Zweet van fanate sporters soms besmet met virus

Zweetdruppels kunnen hepatitis B-virus bevatten, zo blijkt uit een onderzoek onder Turkse worstelaars. Het is voor het eerst dat zweet als mogelijke bron van hepatitis B-infecties is gesignaleerd. Tot nu toe dacht men dat dit zeer besmettelijke virus zich alleen verspreidde via bloed of geslachtsverkeer. Nu blijken dus ook contactsporten gevaarlijk (British Journal of Sports Medicine, online 1 maart 2007).

Zeventig Olympische worstelaars lieten vrijwillig hun zweet en bloed onderzoeken door een bewegingswetenschapster van de Celal Bayar universiteit in de Turkse stad Izmir. Negen van hen hadden het hepatitis B-virus in hun bloed en bij acht daarvan was het virus ook aantoonbaar in het zweet, in hoeveelheden vergelijkbaar met die in het bloed.

De besmette sporters waren overigens niet ziek. Ze hadden zelfs geen antilichamen tegen hepatitis B in hun bloed. Het virus had blijkbaar geen afweerreactie opgewekt. Men spreekt dan van een occulte, verborgen hepatitis B-infectie. Die zou volgens de onderzoeker het gevolg kunnen zijn van de intense training van deze sporters. Die kan de normale afweerreactie van hun lichaam onderdrukken.

Het zweet werd tijdens de training verzameld in plastic buisjes. De huid zelf werd daarbij niet aangeraakt, dus het virus kon nergens anders vandaan komen. Het zweet – en apart een klein beetje bloed – werd getest met de zeer gevoelige polymerasekettingreactie. Daarmee kan men minimale hoeveelheden virus detecteren.

Hepatitis B is een ernstige aandoening. Het virus veroorzaakt een leverontsteking (hepatitis). Als die chronisch wordt, kan de leverfunctie uitvallen door littekenweefsel (levercirrose) en kan zelfs leverkanker ontstaan.

In Turkije en de omringende landen komt hepatitis B betrekkelijk vaak voor, zo’n 12 procent van de Turkse bevolking bezit antilichamen tegen het virus. Het percentage besmette worstelaars was met 12,9 procent dus niet hoger dan gemiddeld. In Nederland is slechts 0,2 procent van de bevolking besmet. Hier komt hepatitis B vooral voor onder bepaalde risicogroepen, zoals injecterende druggebruikers. Ook werkers in de gezondheidszorg lopen risico. Het frequente voorkomen van hepatitis B in Turkije zou samenhangen met besmettingen van moeder op kind bij de geboorte.

De Turkse wetenschapster ontdekte dat haar worstelende landgenoten niet de enigen waren. Zij vond meerdere publicaties over epidemieën van hepatitis B onder sporters, zoals onder Japanse sumoworstelaars en in een Japans American footballteam. Ook onder de beoefenaren van de typisch Zweedse sport oriëntering (de beoefenaren moeten spoorzoeken in onbegaanbaar terrein) schijnt zich een epidemie te hebben voorgedaan. De onderzoekster vindt dat alle sporters een hepatitis B-test moeten ondergaan. Worstelaars zouden aan het begin van hun carrière ook ingeënt moeten worden. Bart Meijer van Putten