Klaxons: feest, feest, wel veertig minuten

Concert: Klaxons. Gehoord: 3/3 Melkweg, Amsterdam.

Nog geen dertig seconden hadden de Klaxons nodig om de volle Melkweg aan het springen, joelen en stagediven te krijgen. Glowsticks (fluorescerende armbandjes) vlogen in het rond, teksten werden massaal meegebruld, publiek danste op het podium. Kortom: feest bij de vaandeldragers van de ‘rave’.

De standaard-set van veertig minuten met vooropgenomen tapes en een vluchtige medley van nummers van hun debuutalbum Myths Of The Near Future voegde niets toe aan het optreden waarmee de groep in november het London Calling-publiek aan de voeten kreeg.

‘New rave’ is als trend eigenlijk al uitgeraasd nu het fenomeen in Nederland aanspoelt. Bands als Klaxons, Sunshine Underground en Shitdisco brengen dansmuziek gespeeld door rockmuzikanten, met gebruikmaking van elementen uit house en disco.

Vooral de snerpende synthesizerklanken, liefst uit zo goedkoop mogelijke instrumenten, springen eruit. De toevoeging van een drummer aan Klaxons’ driemansbezetting heeft ze wel levendiger gemaakt, maar nog niet zeker genoeg om de ingeblikte ritmes af te zweren. Dat geeft hun muziek iets kermisachtigs: kitscherig klatergoud met castratenstemmetjes in discoverpakking.

Sterke nummers hebben ze genoeg: het retro-futuristische ruimtevisioen Antlantis to interzone en de paringsdans in falset Golden skans voorop. Onder de schijnbaar oppervlakkige vrolijkheid schuilt onvermoede diepgang, want deze voormalige literatuurstudenten Engels verwerken citaten van Thomas Pyncheon en William Burroughs in hun teksten.

Maar op het podium zijn ze één en al uitbundigheid, met ondeugende verwijzingen naar het softdrugs-walhalla Amsterdam en hartelijke aanmoediging voor de vele fans die zich van het podium soms op gevaarlijke wijze in het publiek stortten. De muziek van de Klaxons lokt het uit, want dit is het nieuwe hedonisme van de kan-niet-op-generatie.