Zitten in een tuin, en zo India beleven

India leren kennen zonder een stap te verzetten? Lex Veldhoen strijkt neer in een schaduwrijke tuin en kijkt toe

Jaarlijks verblijf ik twee maanden in India. De helft van de tijd logeer ik bij Jeeva en zijn familie. Jeeva is een bevriende, gepensioneerde docent die in een voorstad van Chennai woont, aan de zuidwestkust van Tamil Nadu. Veel tijd breng ik door in de schaduwrijke tuin. Ik drink zoete melkthee, lees, speel rummy met Jeeva en zijn dochter Rekha. Of ik zit gewoon maar wat voor me uit te kijken.

In en rond Jeeva’s tuin is het een groot diereneldorado. ’s Nachts blaffen de vele honden huilerig in koor en ’s morgens vroeg word je gewekt door een naburige haan, terwijl een bruine koe voorbij sjokt. Ze herkauwt tuinafval dat langs de weg is gedumpt en even later verorbert ze de losgelaten slierten van een aanplakbiljet. Overdag krassen kraaien, die vanuit bomen de drogende was onderschijten, terwijl een Indiaas eekhoorntje speels van tak tot tak springt. Dit alles wordt bij vlagen verstoord door het oorverdovende lawaai van zeer laag overvliegende oude Russische Migs, gestationeerd op de nabijgelegen militaire basis (in de vorige eeuw onderhielden India en Rusland een tijdlang een innige band).

kakkerlakken

Tegen de avond beginnen de muskieten te prikken met als gevolg jeukende bulten. Een harige oranjezwarte rups die uit een boom op mijn arm valt, bezorgt me een grote rode plek die een maandlang jeukt. Als het donker wordt, rond half zeven, komen lichtbruine kakkerlakken tevoorschijn, evenals een donkerbruine rat die onverschrokken op enige afstand van mijn stoel rondsnuffelt. Hij is iets te relaxed, want even later is er kort kermend gepiep te horen en een onheilspellend krakend geluid: een magere kat heeft hem te pakken gekregen en zijn nek gebroken. Vervolgens sleept ze haar prooi weg.

Op een morgen komt Jeeva’s vrouw Rani de tuin in. Ze pakt een uit de boom gevallen kokosnoot die enkele dagen heeft liggen drogen. Ze neemt hem in beide handen en splijt de dikke bast op een ijzeren frame met bovenaan twee puntige staven. Vervolgens trekt ze de twee punten uiteen met de hefboom. De bast splijt en na deze handeling enkele keren herhaald te hebben, trekt ze de taaie bast los. Een uur later – Rani bereidt alles vers – staat er een heerlijke kokoschutney op tafel die met idli’s gegeten wordt (gestoomde kussentjes van rijstmeel). Diezelfde ochtend zie ik Jeeva stenen gooien naar kippen van de buren die op de tuinmuur lopen. Ik vraag hem waarom: „Anders eten ze de jonge, zachte bladen van de bananenboom op en gaan die dood.”

scooterriksja

Er staan niet alleen bananenbomen met grote dieppaarse bloemen in de tuin. Er groeien ook papaja-, granaatappel-, mango- en geneeskrachtige neembomen. Jeeva’s crèmekleurige en solide Ambassador met bolle vormen (een Morris Oxford-type dat hier nog wordt gefabriceerd) staat nooit geparkeerd onder een kokosboom, wel onder de wijdvertakte guvia-boom met kleine vruchten. ’s Middags wordt de vijfjarige kleindochter Renée met een geelzwarte scooterriksja uit school thuisgebracht. Rani pakt een lange stok. Ze bindt er met een reep stof een theelepel aan vast, schuin, in een hoek van 45 graden naar beneden. Ze zoekt een kleine, groene, ronde vrucht in de boom, klemt hem tussen lepel en stok in en trekt hem los. Renée eet hem vervolgens blij op.

Op een onbewaakt ogenblik valt er op twee meter afstand van mijn stoel – en met donderend geraas – een vier meter lange tak met stugge bladeren uit de kokosboom op de grond. Nadat ik van de schrik bekomen ben, zegt Jeeva: „Die tak is voor de buurvrouw. Wij koken op gas, maar zij maakt een vuurtje met gedroogde takken om op te koken. De bladnerven bundelt ze tot bezems.” Door het tuinhek heen zie ik haar enkele dagen later voorbij lopen met twee handen vol koeienmest die ze verzameld heeft in de straat. Ze mengt de mest met stro, kneedt er platte koeken van en plakt die tegen de gevel om te drogen. Volgens Jeeva brandt ook dit afvalmateriaal prima.

strijk aan huis

Dagelijks komen er talloze venters langs de deur. Ieder met een eigen, herkenbare roep: hoog, laag, monotoon, met uithalen. De vis-, fruit-, groente- en kruidenvrouwen dragen de koopwaar in teilen op het hoofd. Minder frequent komen de ballonnen- en ijscoman langs (met bel aan het stuur en een geïsoleerde kist op de bagagedrager), evenals een tanige man die de strijk aan huis doet. Hij heeft een overdekte handkar en strijkt het schone wasgoed behendig. Op de zijkant van de kar staat in witte letters geschilderd: Kumar’s Ironing Centre. Broeken voorziet hij van strakke plooien met een oversized strijkijzer. Onder het handvat bevindt zich een spits toelopend bakje, waarin kooltjes liggen te gloeien.

Ook de astroloog biedt zijn diensten aan, vergezeld van een groene dwergpapegaai. De man opent het kooitje, waarna de vogel naar buiten hipt en een van de uitgespreide astrologische kaarten met zijn snavel oppikt. Het dier legt de kaart voor de helderziende neer, die daarop uitlegt hoe het er voorstaat met je.

Al deze venters doen me denken aan vroeger, toen bij ons in Den Haag de HUS-bakker langskwam met een bakfiets, waarop een grote, houten kist met openslaande klep was gemonteerd, vol geurende broden. De melkboer had een bakfiets met een groot metalen vat, waaruit hij schuimende melk tapte bij een klein kraantje aan de onderkant. Hij goot het in metalen kannen, die in verschillende maten onderaan zijn kar hingen. Op de zijkant was in een koperplaatje de inhoudsmaat gegraveerd. De scharensliep kwam eens in de maand langs met een overkapte handkar.

In het snel opkomende Hightechland India – twee dochters van Jeeva werken in de IT-branche – komt de scharensliep nog steeds langs. Maar dan met een simpel houten rek dat hij op zijn schouders meedraagt. Er is een fietswiel in gemonteerd, dat hij met een houten plankje trappend voortbeweegt, waardoor een slijpsteen ronddraait. Tijdens het slijpen van Rani’s schaar ontstaat een vonkenregen die in alle richtingen uiteenspat.

Als ik ’s avonds buiten zit, brandt het licht in Rekha’s kamer. Via haar geopende raam hoor ik zoetgevooisde Indiase muziek. De volgende morgen vertelt ze dat het Tamil-filmsongs zijn. Geen Bollywoodmuziek, vraag ik. Nee, antwoordt ze op minachtende toon. Bollywood ligt aan de noordwestkust van India, meer dan tweeduizend kilometer hier vandaan. En dat is voor haar een totaal andere wereld.

Een tuin blijkt zo – zonder uit je stoel te komen, zonder vermoeiende reizen – een prima manier om India beter te leren kennen.