Het risico van de beurs

De schrik zat er vorige week goed in op de effectenbeurzen. Na een koersval op dinsdag in China, gevolgd door een donkere speech van de oud-bankier Greenspan over de Amerikaanse economie, daalden de aandelenkoersen flink. In Amsterdam moest de AEX-index terug tot 480 punten, en vaagde zo de koerswinst sinds september 2006 weg. Aan het begin van de nieuwe week is de sfeer nu gespannen, want het is niet zeker of al het leed geleden is.

De aandelenkoersen lopen daarbij het meest in het oog, want die zijn voor iedereen zichtbaar en begrijpelijk. Maar in feite moet er gekeken worden naar de complexe kredietmarkten, waar te veel geld op zoek is naar een bestemming. Het resultaat is niet alleen dat de koersen van aandelen zijn opgedreven, met name bij de nieuwe toetreders tot de wereldeconomie zoals China. Door de grote vraag naar mogelijkheden om bijvoorbeeld in staatsleningen en obligaties (een lening van een bedrijf) te beleggen, is de effectieve rente op deze leningen zodanig gedaald dat zelfs de meest wankele debiteuren weinig méér rente betalen dan de stevigste westerse overheden. Het risicobewustzijn is in sommige markten vrijwel verdwenen. De kredietmarkt lijkt in dit opzicht op de aandelenmarkt tijdens de dotcomzeepbel van 1999 en begin 2000.

De financiële markten zijn daardoor kwetsbaar geworden voor tegenslagen. Dat geldt voor de Amerikaanse huizenmarkt, waar een groeiend aantal huizenbezitters de hypotheek die zij zo makkelijk konden krijgen, niet meer kan terugbetalen. Het kan ook gaan gelden voor het hele internationale overnamecircuit. Gekochte bedrijven die volgestopt zijn met schulden, kunnen weinig tegenwind aan. Veel nieuwe grote beleggers zijn kwetsbaar voor onverwacht grote koersschommelingen, want zij maken zelf uitbundig gebruik van geleend geld om zo meer winsten te kunnen boeken.

Onder het waarneembare oppervlak van de financiële markten is de afgelopen tien jaar bovendien een enorm en buitengewoon complex financieel netwerk ontstaan. Beleggers lenen bijvoorbeeld goedkoop geld in Japan, stoppen dat aan andere kant van de wereld in hoger rentende leningen, gaan daarover ruilcontracten aan met anderen, koppelen de risico’s af en verhandelen die weer los door met derden, die op hun beurt verschillende gekochte risico’s weer bundelen en als pakket doorverkopen aan wéér anderen.

Dit is geen uitzondering, het is al lang massaal dagelijkse praktijk. Toezichthouders, met name de centrale banken, geven toe er nog weinig van te begrijpen. Het wordt spannend om te zien hoe dit nieuwe stelsel zich houdt bij een majeure calamiteit. Vorig jaar, toen de beurzen in de lente ook een lastige tijd doormaakten, overleefde het financiële systeem na de eerste schrik de storm goed. Dat kan ook ditmaal gelden, zelfs als de correctie van nu nog even doorzet. Maar er komt een tijd dat deze prachtige nieuwe wereld onder zware omstandigheden wordt getest. Het zou goed zijn als het toezicht de inhaalslag tegen die tijd al heeft gemaakt.