Column

Zinloos rijk

Soms is het leven pure poëzie. Vannacht mocht ik me vergapen in de boerendisco van een mondain Zwitsers skioord. Lang geleden dat ik zo’n grappige stapnacht had. De eigenaar verlost de cliëntèle al jaren lachend van een deel van hun exorbitante saldi. En de rijken ondergaan het met plezier. Dansend en zuipend laten ze het rollen. De hoge tonen zijn de trillende creditcards en de baslijn is het ploppen van de champagnekurken.
We lezen allemaal over exorbitante salarissen en buitenproportionele premies en u vraagt zich waarschijnlijk ook vaak af: wat moet je met zoveel geld? Kom naar Verbier! Daar geven ze het uit.
Las dat er wat gedoe was over het bordesbontje van minister Maria van der Hoeven en dat ze duizenden protestmails heeft ontvangen, maar dan wordt het tijd dat men even hier komt kijken. Hier is de hele Europese konijnenpopulatie op de capuchons van de skipakken genaaid. Bonter kan je het niet maken.
Begrijp eerlijk gezegd de ophef over Maria niet. Het hele kabinet stond toch ook op schoenen? En wat is het verschil tussen een zachte vacht van een moordlustige vos en de gelooide huid van een door de kop geschoten koe?
Waarom geen woord over het legaal martelen van kippen en hun kuikens, varkens en hun biggen en koeien en hun kalveren? Hier in Verbier zie je ’s avonds nog van die wufte wijven in een nerts. En niet een. Drie op een rij. Allemaal onderweg naar een financieel uitkleedrestaurant.
Een rijke dame vertelde mij dat ze zo gecharmeerd was van Zwitserland omdat het personeel in de winkels en restaurants nog zo ouderwets beleefd en vriendelijk was. Zou ik ook zijn. Een reep chocola kost een kapitaal en per biertje moet je je hypotheek verhogen. Ik zou die bedragen ook minzaam lachend tot me nemen.
Dat hele Zwitserland lacht zich het schompes. Rijke buitenlanders hijsen zich in hun Porsches, Audi’s en Volvo’s de berg op, stappen met zijn honderdduizenden tegelijk in liften om daarna op twee latten massaal naar beneden te komen. En hebben daar een modaal jaarsalaris voor over. Dat is toch grappig. Honderd euro voor een stenen bakje gesmolten kaas en driehonderd euro voor een paar handschoenen met elektrisch verwarmde vingertoppen. Dat ’s nachts in de chaletjes de wanten aan de oplader liggen is toch humor van de bovenste plank. Zag vanmiddag een hondje in een bontjas en vroeg me af of we daar ook tegen moeten protesteren? Bont op hond! Het moet niet doller worden.
Deze week bezocht ik hier een wijnzaak. Ook ik moet van mijn veel te vele geld af. Ik zag allerlei flessen die ik in mijn eigen Amsterdamse keldertje heb liggen en zag dat ze hier alleen tien keer meer vroegen dan ik er bij mijn Nederlandse wijnboer voor betaald heb. Verder zag ik nog nooit zo’n lading Château Petrus achteloos in een kist op de grond liggen. Alsof het Italiaanse landwijntjes waren. Alle jaargangen van deze door God geschonken Bordeaux, die ik zelf nog nooit gedronken heb. De goedkoopste was 1100 euro.
De zaak was een soort kiloknaller voor topwijnen. Alle wijnen lagen in dozen op de grond. Neergepleurd door een luie vakantiehulp. Ik vond het prachtig. Waarom zou je een fles aanstellerig uitstallen? Verkopen die handel, voor zoveel mogelijk geld.
Maak ze los van hun schuldgevoel, die rijken. Stop ze in de nertsen en andere vellen, laat ze doelloos van bergen af roetsjen, vraag een euro voor een klontje suiker en het honderdvoudige voor een pondje taai vlees. Ze weten toch niet wat ze er anders mee moeten.
In mijn huurappartement kan je draadloos internetten. Tenminste, als je de toegangscode weet. Wat zou die zijn? Aan de muur hing een bidprentje van de ongetwijfeld rijke oma. Ik sloopte haar uit haar lijstje en probeerde haar achternaam als wachtwoord. Daarna haar meisjesnaam. Toen haar voornaam. Valérie! Het werkte. Daarna kon ik de hele nacht gratis surfen op het internet. Dankzij de oude oma, die ik weer keurig in haar lijstje heb gefrommeld. Dankzij een oude Waalse barones leest u dit stukje. Lekker toch?