Vingboons tekende perfect wat hij nooit zag

Tentoonstelling: Land in zicht: Vingboons tekent de wereld van de 17de eeuw. Kunsthal Rotterdam. T/m 15/4. Catalogus (uitg. Waanders), 160 blz., € 22,50. Inl.: 010-4400300 of www.kunsthal.nl.

Zoals welgestelde stedelingen thuis foto’s ophangen van hun buitenhuizen, zo versierden in de zeventiende eeuw de besturen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) hun hoofdkwartieren met voorstellingen van hun overzeese belangen. Die schilderingen van nederzettingen, forten, factorijen en andere handelsposten waren gebaseerd op het werkmateriaal van zeelui: routekaarten, kustlijnen en plattegronden die opvarenden van de Nederlandse schepen ter plekke hadden gemaakt en die zorgvuldig werden bewaard in speciale, afgesloten kamers in de kantoren van de compagnieën. Tot de mooiste van dergelijke sierkaarten en atlassen behoren de aquarellen van Johannes Vingboons, waarvan er nu een zestigtal is verzameld in een tentoonstelling in de Rotterdamse Kunsthal. De expositie is vooral bijzonder omdat nooit eerder zo veel van zijn kaarten bijeen zijn gebracht, en omdat er atlassen te zien zijn uit onder meer de bibliotheek van het Vaticaan, die nooit eerder werden uitgeleend.

Sommige kaarten zijn echte plattegronden, zoals die van het toenmalige Nieuw Amsterdam. Uiterst minutieus heeft Vingboons alle 342 huisjes, tuintjes en zelfs boompjes getekend die destijds op het puntje van Manhattan stonden rondom het Hollandse fort. Vaker vertonen de kaarten kustgezichten, soms in een combinatie van een aanzicht van de kustlijn met een overzicht van het achterland in vogelperspectief.

Meestal beperkt de interesse zich tot Nederlandse nederzettingen aan de kusten van het oosten van Noord-Amerika, de Caribische eilanden, Brazilië, India, Indonesië en China. Maar ook bracht Vingboons plaatsen in beeld die, zoals Havana op Cuba of João Pessoa in Brazilië, niet in Hollandse handen waren, maar waar handel werd gedreven met Spanjaarden of Portugezen. Kenmerkend voor Vingboons’ kustgezichten zijn de zeilschepen op de voorgrond. Vaak vuren ze, om onduidelijke redenen, in witte wolkjes kanonskogels af en meestal zijn ze voorzien van de vlag van de natie die het in de betreffende kolonie voor het zeggen had.

De Amsterdammer Johannes Vingboons (1616/17-1670) stamde uit een kunstenaarsgeslacht dat uit Antwerpen afkomstig was. Hij trad als waterverfschilder in de voetsporen van zijn grootvader Philip en zijn vader David; de beroemde architecten Philip en Justus waren zijn broers. De twee ontwierpen vele grachtenpanden in Amsterdam waarvan Philips stadspaleis op de Kloveniersburgwal 95 uit 1642 een van de mooiste is. Een constante in de artistieke opleiding in de familie was de cartografie. David, die als aquarellist aanvankelijk niet hoog in aanzien stond, won aan prestige toen hij in Amsterdam ging samenwerken met kaartmaker Willem Janszoon Blaeu. Hij beperkte zich voornamelijk tot de cartouches en decoraties. Vier van zijn zoons werden opgeleid in de kaartenbranche, maar Johannes was de enige die er later zijn broodwinning van zou maken.

Het atelier van Vingboons en zijn assistenten en kopiisten werkte nauw samen met de Amsterdamse uitgever en cartograaf Joan Blaeu, de zoon van Willem. Blaeu (1596-1673) was baas kaartmaker van de VOC en initieerde verschillende grote atlasprojecten waarvan plattegronden, stadsgezichten, kustprofielen en zeekaarten deel uitmaakten. Vingboons heeft honderden kaarten gemaakt voor Blaeu, en had via hem toegang tot het enorme reservoir aan beeldmateriaal waarop hij zijn kaarten baseerde. Want dat is het opvallende aan Vingboons’ werk: zijn kaarten tonen nauwkeurige weergaven van allerlei exotische plaatsen, zonder dat de schilder er ooit zelf is geweest. Het weerhield voorname verzamelaars, zoals koningin Christina van Zweden en groothertog Cosimo III van Toscane, er niet van Vingboons’ kaarten te bestellen voor hun kunst- en rariteitenverzamelingen. Zij droegen hun wereldwijsheid uit met prachtige topografische voorstellingen uit de tweede hand.