Irak-onderzoek blijft achter ‘ijzeren gordijn’ Nog veel vragen over politieke steun aan oorlog

De PvdA moest de wens voor een onderzoek naar de politieke steun aan de Irak-oorlog inslikken. Wat valt er eigenlijk te verbergen?

ROTTERDAM, 5 MAART. - Het was scherp verbaal geschut dat Bert Koenders, tegenwoordig PvdA-minister voor Ontwikkelingssamenwerking, maar destijds oppositioneel Tweede Kamerlid, op 30 juni 2004 in het parlement hanteerde. „Ondemocratisch”, noemde hij de opstelling van de regering, nadat toenmalig minister Kamp (Defensie, VVD) in een debat had duidelijk gemaakt dat er geen nadere informatie zou worden verstrekt waarom het kabinet-Balkenende in 2003 de oorlog tegen Irak politiek steunde. „Het ijzeren gordijn is gevallen”, stelde Koenders bitter vast.

Bijna drie jaar later is duidelijk dat ook mét Koenders en de PvdA in de regering dat gordijn voorlopig gesloten zal blijven. De sociaal-democraten hebben de altijd fel gepropageerde wens voor een onderzoek naar de Irak-kwestie in de onderhandelingen tijdens de vorming van het nieuwe kabinet moeten laten vallen. De formatie was wel de plek waar de PvdA een ‘Irak-onderzoek’ had kunnen afdwingen, want in de Tweede Kamer is te weinig steun. Zelfs als de PvdA-fractie vóór zou zijn, is er geen meerderheid.

Waarom ligt zo’n onderzoek, dat in veel andere landen wél werd uitgevoerd, zo gevoelig? Of scherper: waarom is coalitiepartner CDA eigenlijk zo mordicus tégen waarheidsvinding naar de afwegingen die in 2003 leidden tot politieke steun aan de oorlog?

Vaststaat dat premier Balkenende een centrale positie inneemt. In zijn verzet tegen een onderzoek benadrukt de minister-president steeds dat de reden voor het verlenen van de politieke steun in de voortdurende weigering van Irak lag om VN-resoluties uit te voeren. Inderdaad was dat een rode draad in de argumentatie van de Nederlandse regering.

Maar dat neemt niet weg dat de zaak, óók in Den Haag, gecompliceerder lag dan alleen maar de schending van de resoluties. Nadien uitgelekte vertrouwelijke documenten, maar ook openbare bronnen, laten twee essentiële kwesties zien: de legitimiteit van de oorlog. En het vraagstuk over de massavernietigingswapens. Juist over deze twee aspecten bestaan nog veel onbeantwoorde vragen.

Neem de aanwezigheid en acute dreiging van de massavernietigingswapens.

Vervolg ONDERZOEK: pagina 6

onderzoek

Nog veel vragen over politieke steun aan oorlog

Vervolg van pagina 1

Voor de initiatiefnemers van de aanval, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, gaven die massavernietigingswapens de doorslag om militair in te grijpen. En hoewel Nederland de schending van de VN-resoluties door Bagdad onderstreepte, speelden de massavernietigingswapens ook hier.

Ingrijpen van de internationale gemeenschap, zei oud-minister van Buitenlandse Zaken De Hoop Scheffer vlak voor de oorlog, „ligt voor mij nagelvast in de kwestie van de massavernietigingswapens”. En Balkenende zelf stelde op 18 maart 2003, in het historische Kamerdebat waar de politieke steun werd uitgesproken: „De essentie is echter de ontwapening van een agressor die massavernietigingswapens in zijn bezit heeft.”

Die massavernietigingswapens zijn in Irak nooit gevonden. En inmiddels is ook duidelijk dat veel informatie van buitenlandse inlichtingendiensten onjuist was. Dat roept óók vraagtekens op over de Nederlandse opstelling. Want het kabinet heeft altijd ontkend dat Nederland klakkeloos gegevens van buitenlandse inlichtingendiensten overnam. Sterker, er is altijd beklemtoond dat Nederland een „zelfstandige afweging” maakte over het ‘dreigingsbeeld’ van destijds. Waaruit bestond die Haagse afweging eigenlijk? Wat rapporteerden de eigen inlichtingendiensten bijvoorbeeld precies over de Iraakse dreiging? De inhoud van vertrouwelijke documenten van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD), die NRC Handelsblad in juni 2004 publiceerde, geven in ieder geval aan dat de MIVD aanzienlijk genuanceerder dacht over de massavernietigingswapens dan de Amerikaanse en Britse leiders in hun conclusies deden blijken. Wat deed de regering daarmee? En waarom werden die nuances nooit met de Kamer gedeeld?

Soortgelijke vragen zijn er ook over de volkenrechtelijke legitimatie van de oorlog, die immers zonder expliciete resolutie van de VN-Veiligheidsraad werd ontketend. In het debat van maart 2003 zei Balkenende dat aan de Nederlandse steun „een sluitende juridische redenering” ten grondslag lag en dat „aan de rechtsgrond is voldaan volgens internationaal recht”. Intussen heeft een indrukwekkende lijst buitenlandse politici en deskundigen erkend dat er grote twijfels zijn bij de rechtmatigheid van de oorlog. Een belangrijk advies van de hoogste Britse juridisch adviseur, lord Goldsmith, bleek veel genuanceerder dan in 2003 naar buiten was gebracht. En de Amsterdamse hoogleraar en lid van de adviescommissie volkenrechtelijke vraagstukken prof. André Nollkaemper noemde de Nederlandse politieke steun aan de oorlog onlangs zelfs in strijd met de Grondwet.

Maar ook destijds waren er al twijfels, bleek uit eerder onderzoek van deze krant. De directies juridische zaken van zowel de ministeries van Defensie als Buitenlandse Zaken stelden vóór de oorlog nota’s op waarin ze helemaal geen ‘sluitende juridische redenering’ zagen. Integendeel. Zo schreef Defensie dat „alleen een mandaterende resolutie” van de Veiligheidsraad kan dienen als „grondslag voor een rechtmatige aanval”. En Buitenlandse Zaken wees erop dat de bewuste resolutie 1441 „niet per definitie kan worden opgevat als een machtiging tot het gebruik van geweld”. Waarom legde de regering deze waarschuwingen terzijde? En waarom werden ze nooit aan de Kamer gemeld?

Een volledig beeld over de Nederlandse afweging om de oorlog politiek te steunen is er dus nog steeds niet. Bekend is wel dat er op verschillende departementen documenten liggen die daar wellicht meer duidelijkheid over kunnen verschaffen. De Tweede Kamer heeft daar ook om gevraagd, maar het vorige kabinet heeft die stukken nooit openbaar willen maken omdat het parlement reeds afdoende zou zijn ingelicht.

Zo blijven er vragen. En kunnen voorstanders van een onderzoek naar de Irak-kwestie de destijds gehanteerde beeldspraak van Bert Koenders over het gevallen ‘ijzeren gordijn’ blijven gebruiken.

Het eerdere onderzoek naar de besluitvorming om de oorlog tegen Irak te steunen werd gepubliceerd op 12 juni 2004 en is na te lezen via www.nrc.nl/binnenland