Waarom grappen over domme blondjes en biggen uit zijn

Trendwatcher Adjiedj Bakas uit Amsterdam probeert in grote lijnen de toekomst van de humor te schetsen, schrijft Paul Steenhuis

Dat humor van belang, en zelfs staatsgevaarlijk kan zijn – al is het met vertraging – bleek afgelopen jaar, toen in het Midden-Oosten rellen uitbraken tegen spotprenten die in 2005 in Denemarken in de krant hadden gestaan. Cartoons met Mohammed als onderwerp.

Niet alleen werden Deense vlaggen verbrand en ambassades aangevallen, ook werden Deense producten in sommige moslimlanden geboycot. De profeet afbeelden ging al te ver, en hem daarbij ook nog bespotten – dat was dubbel blasfemisch.

De cartoonrellen raken niet alleen aan de kern van vrijheid van meningsuiting, maar ook de kern van humor. In grappen wordt een grens overschreden, een taboe doorbroken. Humor kan daardoor zowel als smeerolie in het sociale verkeer dienen, of als splijtzwam.

Ook in kringen van de Nederlandse overheid is de afgelopen jaren met toenemende zorg naar de kracht van humor gekeken. Zo lieten in 2003 de minister-president, Jan Peter Balkenende, en de minister van Justitie, Piet Hein Donner, weten dat wat hen betreft de grens van satire bereikt was in cabaretprogramma’s als Kopspijkers. Volgens Donner zou zelfs het voortdurend grappen maken over de Tweede Kamer ‘het functioneren van de staat aantasten’.

De voormalig minister van Justitie neemt humor serieus. En dat heeft de Amsterdamse trendwatcher Adjiedj Bakas ook gedaan. Aan de vooravond van de Boekenweek, die in het teken van scherts en ironie staat, publiceert hij een boek over de toekomst van humor; Megatrends Humor, van grimlach tot ironie heet het boek, dat 7 maart in Den Haag door onder anderen cabaretier Freek de Jonge ten doop wordt gehouden. Het ligt pas 15 maart in de winkel. De Jonge schreef ook het voorwoord bij het boek – en noemt Bakas een ‘waarzegger, die zich tegenwoordig trendwatcher noemt’.

Bakas probeert de grote lijn in trends en ontwikkelingen te vangen, zoals hij dat al in eerder boeken deed zoals Megatrends Nederland (over de maatschappelijke ontwikkelingen die hij mondiaal en in ons land ziet) en De Toekomst van God .

We pikken drie belangwekkende of grappige trends uit het boek.

1. STRENGERE POLITIEK CORRECTE HUMORGRENZEN

De toenemende migratie en globalisering zorgen voor verschillende trends in humor. Omdat meer verschillende bevolkingsgroepen met elkaar te maken krijgen door de grotere stromen migranten, zal er meer behoefte zijn ‘anderen’ te ridiculiseren door middel van grappen. Dat is een manier om spanningen weg te nemen. Meer etnische grapjes dus – maar tegelijkertijd zijn er meer mensen die zich door grappen over etniciteit en religie gekwetst zullen voelen. De gevoeligheid daarvoor is toegenomen en zal verder toenemen, denkt Bakas. Zoals in de VS, een land met veel immigranten, al een sterke politiek correcte cultuur heerst, waarbij niemand gekwetst mag worden, zal die trend zich ook in het Westen en elders in de wereld voortzetten. Zelfscensuur wordt sterker, bij bijvoorbeeld professionele humoristen. Freek de Jonge zegt daarover in dit boek: „Het open vizier dat humor nodig heeft, is aan het verdwijnen. Dat zorgt voor een splitsing van enerzijds superieure vormen van humor en anderzijds platte, dat wil zeggen eendimensionale humor.”

Keerzijde van die groeiende poltiek correcte en universeel aansprekende, eenduidige humor - Donnerhumor, zeg maar, is een toename van vaak anonieme, grovere humor op bijvoorbeeld internet, stelt Bakas.

2. Minder grappen over domme blondjes

Grappen over domme blondjes zijn uit de tijd, en die trend zet zich voort. Dat komt, stelt Bakas, doordat de invloed van de vrouw in de maatschappij toeneemt.

Steeds meer vrouwen werken, waardoor werkvloer niet meer een mannendomein is. En op de werkvloer werden door mannen de meeste domme blondjes-grappen gemaakt.

Want, blijkt uit onderzoek, mannen maken van oudsher het liefst spottende grappen – om hun eigen superioriteit te benadrukken. Maar mannelijke moppentappers zijn tegenwoordig geneigd eerder overdrijving en fantasie te gebruiken in hun humor. Omdat mensen in een gemengd man/vrouw gezelschap in het algemeen voorzichtig omspringen met humor waarin een van de aanwezigen of de grappenmaker zelf kan worden herkend.

Bakas schrijft: ‘Waar vroeger in het internationale zakenverkeer veel grappen over vrouwen werden gemaakt, bijvoorbeeld over hun rijstijl of de spreekwoordelijke domheid van het blondje, komt dat tegenwoordig steeds minder voor, en de belangrijkste reden hiervoor zal zijn dat in het zakenverkeer steeds meer in gemengde groepen wordt gewerkt. Vrouwen worden nu ook alerter: in de Verenigde Staten hebben blonde vrouwen bijvoorbeeld een site opgericht met mopjes over domme blonde mannen.’

Maar zolang er werkomgevingen met louter mannen zijn, zal de domme blondjes-grap als genre niet helemaal uitsterven. Tegelijkertijd constateert Bakas dat bij geëmancipeerde vrouwen in managementfuncties domme blonde mannen-grappen populair worden. De vrouwelijke tegenhanger van het domme blondje is filmster Brad Pitt. Voorbeeld: ‘Waarom krijgt Brad Pitt maar maximaal vijf minuten pauze op de set? Omdat hij anders zijn rol opnieuw moet instuderen.’

Daarnaast ziet Bakas ook een groei van feministisch getoonzette grappen door vrouwen, waarin de man er bekaaid afkomt: ‘Als een vrouw succes wil hebben, moet ze twee keer zo goed zijn als een man. En dat is gelukkig niet al te moeilijk.’

3. ontbigging van humor

Miss Piggy wast Bakas de oren in een nawoord bij het boek: volgens haar heeft de trendwatcher een belangrijke trend vergeten: de ontbigging van de humor. Zij is blij dat door de groeiende invloed van moslims minder varkensvlees gegeten wordt in het Westen, maar de invloed van de vreugdeloze fundamentalisten op de media verfoeit ze: het verbieden van de tekenfilms over Winnie de Poeh in Turkije, omdat daar het onreine varkentje Knorretje in figureert, vindt ze een schrijnend voorbeeld van ontbigging van de humor.