Democratie met Chinese trekken

Er is in de Chinese besluitvorming steeds meer ruimte voor overleg en debat.

Kritiek op de communis-tische partij is en blijft taboe.

Toeristen op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking kunnen nu een glimp opvangen van de Chinese democratie. In de Grote Hal van het Volk is vanochtend de jaarlijkse plenaire zitting begonnen van het Nationale Volkscongres – het Chinese parlement. Bijna 3.000 afgevaardigden uit alle delen van het land zijn naar Peking afgereisd. Dat komt ruwweg neer op één parlementaire vertegenwoordiger per 430.000 inwoners.

Het Chinese parlement lijkt op een ‘gewoon’ parlement, met echte volksvertegenwoordigers. De afgevaardigden zullen de komende dagen volop discussiëren over de meest uiteenlopende onderwerpen. Van wettelijke bescherming van privé-eigendom tot onderwijs op het platteland. Het mooie is dat deze volksvertegenwoordigers het laatste woord hebben in China – op papier. Volgens de grondwet is het Nationale Volkscongres het hoogste staatsorgaan. Daarom ook zal premier Wen Jiabao er deze week zijn opwachting maken. Namens de staatsraad, het kabinet, moet hij verantwoording afleggen over het regeringswerk in het afgelopen jaar.

Premier Wen en de afgevaardigden op het Volkscongres nemen hun taken zeer serieus. Maar toch: zij voeren een schertsvertoning op – in westerse ogen. China heeft wel een parlement, maar is geen parlementaire democratie. In China heeft sinds de stichting van de Volksrepubliek in 1949 maar één partij het voor het zeggen en dat is de communistische partij.

Het Volkscongres kun je nog het beste omschrijven als ‘het door de communistische partij gedomineerde parlement van China’. De Chinese leiders spreken het liefst over ‘democratie met Chinese karakteristieken’. Er is de afgelopen jaren steeds meer ruimte gekomen voor overleg en discussie. Maar voor echte dissidentie is nog steeds geen ruimte. Het is de partij die de regie blijft voeren – ook over de uiteindelijke besluiten van het Volkscongres. Kritiek op het gezag van de partij zelf is en blijft taboe.

Dat zal ook niet snel veranderen, denkt premier Wen. Vorige week nog zette hij in een artikel in het Volksdagblad uiteen dat het leiderschap van de partij cruciaal is in „de eerste fase van het socialisme waarin China nog steeds verkeert”. En, voegde hij eraan toe, die ‘eerste fase’ zal nog heel lang duren, misschien wel honderd jaar.

De Belgische China-watcher Gustaaf Geeraerts (57) vindt die uitspraak niet verrassend. Hij denkt dat de meeste mensen in China het eigenlijk wel met premier Wen eens zullen zijn. Niemand zit te wachten op avonturisme. „Dat heeft te maken met diepgewortelde angst voor chaos in China”, zegt hij. „En men voelt zich ook niet bepaald aangemoedigd door de gebeurtenissen in Rusland na de val van de Sovjet-Unie”.

Geeraerts is hoogleraar aan de Vrije Universiteit van Brussel en directeur van het Brussels Institute of Contempory China studies – een samenwerkingsverband met de Renmin Universiteit in Peking. Met onderzoeker Jonathan Holslag publiceerde hij onlangs het boek Macht of mythe – Achter de schermen van het Chinese groeimirakel. Strekking: het moderne China mag dan de schijngestalte aannemen van een ‘westers’ land, het opereert fundamenteel anders. Ondanks de McDonald’s en Starbucks in Peking en Shanghai wordt China niet westers. Als het gaat om democratie heeft China zich „definitief afgekeerd van westerse verwachtingen”, schrijven ze.

Toch is het ook in ‘het andere China’ nog maar zeer de vraag of de communistische partij het nog honderd jaar zal volhouden. Want de partij die alleen nog in naam communistisch is, loopt grote risico’s – zulke grote risico’s dat het leiderschap groot alarm heeft geslagen, en dat ook weer zal doen op het Volkscongres.

Daar is in de eerste plaats het probleem van corruptie. Jaarlijks worden duizenden ambtenaren ontslagen of bestraft. Corruptie is een kankergezwel geworden dat het prestige van de communistische partij bij de bevolking op noodlottige wijze aantast, zeggen partijleider Hu Jintao (tevens president) en premier Wen keer op keer. Ze kijken bevreesd naar de groeiende sociale onrust, met name in regio’s waar boeren van hun land worden gezet door louche ambtenaren en projectontwikkelaars.

Maar lijfsbehoud van de partij hangt niet alleen af van het royeren van corrupte kaderleden. De groeiende sociale onrust in China hangt evenzeer samen met de enorme welvaartskloof die in het land is ontstaan – tussen stad en platteland, en tussen rijke provincies en achtergebleven regio’s. Vijftien jaar geleden was China nog een van de meest egalitaire staten in de wereld, nu is het een land met grote inkomensverschillen. De groeiende binnenlandse onbalans vormt de grootste bedreiging voor de partij. De partijleiding weet als geen ander: revoluties in China plegen doorgaans in de periferie te ontspringen.

Angst voor oproer heeft de afgelopen tijd geleid tot toenemende repressie. Berichtgeving over misstanden is onder de in 2002 aangetreden partijleider Hu Jintao nog meer aan banden gelegd dan voorheen. Er worden meer politietroepen naar het platteland gestuurd om opstandige dorpelingen in te tomen.

Maar paradoxaal genoeg leiden de enorme problemen ook tot een grotere openheid. De partij kan niet langer opereren als monoliet. De Chinese besluitvorming is niet democratischer maar „pluriformer” geworden, zegt Geeraerts. Meningen worden gepeild, ideeën uitgewisseld. Dat is een kwestie van lijfsbehoud. „De partijleiders zullen nooit vrijwillig opstappen. Maar om in het zadel te kunnen blijven, moet men wel weten wat er onder de bevolking leeft.”

Het probleem van de enorme welvaartskloof staat dan ook hoog op de agenda van het Volkcongres. „De regering hanteert de slogan: ‘harmonieuze samenleving’. Dat duidt erop dat het nu allesbehalve harmonieus is”, zegt Geeraerts.

„De uitdaging is de welvaart eerlijker te verdelen, de grote massa vertrouwen te geven in de toekomst én de groei op peil te houden. Als de partij daarin slaagt, zal ze haar legitimiteit behouden” , aldus Geeraerts. „Let wel: ik zeg niet dát zij daarin slaagt.”

Meer over Geeraerts’ boek Macht of Mythe via: www.vub.ac.be/biccs/index.htm