Vieze Man ontmoet Carmiggelt

Schertz, Zatire en Yronie door Van Kooten & De BieProgramma: Extra's:

Het zou van vandaag kunnen zijn, maar deze opname is al twintig jaar oud. Kees van Kooten en Wim de Bie als de Positivoos, in hun hardroze pakken, met buitengewoon beate grijnzen op hun gecoiffeerde hoofden en het allerwarmste timbre uit hun gevarieerde stemmenassortiment. De Positivoos waren je reinste opportunisten, altijd bereid om elke nieuwe trend te omhelzen als die maar geld opleverde. En hier, in 1986, introduceren ze een combinatie van Bijbel en Koran die een nieuw geloof voor alle gezindten oplevert: de Chrislam. Inclusief een nieuwe heiland: „Gollah is onze Heer.”

De scène staat op een dvd met de rare titel Schertz, Zatire en Yronie, die nadrukkelijk inhaakt op het komende Boekenweekthema en dan ook „over boeken, schrijvers en taal” gaat. Van een tragikomische poëzieavond in een Hilversumse boekwinkel met een dichter (Van Kooten), een freestylende saxofonist (de Bie) en slechts één bezoeker, tot en met een samenspraakje van de bangelijke gebroeders Temmes, van wie Gé bekent dat hij nooit een nieuw boek koopt – veel te griezelig om niet vooraf te weten hoe het afloopt. Tussen die twee zijn uit een kwart eeuw televisie maar liefst 28 scènes geput, die aantonen dat er naast de eerder verschenen elf dvd's in de Koot & Biebibliotheek-box nog volop uit ander materiaal kan worden geput.

Dat het allemaal van vroeger is, blijkt hooguit uit het razend-rake Brinkman-nummertje van Kees van Kooten uit 1986 (o ja, die was toen minister van Cultuur) en misschien uit het rudimentaire computerscherm op schoot van een opvallend op Jaffe Vink gelijkende Wim de Bie uit 1995. Terwijl de door Van Kooten gespeelde model-Turk die bij een nerveuze boekhandelaar een exemplaar van Rushdie's omstreden The Satanic Verses komt kopen, nu wellicht iets te mooi is om waar te zijn. Maar verder? Sommige nummers, zoals de moderne uitgever met zijn expansiedrift, zijn nu zelfs nog actueler dan toen. En veel is natuurlijk tijdloos: de Duitse leraar die een compleet Carmiggelt-verhaal uit zijn hoofd opdreunt, de intieme schrijversherinneringen van Carla van Putten, de Revianen die opscheppen dat ze zelf – zij het naamloos – in De Avonden voorkomen, en de onverbeterlijke Cor van der Laak die zich opwindt over de taalverloedering op straat. Bordjes als ‘gaarne geen fietsen te plaatsen’ zijn nu eenmaal onuitroeibaar.

De scènes zijn zonder opsmuk achter elkaar geplaatst, en ook zijn er nog twee extraatjes. Waaronder de al herhaaldelijk herhaalde, maar onverminderd geestige ontmoeting tussen de Vieze Man en de signerende Simon Carmiggelt. „Ken u ook mijn boek signaleren?” Dat zal ook tijdens de komende Boekenweek weer vaak worden gevraagd.

HENK VAN GELDER