Goede boeken helpen je in de politiek

Bekend van krant en tv, uit het niets in de Kamer. De VVD heeft hoge verwachtingen van de pro-Amerikaanse historicus Arend Jan Boekestijn. Zijn ambitie: met argumenten het debat terugbrengen in de politiek.

‘De Tweede Kamer is de meest agressieve omgeving die je kunt verzinnen”, schrijft Kamerlid Arend Jan Boekestijn (47, VVD) op zijn persoonlijke pagina op de website van de Tweede Kamer. „Je moet echter niet bang zijn in het leven. En bovendien hoef je in zo’n omgeving niet zelf een rat te worden. Mijn vrouw en mijn vrienden waren aanvankelijk verbaasd over mijn kandidatuur voor de Tweede Kamer. Zij herinnerden mij eraan dat ik een prachtige carrière had; als ik mijn studenten mag geloven geef ik niet al te beroerd college, ik reisde de hele wereld af en had toegang tot pers, radio en tv.”

Tot nu toe lijkt het met die agressie echter wel mee te vallen. Zeker: SP-leider Jan Marijnissen, die op zijn eigen website na elk tv-optreden van Boekestijn meldt weinig met de VVD’er op te hebben, raadde hem al voor de verkiezingen aan: „Arend Jan, neem mijn advies aan: ga iets anders doen”. Maar in de Kamer is het tot nu toe vrij stil gebleven rond Boekestijn. Op 22 november kwam hij als nieuwkomer in de politiek hoog (nummer 14 van de lijst) binnen voor de VVD. Door de lange demissionaire status van het kabinet, en het huidige verkiezingsreces zijn Boekestijns zichtbare parlementaire activiteiten tot nu toe beperkt gebleven tot scherpzinnig luisteren op de achterbank.

Wel diende Boekestijn een motie in, samen met PVV-collega Hero Brinkman, over een mogelijk onderzoek naar de „informatiestromen van Defensie naar de pers”, die verder alleen de steun van de SGP kreeg. Voor het overige leeft Boekestijn, die in het verleden bekendheid genoot als columnist en schrijver van opiniestukken in kranten, zijn neiging tot polemiseren vooral uit op zijn weblog op de VVD-site. De kranten die hem eerder onderdak boden, zonden Boekestijn – tot zijn verwondering – heen als medewerker, toen vorig jaar bekend werd dat hij op de VVD-lijst voor de Kamerverkiezingen zou komen.

Vooral de pers moet het in Boekestijns weblog nogal eens ontgelden. De anonieme schrijver van een hoofdartikel in NRC Handelsblad, waarvan de strekking was dat Nederland en de Europese Unie hun best moesten doen om een preventieve oorlog tegen Iran te voorkomen, krijgt te lezen dat dit een ‘efemere stelling’ is: Nederland kan hier immers niets aan doen en een Iraans kernwapen kan niet worden getolereerd. „Misschien was de schrijver van het stuk oververmoeid?”, vraagt Boekestijn zich af.

Boekestijn werd in 1959 in een intellectueel gezin geboren – zijn vader was later hoogleraar sociale psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Op diens begrafenis, vorig jaar, realiseerde Boekestijn zich naar eigen zeggen door de vele aanwezigen dat de vorige generatie meer tijd had voor het onderhouden van sociale contacten dan de zijne. Korte tijd na zijn vader overleed ook zijn moeder.

Studeren deed Boekestijn zelf ook aan de VU, geschiedenis en politiek. Links was hij niet in die tijd. Met huiver memoreert Boekestijn op zijn website het optreden van de latere PvdA-politicus Dick Benschop, die als linkse student bij een studentenactie over het universiteitsbestuur zou hebben gezegd „dat hun democratie de onze niet is”. Boekestijn was corpsstudent. Zijn studievriend David de Krijff, die later in de jaren 1987-1989 contact met hem had aan de Europese universiteit in Florence: „Het waren, onder de Nederlandse studenten in Florence, nog de naweeën van de jaren zeventig en de meesten waren onze types niet. Wij waren toch een beetje meer uit de corpsballenhoek.” „Ik vond hem toen minder rechts dan nu”, vindt een andere studievriend uit Florence, Coert Arends. „Ik denk bijvoorbeeld niet dat hij toen al zo enorm pro-Amerikaans was”.

In 1989 werd Boekestijn docent geschiedenis aan de Universiteit van Utrecht, in het bijzonder voor het Europees staatkundig systeem in de negentiende en twintigste eeuw. Ook op de gang van het instituut is hij, meent collega-docent David Onnekink, iemand die „het debat opzoekt”, net als later in zijn columns of bij televisie-optredens. „De studenten vinden hem leuk, omdat hij provoceert. En hij werkt heel hard en gaf vreselijk veel colleges, in dat opzicht is hij een vakidioot”. Zijn colleges – in verband met het Kamerlidmaatschap nu gereduceerd tot één college op vrijdag – waren en zijn dan ook populair. Boekestijn is een van de weinige universitaire docenten met staanplaatsen.

In kranten manifesteerde hij zich pas veel later: in 2003 kreeg Boekestijn een politieke column in de Gelderlander, die ook verscheen in sommige andere regionale dagbladen. Nadat de Gelderlander in 2005 opging in het Algemeen Dagblad, ging hij met zijn stukken de boer op: de Volkskrant, de Telegraaf, NRC Handelsblad. Als rechtse opiniemaker bleek hij ook bij de omroep gevraagd: hij kwam geregeld bij Barend en van Dorp.

In de columns komt een min of meer consistent gedachtegoed naar voren, dat ook de inzet van zijn Kamerlidmaatschap lijkt te zijn. Een grote bewondering voor de Britse (linkse) politicus Tony Blair bijvoorbeeld, omdat die – met name bij de inval in Irak in 2003 – niet schroomde om urenlang vriend en vijand te overtuigen van de juistheid van deze stap. Zo’n politiek van overreding steekt volgens Boekestijn zeer gunstig af bij de Nederlandse politieke gewoonte om toch vooral dingen te doen waarvoor al draagvlak bestaat. Hij droomt er van het echte debat met argumenten in de politiek terug te brengen.

Boekestijn verdedigt die inval in Irak tot op heden, zoals hij ook een warm voorstander is van het NAVO-optreden in Afghanistan. Dat hangt samen, vertelt hij, met een omslag in zijn denken na 11 september 2001. Tot die tijd ging zijn voorkeur naar het genre Realpolitik waar de voormalige Amerikaanse buitenland-tsaar Henry Kissinger bekend mee werd: het Westen heeft in de wereld niet zozeer idealen, maar belangen. Die benadering heeft ‘9/11’ echter niet kunnen verhinderen, constateert Boekestijn, en dus is er wel degelijk ruimte voor een idealistische, democratie-gezinde benadering in de buitenlandse politiek.

In het verlengde van deze opvatting is de houding van Boekestijn tegenover ontwikkelingssamenwerking positiever dan die de laatste jaren bij de VVD gebruikelijk is geweest. De vertolker van die lijn in de afgelopen jaren was Zsolt Szabó, die deze bij de VVD traditioneel weinig prestigieuze portefeuille de laatste vier jaar beheerde. Szabó stond bij de jongste verkiezingen niet op een prominente plaats.

Nietsdoen is geen optie, meent Boekestijn, in Afrika evenmin als elders op de wereld: er is de noodzaak van terrorismebestrijding, er is de dreigende massale immigratie uit arme landen, er is de geopolitieke concurrentie van de Chinezen in Afrika. De nieuwe VVD-woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking legt deze inzichten in een nog te verschijnen nota, ‘Het verdriet van Afrika’ nader uit.

Behalve woordvoerder Ontwikkelingssamenwerking is hij in de fractie ook woordvoerder voor een deel van de Defensie-portefeuille – ambities ten aanzien van het buitenlands- of Europees beleid moesten tot nu toe wijken voor de gevestigde positie van fractiegenoot Hans van Baalen. Die doet ook vredesmissies – het belangrijkste en meest in het oog lopende deel van de Defensie-portefeuille. Boekestijn doet al het andere, zoals personeelsbeleid en materieelaanschaf – onderwerpen die vroeger over meer Kamerleden waren verdeeld.

Zijn eerste kennismaking met de praktische politiek kwam in 2002, toen VVD-minister Henk Kamp van Defensie een wekelijks op maandag bijeenkomend, informeel praatgezelschap inrichtte, teneinde met mensen van buiten zijn ministerie te kunnen bomen over de toekomst van Defensie, en de plaats van Nederland in de wereld. Boekestijn was zeer actief in dit, met het vertrek van Kamp inmiddels weer ontbonden gezelschap, vertelt generaal b.d. Van Kappen, eveneens lid van de groep. „Hij is niet op z’n mondje gevallen en is er de man niet naar om bij het uitspreken van een mening eerst na te gaan hoe die ligt in de groep. Je merkt dat hij een historicus is. Hij spreekt niet zomaar, zijn sterke meningen zijn wel degelijk ergens op gebaseerd.”

Toen hij vorig voorjaar van VVD-zijde werd opgebeld om een advies te schrijven over de Turkse toetreding tot de Europese Unie – vóór toetreding onder strenge voorwaarden – voelde hij het ‘kriebelen’, zegt Boekestijn zelf. Op een avond aan de bar in het Haagse perscentrum Nieuwspoort vroeg hij voormalig VVD-fractieleider Jozias van Aartsen, wat die ervan zou vinden als hij, Boekestijn, zich kandidaat zou stellen voor de Tweede Kamerfractie van de VVD, een partij waar hij op dat moment overigens geen lid van was.

„Ik kan me dat nog wel herinneren”, zegt Van Aartsen nu. „Ik heb gezegd dat dat een goed idee was, en laten doorschemeren dat er wat mij betreft een positie hoog op de lijst inzat. Ik vond hem een verfrissende man, die intelligent is en durft te debatteren.” Steun van enkele VVD-prominenten – Kamp, Bolkestein, Hoogervorst – en een gesprek met de scouting commissie van de VVD deden de rest.

Dus daar zit hij dan, beurtelings twee mobiele telefoons aannemend – één van vroeger en één van de Kamer – in het vertrek van het Kamergebouw dat tot vorig jaar voor Ayaan Hirsi Ali was. Hij heeft het druk, zeer druk, vertelt hij met grote regelmaat op zijn website: slapen is er maar nauwelijks bij, voor het lezen van internationale kranten heeft hij geen tijd meer, nachtwerk is regel.

„Politiek gaat over het vellen van goede oordelen, in de goede woorden”, meent Luuk van Middelaar, als jong filosoof tot vorig jaar als politiek secretaris verbonden aan de VVD-fractie. „Dan helpt het als je de goede boeken gelezen hebt. Natuurlijk gaat politiek ook voor een groot deel over aardse zaken als het opnemen van ivf in het ziekenfonds. Enfin hij zal het wel merken.”

„Ik vind hem wel een aanwinst in de Kamer”, zegt vriend De Krijff. „Het parlement kan wel wat meer grondigheid gebruiken.” Vriend Arends, adviseur in de semi-overheidsfeer, is iets gereserveerder: „Ik schiet in de lach als ik op zijn weblog lees dat oppositie voeren met de huidige coalitie nog nooit zo makkelijk is geweest. Ik ben erg benieuwd. Als je je niets wilt aantrekken van de politieke correctheid, krijg je dat als een boemerang terug. Hij is wel charmant-provocerend, maar wat gebeurt er als hij compromissen moet sluiten, of tegenover een geslepen machtspoliticus, type Melkert, komt te staan?”

„Volgens mij staat hij niet naïef in de slangenkuil”, zegt Van Aartsen. „Hij begrijpt hoe het spel gespeeld wordt, heb ik gemerkt. Hoe het afloopt, weten we over vier jaar.”

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Goede boeken helpen je in de politiek (5 maart, pagina 2) staat dat het regionale dagblad de Gelderlander in 2005 opging in het Algemeen Dagblad. Dat is niet juist. De Gelderlander is een uitgave van Wegener dagbladen, niet van AD nieuwsmedia.