deze acht gezelschappen moeten een spilfunctie gaan vervullen in de stad en regio. Dat betekent dat zij naast het maken van voorstellingen aanvullende taken moeten krijgen, zoals educatie, het laten doorstromen van talent en inspelen op ontwikkelingen in de stad of regio. Deze instellingen zouden onder directe verantwoordelijkheid van het ministerie van OCW moeten gaan vallen. Dit voorstel vraagt om twee nieuwe, grote stadsgezelschappen in Limburg en in Utrecht.

Vanochtend bracht de raad een tweeledig advies uit: zowel over de nieuwe inrichting van het subsidiestelsel als over de belangrijkste onderwerpen in het cultuurbeleid voor de komende jaren. In het debat over de gratis openstelling van rijksmusea adviseert de raad in te gaan tegen de wens van de Kamer en musea niet voor iedereen gratis te maken. Een meer gerichte aanpak, zoals gratis openstelling voor jongeren tot achttien jaar, heeft volgens de Raad voor Cultuur meer effect. Daarmee volgt de raad het alternatieve plan van D66.

De raad maakt in de brief aan de minister zijdelings een opmerking over de voorgenomen bezuinigingen in het regeerakkoord. De invoering van een profijtbeginsel zou niet moeten doorgaan. Dit gaat ten koste van de mensen die dure kaartjes niet kunnen betalen, aldus de secretaris van de raad, Kees Weeda.

Centraal in het advies staat het idee van ‘cultureel burgerschap’. Cultuur is „onmisbaar als bron van onderlinge binding en zingeving”, schrijft de Raad. „De culturele burger beschikt over de vaardigheden om zich te bewegen in onze gemedialiseerde samenleving.”

De raad pleit onder meer voor renovatie van het literatuuronderwijs, en voor meer en beter onderwijs in de muzische vakken. Het diversiteitsbeleid „moet af van de eenzijdige gerichtheid op etniciteit”. Er zijn meer verschillen tussen mensen, waarvan het belangrijk is om rekening mee te houden in cultuurbeleid, zegt de raad.