Voorjaar

Seizoensgebonden zijn we allemaal, maar toch blijf ik er bij dat het voorjaar begint met de Omloop Het Volk. Het is eigenlijk niet uit te leggen. Het is een gevoel, misschien wel een ingebakken pose. Leegstand van de ziel, kan ook.

Ik reed deze week over het parcours. Her en der plukjes renners, ter verkenning. Het regende en het hagelde, maar de pedaalslag bleef strak. Alsof het zomer was. De gewassen kasseien lachten me toe als plaveistenen van de dood, maar daar hadden de renners geen weet van. Ze glinsterden in hun eigen mist. Ach, kasseien: omgevallen neusdruppels.

De renners die ik sprak, konden niet wachten om de openingswedstrijd van het klassieke wielerseizoen te rijden. Ze waren gewapend tegen de elementen, tegen ongemak, tegen kou en misère. Zeiden ze gretig. ‘Want het gaat altijd om de meet, om de prijs, om het publiek.’ Het gaat nu ook om een eerste keer pieken. Dát is het moderne wielrennen: pieken. Er wordt allang niet meer gefietst van februari tot oktober, van de lente tot de winter. Er wordt nu gefietst van piek naar piek. In het peloton heet dat wetenschap.

De crisis in het wielrennen is nooit groter geweest. Floyd Landis, Operación Puerto, het getergde afscheid van Jan Ullrich, het institutionele inferno van bonden en organisatoren, noem maar op. Bange ploegleiders die de wereld beliegen waar ze bij staan. En toch, hoezo crisis? Het vrouwtje met ouderwetse permanent kwam in het restaurant een handtekening vragen aan Erik Dekker. Ze zei: ‘Wat was u mooi op de fiets.’ Ze zei ook dat ze in dit aanschijn gelukkig was. Het erotische substituut Erik Dekker: ik word er stil van.

Er is geen wereld die zo crisisonderhevig is als het wielrennen. Maar voorjaar blijft voorjaar, de Omloop blijft de Omloop, de Ronde van Vlaanderen blijft de Ronde. Emotionele inflatie is onbekend in het wielrennen. Toen Frank de Boer, Edgar Davids en Jaap Stam op een nandrolonnetje werden betrapt, was het land te klein. De sportnatie stond op kapseizen. Erica Terpstra, en aanverwanten, gingen schuilen in een Requiem.

O, Heer!

In het wielrennen zie je dit soort ethische bombarie niet terug. Vergevingsgezindheid is des pelotons. Ik heb niemand gehoord met leedvermaak voor Jan Ullrich. Unisono heette het dat Der Jan een geweldig renner was, zowaar een wat timide, schuwe mens, sowieso slachtoffer van een speculatieve rechtsstaat. Ullrich, ook in zijn afscheid met die beloken blik, was en bleef een held. Zo hoort het in een wereld die weet dat waarheidsvinding altijd een utopie zal zijn.

Terug naar de Omloop. Al een hele week lees ik in Belgische kranten hoe goed Tom Boonen is, hoe ambitieus Nick Nuyens, hoe gedreven Leif Hoste. Nee, Nederlanders doen niet mee in de Omloop. Dat Jan Koerts weer op de fiets zit, is verheugend nieuws, maar dan hebben we het over het criterium van Boxmeer, niet over de Omloop, laat staan over de Ronde van Vlaanderen. Maar, tot spijt van Geert Wilders, ook vreemdelingen rijden voor Rabobank. Juan Antonio Flecha kwam helemaal alleen uit Spanje om een trainingsrit van Rabo mee te maken in het perspectief van de Omloop. Flecha houdt van kasseien, van verregende bloemenjurken in de berm, van de luidruchtige articulatie van voorjaarsfans. Spanjaard met een dubbele nationaliteit, allicht: Ruta del Sol en Amstel Gold Race, in één persoon. Mijn god, Geert, ook nog gelukkig, zelfs in de regen van Vlaanderen.

Voetbal, schaatsen, wielrennen: de hiërarchie der sportdisciplines is de laatste jaren omgewoeld. Ik heb de indruk dat de gemiddelde Nederlander niet eens meer weet wie Thomas Dekker is. Ook dát is landverraad. Wielrenners in Nederland worden nu gerepresenteerd door epigonen van een sterfhuis. Type: Joop Atsma. Je zou op den duur nog heimwee hebben naar de pedaleske schuinsmarcheerder Dries van Agt. Wat in verbeelding overblijft, is het patershol. Zij het een ander patershol dan op het parcours van de Ronde van Vlaanderen.

De Omloop is een feestdag. Een heiligendag. Iedereen weet het, niemand zegt het. Want wielrennen is verdacht. Of het nou gaat over overspelige sponsors, over hematocrietwaarden van renners, of over de institutionele machtshonger van Hein Verbruggen, het blijft mijn wereld.

De Omloop zal altijd de Omloop zijn. Met een ander ballet, maar het blijft mijn feest, bij voorbaat. Een orgie van welbehagen. In mist en regen, uiteraard.