En dan nu....... iets heel anders

Er is een Nederlandstalige voorstelling gemaakt van Monty Python’s Flying Circus.

„Dat het geestig is, heeft ons enorm in de weg gezeten.”

De man op de beddenafdeling wil een bed. De verkoper noemt een prijs die hem de haren te berge doen rijzen. Hij blijkt een notoir overdrijver te zijn – elk bedrag dat hij noemt, is in werkelijkheid tien keer te hoog. Dan komt er een tweede verkoper bij om te vertellen wat de afmetingen van een bepaald model bed zijn. Maar alles wat deze man zegt, moet door de klant met drie worden vermenigvuldigd. Het wordt alleen nog maar erger als zich een derde verkoper met een derde afwijking aandient. Zodra deze het woord matras hoort, trekt hij een papieren zak over zijn hoofd. In plaats van matras moet de klant hondenmand zeggen, waarschuwt de afdelingschef. Maar op de vraag naar hondenmanden verwijst de derde verkoper hem naar de afdeling huisdieren. Toch maar een matras dan? Nee, dan gaat de papieren zak over het hoofd. Alleen het zingen van een canon redt de situatie.

Er zijn er die in deze gebeurtenissen onmiddellijk de scène Buying a bed zullen herkennen uit de achtste aflevering van de BBC-serie Monty Python’s Flying Circus, voor het eerst uitgezonden op 7 december 1969. Ondanks het feit dat bovenstaande omschrijving hopeloos tekortschiet, zoals elke beschrijving van een Monty Python-scène. De waanzinnigste tv-serie aller tijden laat zich niet in woorden vangen.

Ook niet nu de sketch wordt gespeeld door de acteurs Eva van der Gucht, Arnoud Bos, Finn Poncin en Jeroen Spitzenberger, in een Nederlandstalige voorstelling onder de contractueel verplichte titel Monty Python’s Flying Circus, in plaats van door de makers John Cleese, Michael Palin, Graham Chapman, Terry Jones en Eric Idle. Het is de openingsscène, die destijds op de televisie werd afgebroken door een protesterende kolonel („I’ve noticed a tendency for this programme to get rather silly”). Maar op het toneel moeiteloos overgaat in de sketch over de reclameman die op het matje wordt geroepen omdat hij het woord ‘koffie’ in de campagne voor Conquistador Instant Coffee heeft vervangen door het woord ‘lepra’. En zo gaat het verder, van de ene scène in de volgende, ruim vijf kwartier lang.

„Dat kàn toch niet leuk zijn?” zei menigeen tegen theaterproducente Inge Bos, toen zij het initiatief nam om een Nederlandstalige theaterversie van Monty Python te maken. „Maar ik heb het in Parijs zien doen door een Franse groep en was daarvan enorm gecharmeerd. En daarna een tweede keer, in Londen, in het Frans met Engelse boventitels. „De Pythons hebben een humorsysteem geschapen dat in elke taal kan worden vertaald”, zei de Franse producent Rémy Renoux in een BBC-interview. Ook toen vond ik het enig. Al wist ik wel meteen dat ik het voor Nederland heel anders wilde, veel meer als een doorlopend toneelstuk.”

Een dvd-registratie laat zien hoe het daar toeging. Vier mannen en een vrouw, die niet alleen de sketches speelden, maar ook de liedjes uit diverse Python-films zongen. En uiterst consequent zeiden ze telkens ook: „Et maintenant quelque chose de complètement différent”, naar het voorbeeld van de tekst „And now for something completely different” die in de tv-serie vaak de enige verbinding vormde van de ene naar de andere sketch. Het oogt als een burlesk soort variété, waarin de acteurs eerst nog met uitgestreken hoofden op het toneeltje staan – bolhoeden op en regenjassen aan – maar allengs uitzinniger worden. Hier lijkt het Franse joie de vivre het te winnen van de Engelse ‘stijfheid’ die zo’n nummer des te zotter maakten.

Zelfs het fameuze ‘Ministery of Silly Walks’ werd nagespeeld. Het is misschien wel het meest herhaalde fragment uit de hele serie, die van 1969 tot 1974 voortduurde: John Cleese als minister van malle loopjes, die zich over zijn beperkte budget beklaagt tegenover een heertje dat subsidie komt aanvragen om een eigen mal loopje te ontwikkelen. ‘Les démarches ridicules’ is echter lang zo ridicuul niet; in het Frans is de minister alleen maar een gek mannetje, volstrekt gespeend van de autoriteit die Cleese ondanks alles bleef uitstralen. Wel ontbrak een andere klassieker: de man (opnieuw Cleese) die zich in een dierenwinkel uitput in het gebruik van synoniemen om duidelijk te maken dat zijn net aangeschafte papegaai nu al dood is. Zulk exuberant Engels liet zich blijkbaar lastig vertalen.

„Wie de rechten krijgt”, zegt Inge Bos, „mag zelf de beste scènes kiezen. Dat is niet contractueel voorgeschreven. En je kunt ook zelf de volgorde bepalen. Je mag alleen niet gaan rommelen binnen de sketches, maar dat zijn we natuurlijk nooit van plan geweest. We zijn fans.” Voor de Nederlandse versie heeft ze vorig jaar een reading georganiseerd met een aantal scènes die door Barbara van Kooten werden vertaald uit de in twee kloeke boeken gebundelde tv-teksten. „Ik heb die toen laten spelen door acteurs en cabaretiers, dat leek me een leuke combinatie. Maar bij nader inzien vond ik toch dat je beter met echte acteurs kunt werken als je het de vorm van een toneelstuk wilt geven.”

Van Kooten vertaalde nog veel meer scènes, waaruit regisseur Mark Timmer een keuze maakte – nadat hij eerst zijn eigen aarzelingen had overwonnen. „Wie zit er te wachten op Monty Python in het Nederlands?” herhaalt hij zijn aanvankelijke reserves. „ Voor de Fransen was het anders, die hebben het origineel nooit anders dan in nagesynchroniseerde vorm gehoord. Dus ik dacht: wat zet ik nou op het toneel? Iemand die John Cleese nadoet? Maar van dat genie moet je afblijven, het heeft ook geen zin Charlie Chaplin na te doen. De silly walks doen we dus niet. De vraag was alleen: wat wél?”

En toen, zegt Timmer, dacht hij opeens aan Brazil, de uit 1985 daterende film van Terry Gilliam die ooit met zijn animaties het zesde Python-lid was geweest: „Ik zag mensen die verloren rondlopen in een infernale wereld, een dolgedraaid kafkaësk universum waarin je zesduizend formulieren moet invullen zonder een stap verder te komen. En ik realiseerde me dat er in veel Python-sketches ook zoiets gaande is. Zoals de man die een bed komt kopen en in een hel belandt. In dat soort scènes zit volgens mij veel ingehouden agressie en kwaadaardigheid. En dat dolgedraaide, dat alles willen regelen, hebben we tegenwoordig ook in Nederland. Dat is echt niet alleen iets Engels.”

Tijdens de repetities is veel gelachen, vertelt Timmer, om meteen te beamen dat zoiets gevaarlijk is als het om een komisch bedoelde voorstelling gaat. „Juist het idee dat het geestig is”, bevestigt acteur Arnoud Bos, „heeft ons soms enorm in de weg gezeten. Het repeteren van comedy is eigenlijk bloedvervelend, je moet steeds herhalen, herhalen, tempo maken, tot je de goede timing hebt. In het begin hebben we vaak het gevoel gehad dat het niks werd.” Waarop actrice Eva van der Gucht invalt: „Het is pingpongen. Als je elkaar aan het lachen maakt, is het ritme eruit.” Timmer: „Ja, als je zo’n scène zo vaak doet begin je je al gauw af te vragen: wat was hier nou ook weer zo leuk aan? Maar je moet het in zijn waanzin zo serieus mogelijk spelen, anders kan het nooit grappig worden.”

Improviseren hebben ze in elk geval al snel afgeleerd, zeggen de acteurs en Timmer: „Je kunt verzinnen wat je wilt, maar zij waren tóch leuker. Zelfs als je een ietsje meer of minder doet, werkt het al niet meer. Als je een tragedie speelt, maakt het niet zo veel uit of iets tien, twaalf seconden korter of langer duurt. Dat merkt geen mens. Maar bij comedy moet alles precies kloppen.”

De eerste try-out in het Zaantheater in Zaandam is ongeveer wat Timmer voor ogen stond, zegt hij na afloop, maar nog niet helemaal. Niet voor niets gaat er een try-outperiode van bijna drie weken aan de première vooraf – ongebruikelijk lang voor een toneelstuk. „Dat hebben we expres gedaan”, zegt Bos: „In dit geval hangt er heel wat af van de timing. De reacties op de eerste avond vond ik nog een beetje tam. Maar een paar dagen later, in Naaldwijk, ging het dak er af.”

Monty Python’s Flying Circus: première woensdag in de Leidse Schouwburg; tournee t/m 16/6. Inl. www.bostheaterproducties.nl