'Vrouwen kunnen in Afrika een sleutelrol gaan spelen'

Afrika kan de wereld wat leren, zegt de Keniaanse Afrikanist en islamoloog Ali Mazrui, die onlangs het boek Islam between Globalization and Counterterrorism publiceerde. Bekend werd hij door de tv-serie The Africans: A Triple Heritage. De kerngedachte: de Afrikaanse cultuur is ontstaan uit het drievoudige erfgoed van inheems geloof, christendom en islam.

Afrika heeft de wereld iets te bieden, gelooft Ali Mazrui, iets waar juist in deze tijd grote behoefte aan bestaat.

Hij doelt niet op olie, waar landen als Soedan en Nigeria zulke grote leveranciers van zijn. Maar op religieuze tolerantie. 'In heel Afrika hebben de inheemse godsdiensten een hoog niveau van religieuze verdraagzaamheid achtergelaten. Veel van die religies waren gebonden aan één bepaald volk. Ze waren er niet op uit om de rest van de wereld te bekeren. Concurrentie tussen de verschillende geloven was er nauwelijks, zodat zich een oecumenische geest kon ontwikkelen van leven en laten leven.

'Zo is het mogelijk dat een land als Senegal, waar meer dan negentig procent van de bevolking moslim is, twintig jaar lang een rooms-katholieke president heeft gehad. Leopold Senghor was van 1960 tot 1980 aan de macht in een land dat een hoger percentage moslims heeft dan Egypte. En dat leidde niet tot rellen of tot een grote politieke crisis. Ik schrijf dat niet toe aan de geest van de islam, maar aan de houding van de inheemse religies, die een ander geloof niet als reden voor vijandigheid beschouwen.

'Waar in de wereld zie je dat nog meer? Niet in Europa. Daar kan je, afgezien van Turkije, voorlopig nog geen islamitische premier verwachten. En een moslim als president van de Verenigde Staten kan ik me ook nog niet goed voorstellen.

'Dat een in grote meerderheid islamitische bevolking een niet-moslim als staatshoofd accepteert is typisch Afrikaans. Tanzania, waar de bevolking verdeeld is in christenen en moslims, heeft een roterend presidentschap: eerst hadden ze een christen, toen een moslim, toen weer een christen, nu weer een moslim. Hopelijk wordt deze geest van religieuze verzoening niet vernietigd door de meer competitieve religies, de islam en het uit Europa afkomstige christendom. Ik zeg expres Europees christendom, omdat het Ethiopische orthodoxe christendom en de Egyptische koptische kerk, die eerder in Afrika waren, lang niet zo competitief zijn.'

In zijn vorig jaar verschenen boek Islam Between Globalization and Counterterrorism schrijft Mazrui: 'In Afrika kan een man een sunnitische moslim zijn, zijn vrouw een inheems geloof aanhangen, terwijl twee dochters bahai-volgelingen zijn, twee zoons rooms-katholiek en de oudste zoon een shi'itische moslim is.'

Drievoudig erfgoed

Ali Mazrui werd in 1933 geboren in de Keniaanse stad Mombasa, een kruispunt van culturen. In een van zijn vele boeken beschrijft hij hoe hij als kind in het koloniale Kenia ettelijke keren per dag van de ene cultuur in de andere stapte. Zijn moedertaal was Swahili, maar op school kreeg hij les in het Engels en maakte hij kennis met de Engelse literatuur en ideeënwereld. En vijf keer per dag riep de muezzin vanaf de moskee op tot gebed - in het Arabisch, de taal van het geloof.

Zo belichaamde hij al van kinds af aan wat hij later 'het drievoudige erfgoed van de Afrikaan' zou noemen, een term die bekend werd door de negendelige tv-serie die hij in de jaren tachtig maakte voor de bbc en de Amerikaanse publieke televisie: The Africans: A Triple Heritage. De inheemse, de westerse en de islamitische tradities, zo is de centrale gedachte, vormen nu samen de Afrikaanse cultuur.

Mazrui is Afrikanist en islamoloog - en al zijn hele loopbaan omstreden. Als zoon van een islamitische rechter groeide hij op in Kenia. Hij studeerde in het Britse Manchester, in New York en in Oxford. En hij kreeg zijn eerste baan aan de Makarere Universiteit in de Oegandese hoofdstad Kampala - waar zijn uitgesproken politieke stellingnames de toenmalige president Obote ertoe brachten hem te vragen: Weet u zeker, professor, dat u het verschil kent tussen een politicoloog en een politicus? Onder dictator Idi Amin werd het bestaan in Oeganda voor velen onhoudbaar, ook voor Mazrui, die in 1973 uitweek naar de Verenigde Staten.

Daar bekleedt hij, als energieke zeventiger, nog altijd een leerstoel aan de Binghamton University in de staat New York, terwijl hij ook nog verbonden is aan de Universiteit van Jos in Nigeria, en de Jomo Kenyatta Universiteit in Nairobi. Mazrui is, kortom, een Afrikaan van de wereld, of, zoals een boek over hem heet, The Global African. Het blad Foreign Policy plaatste hem in 2005 op een lijst van de honderd meest toonaangevende intellectuelen ter wereld.

Verdraagzaamheid

Ik ontmoet Mazrui in een regenachtig Londen, waar hij is uitgenodigd voor lezingen aan de Royal African Society en het Britse instituut voor buitenlandse betrekkingen Chatham House. Tussen de bedrijven door spreken we elkaar in een kamer van de School of Oriental and African Studies, op de campus van de University of London, in het hart van de stad.

Sinds uw jeugd in Mombasa is er veel veranderd in Afrika, zeg ik. De westerse invloed is sterk toegenomen, de islam is in opmars - kan het inheemse element van het drievoudige erfgoed dat wel overleven?

'Het is enorm in het defensief gedrongen', erkent Mazrui. 'Daar is geen twijfel aan. Die twee andere krachten zijn heel sterk. Ik ben blij dat er in Afrika interactie bestaat met twee grote culturen, zolang de inheemse cultuur en vooral de positieve elementen daaruit maar niet helemaal overweldigd worden.

'Beschavingen kunnen van elkaar leren. Ik zou bijvoorbeeld graag zien dat de oorspronkelijke Afrikaanse geest van religieuze verdraagzaamheid andere samenlevingen tot voorbeeld kan dienen. Maar dan moeten we eerst zorgen dat die oecumenische instelling in Afrika zélf overleeft. De Verenigde Staten oefenen nu veel druk uit op christelijke regeringen, ook op mijn eigen regering in Kenia, om beleid te voeren waarmee ze hun moslimbevolking van zich vervreemden en mogelijk zelfs bijdragen tot hun radicalisering. Zo worden tegenstellingen aangewakkerd.'

Raakt Afrika daardoor bekneld in de veelbesproken Botsing der Beschavingen, die Samuel Huntington voorspelde na het einde van de Koude Oorlog - en die we sinds enkele jaren voor onze ogen werkelijkheid zien worden? Mazrui lacht fijntjes. Lang voor Huntington beweerde hij al dat niet ideologieën bepalend zijn voor de grote tegenstellingen in de wereld, maar cultuur en geloof.

'Ik ben het niet met Huntington eens dat dit iets nieuws is. Wat we nu beleven is slechts de zoveelste versie in een hele reeks clashes of civilizations, waarbij het Westen overigens vaak de voornaamste agressor was. Eerst had je de genocidale fase, waarvan vooral de autochtone Amerikanen, de zogenoemde indianen, het slachtoffer waren. Een complete beschaving werd vernietigd.

'Daarna kreeg je de fase van de slavernij, waarin de Europeanen miljoenen Afrikanen gevangen namen en exporteerden naar onder meer Noord- en Zuid-Amerika. Als derde had je de koloniale fase, wat ook echt een botsing van beschavingen was. En nu zitten we in de vierde fase: die van de Amerikaanse hegemonie in het internationale systeem en de gevolgen daarvan voor andere culturen, in het bijzonder de islamitische.

'Toen Huntington zei: in de toekomst zullen conflicten zich minder afspelen tussen staten en ideologische blokken en steeds meer tussen beschavingen, was mijn vraag aan hem: waar heb je al die tijd gezeten? We hebben al zeker 500 jaar aan botsingen tussen beschavingen achter de rug!

'Maar dat neemt niet weg dat culturele verschillen inderdaad het centrale probleem van de 21ste eeuw vormen. De vijand is niet meer iemand van een andere huidskleur of een andere politieke overtuiging, maar iemand met een ander geloof.'

Zijn de hoog oplopende conflicten in Nigeria tussen christenen en moslims een lokale versie van de grote botsing der beschavingen? Dat gelooft Mazrui niet. 'In sommige landen in Afrika versterken christendom en islam de etnische en regionale rivaliteiten die al langer bestonden. In Nigeria zijn bijna alle mensen van het Hausa-volk moslims, de islam is een deel van de Hausa-identiteit geworden. En bijna alle Ibo's zijn christenen en het christendom is deel van hún identiteit geworden.'

Toch bezien veel mensen in en buiten Afrika de opmars van de islam op het continent met grote vrees, zeker als het gepaard gaat, zoals in het noorden van Nigeria, met de invoering van de sharia. Er is toch goede reden om daar bezorgd over te zijn?

'Maar als je te bang wordt', zegt Mazrui, 'ontstaat er een self-fulfilling prophecy, dan ga je optreden op een manier die gematigde moslims van je vervreemdt en die hen radicaliseert. Veel van wat nu in het noorden van Nigeria gebeurt is geen radicalisering, maar vooral een opleving van de eigen culturele identiteit. Het is daar echt nog geen broedplaats voor Al-Qaeda.

'Anders ligt het in Oost-Afrika, waar wél echte tekenen van radicalisering zijn. Daar bestaat een veel politiekere islam met nostalgie naar de voorbije dagen van islamitische roem. Het Midden-Oosten is daar ook veel dichter bij, er bestaan al eeuwen nauwe banden mee.'

Verliezers

Afrika is al decennia lang het zorgenkindje van de wereld. Het lukt maar niet om de armoede uit te bannen, de economische stagnatie te doorbreken. Waar ligt dat toch aan?

'Veel Afrikaanse landen kunnen niet meekomen met de globalisering. De globalisering heeft winnaars en verliezers, en de meeste Afrikaanse landen zijn verliezers. Soms wordt de pijnlijke vergelijking gemaakt tussen Ghana en Zuid-Korea, twee landen die begin jaren zeventig op vergelijkbaar niveau waren. En kijk nu eens naar het enorme verschil! Zelfs het olierijke Nigeria is geen partij voor het snel opkomende India. Het is verleidelijk dat aan culturele factoren te wijten. Het is in elk geval een deel van de verklaring.

'In de traditionele Afrikaanse cultuur was niet genoeg neiging tot hebzucht en luxe, de cultuur van verwerving en accumulatie van rijkdom was onderontwikkeld. Er zijn ook weinig monumentale projecten gebouwd in zwart Afrika, geen Versailles en geen Taj Mahals. Afrikanen werden geïnspireerd door bescheidener doelstellingen, en dat gaat ten koste van de economische groei.

'Pas door het kolonialisme zijn we bekeerd tot de hebzucht, maar', voegt Mazrui daar breed lachend aan toe, 'toen hebben we de smaak ook wel goed te pakken gekregen. Alleen heeft het ook veel kwaad gedaan, omdat het beperkt bleef tot een kleine groep en meer gericht was op consumptie dan op opbouwen.

'Daarbij had het kolonialisme een funeste invloed op de arbeidsmoraal van de Afrikaanse man. Zijn werkhouding werd ernstig ondergraven door de aard van de uitbuiting, in combinatie met het feit dat de Europeanen in Afrika weinig anders deden dan hun bedienden laten draven in plaats van zelf hard te werken, zoals ze thuis in Europa deden. Boy, breng me een gin-tonic! Dat was een slecht voorbeeld, dat doorwerkte in het post-koloniale Afrika.

'Vrouwen ontkwamen daar grotendeels aan, onder meer omdat ze niet alleen voor de blanke meester werkten, maar ook nog hun traditionele verantwoordelijkheden hadden binnen de familie. Ik denk dat vrouwen daarom een sleutelrol kunnen spelen bij het vergroten van de productiviteit van Afrikaanse landen.'

En wat is voor de Afrikaanse man de uitweg uit deze bedroevende situatie? Mazrui lacht bitter. 'Voor de generaties die nu volwassen zijn, komt de redding denk ik te laat. Maar met hulp van het onderwijs kan de volgende generatie meer hardwerkende Afrikanen opleveren, en niet alleen onder de welgestelde elite. De universiteiten moeten een omslag maken van onderwijs dat een bestuurlijk kader kweekt, tot productieve vormen van onderwijs, met nadruk op landbouw en technologie.'

En de betrokkenheid van de rest van de wereld bij Afrika, zoals de initiatieven van de G8, Bono en Tony Blair en andere vormen van ontwikkelingshulp - schiet het continent daar iets mee op?

'Het is belangrijk dat de mensheid zorgt voor de kwetsbaren en de onderontwikkelden. Maar de inspanningen hebben niet zoveel opgeleverd als we hadden gehoopt. De betrokkenheid neemt nu wel toe, en landen als Nederland hebben hulp aan Afrika al veel langer serieus genomen. Maar bij de grote landen spelen vaak nog verborgen politieke en commerciële motieven mee, en dan kan hulp averechts werken en een klimaat van wantrouwen scheppen.

'Gelukkig begint een organisatie als de Wereldbank bij ontwikkelingsprojecten eindelijk ook machtsmisbruik en corruptie bij Afrikaanse regeringen aan de orde te stellen. Bovendien houdt men nu vaker rekening met culturele factoren. Dat is belangrijk. Zo kun je je afvragen of de Wereldbank polygamie wel moet ontmoedigen - en zich er niet beter toe kan beperken polygame gezinsvormen leefbaarder te maken voor vrouwen. Want de vraag moet zijn hoe hulp aan Afrika voor Afrikanen het effectiefst kan zijn.'

Vier motoren

De globalisering, zegt Mazrui in Islam Between Globalization and Counterterrorism, wordt aangedreven door vier motoren: economie, technologie, politieke heerschappij en religie. Op de eerste drie punten zetten de Verenigde Staten de toon. Maar bij het vierde punt, religie, laat de islam zich gelden - net als het christendom zorgt de islam voor gedeelde waarden in ver uiteen liggende delen van de wereld en versterkt zo internationale verbanden. Maar waarom is de bijdrage van de islam aan modernisering en vooruitgang zo gering?

'In veel opzichten is de islam inderdaad een remmende factor', zegt Mazrui. 'Dat kan heel frustrerend zijn voor moderne moslims, maar het is op dit moment de rol van de islam in de wereld. Wanneer je het vergelijkt met de manier waarop talen functioneren wordt het begrijpelijker. Iedere taal heeft mensen nodig die haar aanpassen aan de moderne tijd, maar ook puristen die zeggen: daar komt niets van in. Het Arabisch is in de loop der tijd heel erg veranderd, maar de Koran heeft ervoor gezorgd dat al te grote veranderingen niet hebben plaatsgevonden. Daarom kan je klassiek Arabisch van eeuwen geleden nog steeds vrij goed begrijpen. De islam speelt voor de wereldbeschaving dezelfde rol die de Koran speelt voor het Arabisch: voorkomen dat de veranderingen te snel gaan. En dat staat op gespannen voet met de Amerikaanse politiek.'

Maar weerstand bieden tegen de Amerikaanse overmacht lukt niet altijd, zegt Mazrui grijnzend. 'De islamitische wereld zou haar macht veel effectiever kunnen inzetten - bijvoorbeeld door de macht van de olieproductie meer te gebruiken. Toen Israël vorig jaar met al zijn overmacht Libanon en Hezbollah bombardeerde, had één besluit van de Saoedische regering daar een eind aan kunnen maken. Als ze hadden gezegd: net als in 1973 beperken we nu de olieproductie als Israël niet onmiddellijk stopt met bombarderen, dan was het zo afgelopen. Maar dat doen die lui nou nooit.'

De islam is niet alleen een tegenwicht in de geopolitieke verhoudingen, maar het geloof houdt ook in de eigen samenlevingen de modernisering tegen - en dat gaat onder meer ten koste van de vrijheid en ontwikkeling van vrouwen. Is dat onontkoombaar?

'Als we aan de islam denken, zien we meteen de Arabische wereld voor ons, waar het geloof ook vandaan komt. Maar voor modernisering moet je naar andere delen van de islamitische wereld kijken. En dan zie je bijvoorbeeld dat vier islamitische landen een vrouwelijk staatshoofd of regeringsleider hadden - lang voordat de Verenigde Staten een vrouw als president of vice-president zullen hebben. In Bangladesh worden beide grote partijen door een vrouw geleid, Indonesië had een vrouwelijke president, Pakistan en Turkije een vrouwelijke premier.'

Op de islam werken in de 21ste eeuw twee grote krachten in, stelt Mazrui, de globalisering en de Amerikaanse machtsuitoefening in de wereld, in het bijzonder de strijd tegen terreur. De ergste vertegenwoordigers van de politieke islam zijn extremisten, zegt hij, die hun politieke tegenstanders alleen maar willen doden. Maar er zijn ook rationele moslimactivisten, die geloven dat het internationale systeem geen middelen meer heeft om het evenwicht te bewaren, en die vinden dat de Verenigde Staten te machtig zijn geworden en dat de islam een tegenwicht moet bieden.

'In de islamitische wereld heerst sterk het gevoel dat we belegerd worden. De Amerikaanse War on Terror en het gemak waarmee de VS naar geweld grijpen speelt daarin een belangrijke rol. Maar ook de uitzichtloze situatie van de Palestijnen speelt mee, en het besef dat de Israëliërs weten dat de wereld daar toch niets aan kan doen zolang ze de onvoorwaardelijke steun van Washington hebben. Dat zijn de twee grootste oorzaken van moslimterreur - en ik zie geen enkel teken dat er iets aan wordt gedaan.

'De belangrijkste gebeurtenis van de afgelopen maanden in de strijd tegen terrorisme was volgens mij de publicatie van Jimmy Carters boek Palestine Peace not Apartheid. Dat telt veel meer dan het sturen van extra troepen naar Irak of wat voor veiligheidsmaatregelen dan ook. Dat een voormalige president van de Verenigde Staten in detail enkele van de wreedheden beschrijft die Israël tegen de Palestijnen begaat, en dat hij het Israëlische gedrag in de bezette gebieden vergelijkt met apartheid, dat is eindelijk iets positiefs.'

Juurd Eijsvoogel is redacteur van NRC Handelsblad.

Ilse Frech is fotograaf.

'De vijand is niet meer iemand met een andere huidskleur, maar iemand met een ander geloof.'

'In de islamitische wereld heerst sinds de War on Terror sterk het gevoel dat we belegerd worden.'