Wie komt er op voor de veenkoloniën?

Als de provincie érgens een cruciale rol moet spelen, is het in de veenkoloniën. Van het Rijk heeft het gebied weinig te verwachten en de gemeenten zijn er arm. „Er is geen lobby hier.”

„Hier begint het veen”, zegt Klaas de Vries. Hij stuurt zijn auto van een kronkelig klinkerweggetje met hoge bomen linksaf een lange, rechte, asfaltweg op. Het contrast is groot. Het bos houdt abrupt op, een onbeschutte vlakte begint. Dit is het gebied van de veenkoloniën, dat zich uitstrekt over Oost-Drenthe en Groningen. Het oog reikt vanaf hier tot Stadskanaal; links en rechts strekken de velden zich uit.

Als de provincie ergens een cruciale rol moet spelen, is het hier. De gemeenten in het gebied zijn er arm en hebben weinig bestuurlijke slagkracht. Vanuit Den Haag is weinig te verwachten. In 2001 was door het Rijk 400 miljoen euro aan het gebied toegezegd. Maar in 2004 was dat ineens niet meer beschikbaar. Brussel zint op minder subsidies voor de landbouw.

„Er is geen lobby in de veenkoloniën”, zegt Klaas de Vries in zijn boerderijtje in Borger. Hij was er vier jaar wethouder in de jaren tachtig en van 1989 tot 2001 hoofdredacteur/directeur van radio en televisie Drenthe. De lobby in de regio zit op de rijke zandgronden van de Hondsrug, die vlak naast de Veenkoloniën liggen. Op de Hondsrug komen de toeristen uit het hele land om te fietsen, kamperen en wandelen. Daar woont ook de koopkrachtige bevolking.

De Vries pakt de lijst van de provinciale staten verkiezingen en strijkt hem glad op tafel. „Kijk. De PvdA is de enige partij met twee verkiesbare politici uit de veenkoloniën. De rest van de kandidaten komt van de zandgronden, die geven dus de doorslag.” Daarbij komt dat een provinciaal politicus niet echt kan ‘scoren’ met het gebied. „De veenkoloniën zijn niet sexy.” Een ander probleem is dat het gebied deels in de provincie Groningen ligt, waardoor de zeggenschap is versnipperd. De Vries: „Wie komt er op voor het veen?”

De veenkoloniën kunnen het niet op eigen kracht. De bevolking is er arm sinds het veen in de negentiende eeuw was afgegraven en de scheepswerven verdwenen. Philips zat er, maar is vertrokken naar lagelonenlanden. Alleen de aardappelmeelfabriek van Avebe staat er nog. De werkloosheid is er hoger dan gemiddeld in Nederland, de scholing lager. Hoger opgeleiden trekken weg, koopkrachtigen van buiten vestigen zich liever op de Hondsrug. Er staan veel huizen te koop, veel winkels staan leeg langs de kanalen, zo blijkt. „Er wordt wél volop gewinkeld in het nieuwe winkelcentrum van Stadskanaal”, zegt gedeputeerde voor de PvdA, Ali Edelenbosch.

„Door de vele goedkope woningen is de kans groter dat probleemgevallen hier terechtkomen”, zegt ontwikkelingseconoom Dirk Strijker van de Universiteit Groningen die gespecialiseerd is in het gebied. „De risico’s van een sociaal isolement zijn hier heel nadrukkelijk.”

Het gebied dankt zijn opbouw aan de veenwinning in de negentiende eeuw. Het land werd doorgraven met kanaaltjes om het veen af te voeren. Hierdoor was er alleen plek voor huizen lángs de kanalen. Daardoor ontstond de typerende ‘lintbebouwing’ met de rode, relatief kleine en vrijstaande, bakstenen huizen. In de jaren zeventig van de vorige eeuw werden kanalen gedempt en wegen aangelegd om het gebied beter te ontsluiten.

Het meest recente, substantiële, plan, de Agenda voor de Veenkoloniën, werd opgesteld in 2001 naar aanleiding van een rapport van een commissie onder leiding van Rein Jan Hoekstra. Hij concludeerde dat het gebied een te eenzijdige economische basis heeft, namelijk de aardappelteelt, en dat het een negatief imago heeft waardoor mensen en bedrijven wegtrekken. Nieuwe bedrijvigheid, betere wegen en toeristische attracties zijn van levensbelang, oordeelde Hoekstra. Daar wordt nu aan gewerkt, in een samenwerkingsproject van de provincies Groningen en Drenthe en de gemeenten, dat onder voorzitterschap staat van gedeputeerde Edelenbosch.

De N33 wordt verbreed tot een vierbaansweg, en er komt er een ongelijkvloerse kruising bij Stadskanaal. Verder wordt het toerisme versterkt; bij Erica wordt het kanaal doorgegraven voor de pleziervaart. De landbouw wordt versterkt. De teelt van ‘biomais’ en die van hennep wordt gestimuleerd, boeren experimenteren met campings en zorgboerderijen, en er wordt geprobeerd om melkveehouderijen naar het gebied te krijgen om het minder afhankelijk te maken van de aardappelteelt. Er loopt ook een pilot van Economische Zaken waarmee plaatselijk ondernemerschap wordt gestimuleerd met een tijdelijke versoepeling van fiscale regels.

Goede plannen, maar het is niet genoeg, vindt ontwikkelingseconoom Dirk Strijker. „Wil je écht iets van dit gebied maken, dan moet je het unieke karakter van het gebied deels durven opgeven. De meeste mensen willen wonen in dorpen of steden waar ze kunnen winkelen en recreëren. Ze willen niet eerst een paar kilometer langs een smal lint rijden.” Hij vindt dat particulieren meer ruimte moeten krijgen om te bouwen, ook in de open ruimte. „Er ligt nu geen basis om dertig jaar verder te kunnen met dit gebied”, zegt Klaas de Vries.

„Er heerst hier een bestuurlijke monocultuur”, zegt Hans Agterberg. Hij was jarenlang actief in het buurt-, opbouw- en jeugdwerk in de regio en runt er thans het organisatieadviesbureau Spankracht.

De PvdA, zijn eigen partij, is al jaren de grootste in de regio, maar denkt te behoudend, vindt Agterberg. Om een doorbraak te forceren, hielp Agterberg in 2002 de tijdelijke Stichting Innovatie Veenkoloniën oprichten, een particuliere stichting die plannen heeft gemaakt voor het gebied. Dat resulteerde onder meer in de leerstoel die Dirk Strijker nu bekleedt aan de Universiteit Groningen. „We wilden discussie veroorzaken, dat is gelukt. Maar er moet nog veel gebeuren.”

PvdA-gedeputeerde Ali Edelenbosch gaat binnenkort naar Den Haag, voor een gesprek met de nieuwe minister van Wijken, Ella Vogelaar. „Er is geld voor probleemwijken in de steden, maar die hebben we hier ook”, zegt Edelenbosch. Er liggen hier zoveel kansen, zegt zij. „De openheid van het landschap, de pioniersgeest van de bevolking is uniek”, beaamt Hans Agterberg. „Dat trekt niet alleen kansarmen, maar ook vrije geesten aan.”

„Ergens hier”, wijst Klaas de Vries door zijn autoruit, „heeft een ondernemer zich gevestigd die gespecialiseerde materialen verkoopt voor bergbeklimmen. Hij verkoopt zijn spullen via internet, dus het maakt niet uit waar hij zit. Híer heeft hij de ruimte.”