Waarom onschuldige levens verwoesten? Waarom? Waarom? Waarom?

Is Helen Thomas kierewiet? Wie de scherpste vraag durft te stellen, mag het zeggen.

Helen Thomas heeft me onverwachts het gebouw van de Hearst Corporation uitgebonjourd, ik sta verbluft op de stoep in K Street een beetje bij te komen, als me te binnen schiet: foto vergeten te maken!

Durf ik terug naar de 86-jarige grande dame van de Witte Huis-verslaggeving? Nadat een gesprek van een half uur zo eindigde?

„Wanneer was u voor het laatst in Europa?”

„Dat weet ik niet meer. Waarom wil je dat weten?”

„Ik wilde iets gaan vragen over Europeanen, Amerikanen en de oorlog in Irak.”

„Ik kan me niet herinneren wanneer ik er was.”

„Hoe is uw geheugen?”

„Try me!”

Eerst redderde ze nog lief met chocoladekoekjes. Nu trok ze haar gezicht van knorrepot.

„Is er iets?”

„Ben je nu eens klaar?”

„Is er een probleem?”

„Je maakt het zo persoonlijk! Je vraagt steeds wat ik er van vind! Journalisten zijn maar een instrument! Het gaat niet om ons!”

Een lovenswaardig standpunt. Maar het klonk, zei ik, wel opmerkelijk uit de mond van de auteur van Watchdogs of Democracy?, een boek vol persoonlijke observaties en opvattingen („Ik ben van mening dat Merriman Smith (…) en wijlen mijn man, Douglas Cornell, (…) de twee uitmuntendste persbureaureporters waren die ooit verslag hebben gedaan van het presidentschap”).

„Ik begin een slecht humeur te krijgen!”

Haar ogen seinden: point of no return.

,,U wilt ermee ophouden.”

„Ja! Nu!”

Mopper, mopper, en daar was de deur.

Veertig jaar lang was Helen Thomas verslaggever in het Witte Huis. Sinds haar persbureau UPI in 2000 werd overgenomen door de Moon-sekte en ze uit protest vertrok, schrijft ze een column voor het perssyndicaat Hearst.

„Eén column per week”, zegt ze dat eerste half uur.

„Hoe vaak verschijnt die in de Hearst-pers?”

„Dat weet ik niet. Als er ergens een eindredacteur belangstelling voor heeft.”

Het online magazine Slate telde dat nog maar twee Hearst-kranten, de Seattle Post-Intelligencer en de Houston Chronicle, haar columns met enige regelmaat plaatsen. Maar dat onderwerp is niet bespreekbaar.

„Bekijkt u achteraf nooit waar een column is geplaatst?”

„Dat is niet te tellen! Hearst bezit hon-der-den kranten!”

Haar gloriedagen, toen Witte Huis persconferenties door de president traditioneel eindigden met de woorden „Thank you, mister president” uit haar mond, zijn voorbij. Van de eerste rij is ze naar de laatste verbannen, vooraan mag ze alleen nog zitten bij briefings door anderen dan Bush.

Maar doorvragen zál Helen Thomas.

De laatste jaren kon haar bekendste repertoire in één zin worden samengevat: „Waarom zijn de Verenigde Staten Irak binnengevallen?”

Waarom het Iraakse volk bombarderen? Waarom onschuldige levens verwoesten? Waarom? Waarom? Waarom? Helen Thomas maakt er graag toespraakjes van, waarin de woorden „innocent lives” vaak vallen.

„Iedereen die ten oorlog wil gaan is gek”, zegt ze. „Zolang je land niet onder de voet is gelopen door een vreemde mogendheid, heb je dan dus iets uit te leggen.”

Helen Thomas, superdrammer. Weet ze zelf ook wel. Snikkend van het lachen zag ik een filmpje van komiek Stephen Colbert voor het jaarlijkse diner van Witte Huis-verslaggevers. Colbert „solliciteert” voor de rol van Witte Huis-woordvoerder, maar slaat op de vlucht voor Helen ‘Why did we invade Irak’ Thomas in een cameo. Rampenfilmmuziek eronder en aaaargh! – steeds duikt Helen Thomas op, in parkeergarages, of vermomd als zijn chauffeur, de mond al open voor een volgende snerpende vraag.

Ja leuk, zeggen haar critici. Maar tegenwoordig lijkt ze meer actievoerster dan journalist.

Zegt dat nou eigenlijk iets over Helen Thomas, of over de journalisten die na haar kwamen?

Slate suggereerde dat zij kierewiet is. Een godsgeschenk voor Bush en de zijnen, die na Thomas’ nummer alle volgende kritische vragen weren. Ze hébben toch al kritiek aangehoord?

Echte vragen mogen tijdens presidentiële persconferenties door anderen nauwelijks nog worden gesteld. Wie eraan begint, wordt de volgende keer genegeerd.

Vorige week bijvoorbeeld waagde een verslaggever van The Washington Post het de positie aan de orde te stellen van Karl Rove, de staatsgeheimen lekkende topadviseur van Bush, die nog steeds niet is ontslagen. Bush riep na die vraag botweg: „Nee! Nee! Nee! Nee! Nee!”

Maar verliet de Witte Huis-pers solidair de zaal? Nee, de verslaggevers lachten mee met de president. Helen Thomas zou liever dood neervallen.

Ik ga dus terug, het Hearst-gebouw in. Zie haar nukkig door een gang stiefelen. Zij kijkt me aan. En zegt: „Het spijt me. Dat was heel gemeen van mij.”

Tegen haar kan ik alleen maar zeggen dat het me een eer was. Zelfs om er te worden uitgegooid.