Waarom nuttiger is dan een dominee zonder God een ietsist zonder kerk

Godsdienst draait niet om geloof maar om samenkomsten met bekende verhalen, ontdekt Maarten Huygen.

Ds. Alfred van Wijk klinkt als dominee, ruikt als dominee en ziet eruit als dominee. Hij is ook dominee, maar hij zit zonder God. Hij noemt zichzelf nietsist. En toen hij dat afgelopen dinsdag openlijk zei in de met donker hout gelambriseerde Singelkerk voor zo’n 150 doopsgezinden in het centrum van Amsterdam, bleef het rustig. Er ging geen schokgolf door zijn gehoor. Die wisten het allemaal al.

En dat terwijl deze dinsdagavond was gewijd aan het ‘ietsisme’, het geloof dat er ‘iets’ is maar niet in de kerk. En nu wordt die kerk die al moet strijden tegen leegloop ook nog voorgegaan door een nietsist. Een variant waar ik niet op had gerekend. Het is alsof Sinterklaas de kindertjes verbijstert door te vertellen wie hij in het dagelijkse leven is. De authentieke afdelingschef onder de mijter stapt naar voren.

Met galmende stemverheffing en een zwaar rollende r was de dominee begonnen met het voorlezen van een lang citaat. Ik voorzag een schuldbezwangerde protestantse preek zoals ik die wel eerder had gehoord. Van Wijk ziet eruit als een etnische Westfries, lange slanke man met een metalen brilmontuurtje, dot grijs haar op het hoofd en een grijze coltrui onder zijn donkere pak. Stemmig en niet ten prooi aan modieuze verleidingen. Een naar een betere wereld strevende geestelijke die in het vuur van zijn betoog naar teksten greep, uit de bijbel en uit de filosofisch religieuze beschouwingen van Heinrich Heine.

Geestig vertelt Heine hoe de grootste filosoof van de Verlichting, Immanuel Kant, tijdens een wandeling naast zijn knecht Lampe alle godsbewijzen doorprikt en millennia van religieuze illusies over de kling jaagt. Geen beloning voor goed gedrag in het hiernamaals, geen barmhartigheid, ‘de opperheer zwemt onbewezen in zijn bloed’ en ‘de onsterfelijkheid van de ziel rochelt en kreunt omdat haar laatste uurtjes hebben geslagen’.

En de oude Lampe staat er verlamd bij, met de paraplu van de filosoof in de hand. Tranen komen in zijn ogen. Dan spreekt Kant de historische woorden die hem door Heine in de mond zijn gelegd: ‘de oude Lampe moet een God hebben, anders kan deze arme mens niet gelukkig zijn. Maar de mens moet op deze wereld gelukkig zijn.’ En zo smokkelt Kant in een nieuw filosofisch werk via het praktische verstand de God binnen die door het zuivere verstand was verworpen.

Eigenlijk vergeleek Van Wijk zich in zijn preek met Kant. Hij speelde voor Sinterklaas omdat de mensen dat nu eenmaal leuk vonden, ook al was aan hen alles verklapt, zoals aan Lampe. Maar net als Lampe en de onthutste kindertjes bij Sinterklaas vervallen de mensen maar al te graag terug in hun oude geloof omdat dat nu eenmaal het gemakkelijkst zit. Zo werkt het praktische verstand van Van Wijk. Hij gaf voorbeelden van zijn religieuze passie. Op zijn zestigste verjaardag ging hij het liefst naar zijn kerk om God te danken voor zijn ‘verpletterende’ gezondheid. Die behoefte had hij ook toen zijn dochter had gebeld om te vertellen dat zij zijn pasgeboren kleinkind in haar armen had. Hij is gehecht aan bijbelse verhalen die telkens opnieuw worden verteld. Vandaar dat deze van oorsprong Nederlands-Hervormde theoloog na 25 jaar van omzwervingen langs goddeloze leerstukken in de doopsgezinde kerk als dominee was geëindigd. Een nieuwe roeping zonder voorafgaande bekering. Deze liberale religie spreekt hem aan en past bij zijn persoonlijke geschiedenis.

Nu is de ongelovige priester of dominee niets nieuws. Machiavelli gaf kleurrijke voorbeelden. In In the beauty of the lilies beschrijft John Updike de reactie van de kerkelijke organisatie als een dominee zegt dat hij niet meer gelooft: „Komt vaker voor. Als je het voor je houdt, kun je gewoon aanblijven.” Velen gingen niet om hun geloof naar de kerk. Moslims kunnen zelfs niet van hun geloof afvallen, ook al hebben ze het niet meer.

Ongeloof brengt je op het nut van het geloof. Volgens een studie van Harvard uit 2005 hebben mensen baat bij het geloof. Lager opgeleide of achtergestelde mensen nog het meest. Andere onderzoeken melden dat kerken het meeste aan liefdadigheid doen. Minder markt, minder zelfverrijking. Dat verbaast me niets. En tegenover religieuze wandaden in de geschiedenis staan minstens evenveel atheïstische massamoorden. In het schrale voorstedelijke landschap scheppen kerken een band tussen mensen. Ze maken hen sociaal actief. „Ik kan het niet alleen, zonder de kerk”, bekende een vrouw uit het publiek.

Daar kan het vrijblijvende ‘ietsisme’ niet tegenop. Dat werd op die dinsdagavond verdedigd door dr. Christiane Berkvens-Stevelinck, behalve bijzonder hoogleraar in de Europese cultuur in Nijmegen remonstrants predikante met een eigen site, moederoverste.nl. Daar kunnen klanten zich melden voor zelfbedachte rituelen ‘op maat’ voor begrafenis, huwelijk of zelfs scheiding tegen een schappelijk uurtarief. Ze heeft het gelijk van de tijdgeest. Mensen komen minder samen, kijken meer tv of internet en bewegen zich in kleinere kring. Georganiseerde religie zegt hun niets meer. Ze missen de bijbelkennis. „Zonde, maar zo is het”, zei Berkvens.

Zijn zelfbedachte rituelen dan de oplossing? Wat de een best wel een leuk ritueel vindt, bezorgt de ander kromme tenen. En kerkgemeenschappen komen niet alleen samen voor geboorte, huwelijk of dood maar ook voor onderlinge morele versterking. Van Wijk vindt de nadruk op rituelen verkeerd want die staan niet los van een bepaalde ‘verteltraditie’.

Goed, volgens een ander onderzoek hebben Nederlanders de kerk niet nodig, want zij zijn de gelukkigste mensen op aarde. Dergelijke stemmingsberichten gaan altijd vooraf aan politieke aardverschuivingen waar verlangen naar binding uit spreekt, zonder keuzemenuutjes of doelgroepen.

Aan het slot van dit elegante duel tussen ietsisme en nietsisme werd bescheiden melding gemaakt van een collectebus aan de uitgang. Ik heb even gezocht maar vond de bus niet en vergat het, zodat ik de onkosten van deze bijeenkomst met borrel na aan de kerkleden heb overgelaten. Geheel op maat voor mij als vrijbuiter.