Broze Britje wordt getroost door hond Van Roozendaal

Jeugdtheater: Stormgek, door Huis aan de Amstel. Vanaf 8 jaar. Tournee: t/m 6/5. Info 020-6229328 of www.huisaandeamstel.nl

„Laat het waaien, laat het waaien”, zingt zingende hond Maarten van Roozendaal, terwijl zijn vingers over de toetsen van de rode vleugel razen. „Laat het bruisen, laat het kolken, sla het stuk tegen de wolken.” Jankend en grommend stromen de klanken de zaal in, en meteen weet je: dat zit wel goed vanavond.

In Stormgek volgen we de getourmenteerde gedachtewereld van Britje (Minke Kruijver), een kind van gescheiden ouders. Iedereen die zich ooit aan het huwelijk waagde, of er ongevraagd in verwekt werd, zal in deze muzikale jeugdvoorstelling van Huis aan de Amstel de tekenen herkennen. Het begon allemaal zo leuk, maar ineens lachten papa en mama nooit meer om dezelfde dingen. Ineens kwam papa de ene week, mama de andere. Regisseuse Liesbeth Coltof windt er geen doekjes om: zodra volwassenen hun romantische idealen bereiken, ontstijgen ze die ook. Ze ontwikkelen een zekere hoogmoed.

Woede, schuld en eenzaamheid – dat zijn de gevoelens waaraan Britje ten prooi valt. Coltof laat dat vooral indirect zien, via een heldere, metaforische beeldtaal. Britje woont met haar hond op een klif, een onbetrouwbare afgrond waar het voortdurend stormt en de regen met bakken naar beneden valt. Goed, de natuursymboliek ligt er misschien wat te dik bovenop, maar hij werkt wel. Bovendien zijn ze erg grappig, die kissebissende volwassenen in ingewikkelde regenpakken, zuidwesters op, banjerend door de plassen die zich op het toneel hebben gevormd. Aan humor leidt Stormgek sowieso geen gebrek, mede dankzij de tekst van Pauline Mol en Paul Pourveur, die rijk is aan absurde dialogen.

Britje heeft broze botten: hoe graag ze haar ouders ook weer bij elkaar wil brengen, ze heeft letterlijk geen poot om op te staan. Haar kinderlijke logica is van een aanstekelijke onschuld, al werkt ze je bij vlagen behoorlijk op de zenuwen, die brave Britje. Gelukkig spoelt er net op tijd een merkwaardige vrouw aan, die de voorstelling naar welkome cynische hoogten voert. Troost vindt Britje bij haar hond. Hij onderschept de liefdeloze briefjes die haar ouders voor elkaar achterlaten, maar zingt haar ook toe dat de scheiding voor iedereen beter is. Dat haar ouders hoe dan ook altijd met elkaar verbonden zullen blijven, dankzij haar.

Een bekende troost is het wel. Maar bard Van Roozendaal brengt die zo prachtig ontredderd, zo gruwelijk hoopvol, dat hij als nieuw klinkt.