Uitblijven van subsidie speelt film parten

Bas Blokker

Nederlandse filmproducenten maken zich ongerust over het uitblijven van een definitieve regeling voor de subsidiëring van lange speelfilms. De fiscale voordelen voor filmproductie zijn vorig jaar afgeschaft en een nieuwe regeling is aangekondigd, maar nog altijd niet ingevoerd. „Het zou mooi zijn als het nieuwe systeem op 1 juni wordt ingevoerd”, zegt Michiel de Rooij, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Speelfilmproducenten (NVS). „Maar mijn leden maken zich grote zorgen.”

De nieuwe regeling, in de wandeling suppletieregeling genoemd, is een matching fonds: een producent die 65 procent van het budget voor zijn film rond heeft, kan voortaan aankloppen bij dit nieuwe fonds en de laatste 35 procent krijgen. Zonder inhoudelijke bemoeienis van het Filmfonds, zonder opdracht tot herschrijven van het scenario, zonder suggesties voor de belangrijkste rollen. Het ministerie van OCW heeft er 13 miljoen euro voor vrijgemaakt.

Producenten zijn tevreden over het voorstel voor de suppletieregeling, zegt De Rooij. Anderhalf jaar geleden zegde de NVS nog het vertrouwen op in het Filmfonds, dat zich te gedetailleerd zou bemoeien met het werk van de producent. Het matching fonds wordt wel ondergebracht bij het Filmfonds, maar er komt een strikte scheiding tussen de gewone subsidiëring, waarbij adviseurs blijven oordelen op basis van het ingediende scenario, en het ‘suppletieloket’ waar alleen gekeken wordt naar de contracten voor het budget.

Maar zover is het dus nog niet. De nieuwe vorm van subsidiëring moet eerst worden goedgekeurd door de Europese Commissie. Volgens Toine Berbers, directeur van het Nederlands Fonds voor de Film, heeft de Commissie vragen over de regeling naar Nederland gestuurd en worden die op dit moment beantwoord. „Elke vorm van nationale regelgeving wordt tegenwoordig met argusogen bekeken in Brussel.” Berbers zegt dat wordt gewerkt aan een overgangsregeling.

Intussen ondervinden verschillende producenten hierdoor grote problemen bij het financieren en voorbereiden van hun projecten. Dick Maas, die als producent en regisseur op het punt staat te beginnen aan De Botoxmethode, heeft besloten niet meer te wachten op de laatste 35 procent van zijn budget, maar te gaan draaien met een minimaal budget. „De Botoxmethode wordt een komedie, die wil ik in de zomer kunnen draaien.”

Hanneke Niens, producente van IdtV Film, zegt dat ze al jaren veel last heeft van de onduidelijkheid rond filmfinanciering. Zij heeft voor de film Bride Flight nog wel toestemming gekregen om een commanditaire vennootschap (cv) op te richten die nog beroep kan doen op de fiscale voordelen volgens de oude regeling, maar ze krijgt die cv niet van de grond. „Geen grote financiële partij wil voor nog één enkel project zo’n ingewikkelde constructie helpen opzetten.” Niens wil ook niet wachten op de suppletieregeling. Volgens de regels in het concept dat nu in Brussel ligt, mag een producent niet met opnames beginnen voor hij zijn aanvraag bij het matching fonds indient. Niens probeert nu op een andere manier haar begroting rond te krijgen. „Maar frustrerend is het wel.”

De Rooij is bang dat de invoering van de suppletieregeling niet alleen wordt vertraagd door de Brusselse goedkeuring, maar ook door de reorganisatie van het Filmfonds die het ministerie nodig acht. De bestuursvoorzitters van het Filmfonds en Fine, een semi-overheidsinstelling die producenten tot vorig jaar hielp bij het opzetten van cv’s, zijn samen bezig zowel de suppletieregeling in Brussel goedgekeurd te krijgen, als de uitvoering ervan bij het Filmfonds mogelijk te maken.

Volgens Ryclef Rienstra, voorzitter van Fine, is het toch vooral de Europese Commissie die het tempo van de invoering bepaalt. De producenten hebben hem gevraagd een inschatting van het tijdsverloop te geven, zodat zij hun voorbereidingen daarop kunnen afstemmen. Maar zelfs daarvoor is het volgens Rienstra nog te vroeg.