Handdoeken in één kleurenspectrum

Dertig worden ging nog wel. Dat kwam omdat ik me er een vol jaar op had voorbereid. Terwijl ik nog negenentwintig was, zei ik alsmaar dat ik dertig was als mensen me dat vroegen. Om er vast aan te wennen. Toen ik het eenmaal echt was, ging het antwoorden zonder getergd en confronterend nadenken, en dat was prettig.

Eenendertig was nog makkelijker. Een babydertiger was ik. Jong genoeg, vond ik zelf, om anderen nog spottend ‘dertigers’ te noemen. Ik verkeerde duidelijk aan de onderkant van deze groep, aan de rand; ik hoorde er eigenlijk nog niet bij.

En nu: tweeëndertig. Valt me een stuk zwaarder. Als je me vroeger had gevraagd: op welke leeftijd ben je getrouwd, heb je acht kinderen waarvan twee geadopteerd vanwege je gouden hartje, bezit je een miljoen, heb je een rijbewijs (nee, gemene sadisten, ik heb nog steeds mijn rijbewijs niet), ga je voortvarend met binnenkomende post en rekeningen om, laat je je niet meer leiden door vervelende humeurtjes, heb je handdoeken in één kleurenspectrum, en een grote portemonnee, en verscheidene smetteloze designmeubelen, dan had ik geantwoord: ‘Op mijn tweeëndertigste.’

Dit klopt uiteraard niet, net zoals voor, gelukkig, de meeste mensen van tweeëndertig die ik ken. Maar het is toch een beetje vervelend.

Het kan nog wranger: mijn broer vertelde me dat ze in Rusland, als je ‘pas’ na je dertigste een kind krijgt, heel groot ‘Oude Moeder’ in je paspoort stempelen. Ook als je nog een babydertiger bent.

Voor het eerst van mijn leven heb ik een leeftijd bereikt die ik zelf aan de oude kant vind. Maar ik heb er wel een voordeel aan ontdekt. Dit weekend heb ik al een paar keer gedacht: „Daar ben je nu te oud voor, Aaf.” Stampvoeten en eisen dat er, meteen bij het verjaarsontwaken, een koortje naast mijn bed Lang zal ze leven staat te zingen? Te oud voor. Boos worden dat die-en-die niet gebeld hebben om me te feliciteren? Te oud voor. De borden met taartresten dagenlang laten staan? Te oud voor.

De kadootjes die ik kreeg, heb ik trouwens wel naast mijn bed gelegd, zoals altijd. Om er nog even naar te kijken voor het slapen gaan. Daar ben ik ook te oud voor. Veel te oud, zelfs. Maar ik ben gelukkig ook te oud om me te schamen voor mijn kinderachtige gewoontes.