Elke stad wil schone auto’s

Gemeenten zijn dol op klimaatbeleid. Maar veel om het lijf hebben de maatregelen van de steden nu nog niet, zeggen critici.

„Het moet niet bij een symbolische actie blijven.”

De steden hebben het milieu ontdekt. „Milieu is in enkele maanden tijd veranderd van de minst gewilde naar de meest gewilde wethoudersportefeuille”, zegt directeur Mirjam de Rijk van de Stichting Natuur en Milieu.

Vooral de grotere steden zijn „keihard bezig” om een volwassen lokaal milieubeleid vorm te geven, stelt een woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). „De grotere steden hebben de mankracht en kennis om daadwerkelijk iets te doen. De steden zullen niet in hun eentje het klimaatprobleem kunnen oplossen, maar ze hebben wel een voorbeeldfunctie. Door zelf een stevig milieubeleid te voeren, stimuleren gemeenten burgers en bedrijven hun voorbeeld te volgen.”

Amsterdam wil oude woningen isoleren om energie te besparen, en streeft ernaar om in 2015 een „CO2-neutrale organisatie” te zijn. Rotterdam poogt de luchtkwaliteit te verbeteren en heeft plannen om CO2 op te slaan in de zeebodem. Den Haag wil in 2010 minimaal voldoen aan de landelijke Kyoto-doelstelling. Daarnaast wil Den Haag minimaal 75 procent van de gemeentelijke energiebehoefte „CO2-loos” opwekken en de rest compenseren via emissiehandel. Groningen wil in 2025 „de meest duurzame stad” van Nederland zijn. De gemeenteraad wil een tankstation voor biobrandstof, en een windmolenpark.

Vooral de vorig jaar uitgebrachte klimaatdocumentaire van de voormalige Amerikaanse vice-president Al Gore heeft het lokale milieubeleid een stoot gegeven. In gemeentelijke notities keren diens gedachten over de gevolgen van klimaatverandering terug. „Elke gemeenschap, hoe klein ook, zal haar verantwoordelijkheid moeten nemen in de oplossing van de problemen en dilemma’s die daarmee samenhangen”, zo schrijven burgemeester en wethouders van Nijmegen in het onlangs verschenen milieubeleidsplan Bruggen bouwen naar een duurzaam Nijmegen 2007-2010. „Nijmegen kan, bij een hogere temperatuurstijging dan 2 graden Celsius, aan zee komen te liggen. We zitten in hetzelfde schuitje als landen als Bangladesh en Tonga, alleen hebben we de morele plicht én de welvaart om mondiaal mee te werken aan klimaatmaatregelen.” Burgemeester Thom de Graaf gaat rijden in een auto op aardgas. Er komen ‘ambassadeurs’ om het gebruik van zonnepanelen te stimuleren.

De toegenomen aandacht voor milieu van de 443 Nederlandse gemeenten is gedeeltelijk terug te voeren op de Europese verplichting om de luchtkwaliteit te verbeteren. „Gemeenten moeten soms wel maatregelen nemen om de normen voor fijnstof en stikstofdioxiden te halen, omdat ze anders bijvoorbeeld niet mogen bouwen”, zegt directeur Frank Köhler van Vereniging Milieudefensie.

De populairste maatregelen daarbij zijn het opvoeren van de politieke druk van gemeenten op het rijk om de maximumsnelheid op de autosnelwegen in de omgeving te verminderen, meestal tot tachtig kilometer per uur. Ook hoog scoren pogingen om vervuilende vrachtauto’s te weren uit de binnenstad. Verder maken steeds meer gemeenten circulatieplannen om te voorkomen dat bepaalde straten nog langer tot de vieste van Nederland behoren.

„Maar dat gaat erg moeizaam”, signaleert Frank Köhler. „De politiek biedt onvoldoende weerstand aan burgers of bedrijfsleven die liever alles bij het oude laten, bijvoorbeeld met het argument dat de auto’s op lange termijn steeds schoner worden. Terwijl dat echt niet voldoende is om aan de normen te kunnen voldoen. Goedkope oplossingen bestaan niet.”

Veel om het lijf hebben de maatregelen van de steden nu nog niet, meent Lucas Reijnders, hoogleraar milieukunde aan de Universiteit van Amsterdam. „Er gebeurt bar weinig in de steden.” Wie méér wil bereiken dan symboolpolitiek, wie écht iets wil doen aan klimaatverandering, kan het beste een begin maken met het isoleren van woningen in oudere stadswijken. „Daar valt nog veel te winnen”, zegt Lucas Reijnders. „Dat isolatieprogramma is ook goed te combineren met de huidige aandacht voor achterstandswijken.”

De nieuwe minister van milieu, Jacqueline Cramer, wees onlangs op televisie al op het belang van energiezuinige gebouwen. Daarnaast loont het de moeite om als gemeente zuiniger met energie om te gaan, zeker nu de energieprijzen zo sterk zijn gestegen, bijvoorbeeld door het gemeentelijk wagenpark te vervangen. „De nieuwe generatie diesels is al een stuk beter dan de vorige”, aldus Lucas Reijnders.

De beste garantie voor succes is dat de nationale overheid aan de lokale projecten meewerkt. Zonder deze uitdrukkelijke steun is het bijvoorbeeld lastig om „milieuzones” in te stellen, waar vrachtwagens worden geweerd, een maatregel die veel steden overwegen, maar waarbij ze afhankelijk zijn van de vrijwillige medewerking van transporteurs.

Ook is volgens hoogleraar Reijnders „staatsinterventie gewenst” bij het isoleren van oude huurwoningen. Woningcorporaties moeten wettelijk worden verplicht om hun woningen te isoleren, vindt directeur Mirjam de Rijk van Natuur en Milieu, ook al komt het financieel voordeel van de energiebesparing niet bij de investeerder terecht, maar bij de huurder. Die krijgt immers een lagere energierekening. Mirjam de Rijk: „De aandacht voor milieu is fijn. Maar het moet niet bij symbolische actie blijven.”

Op internet staan tips hoe je zelf het klimaatprobleem kan tegengaan. Kijk op: www.hier.nu