Trousers

Trousers

Net als Leo Prick (W&O, 10 febr.) was ik teleurgesteld over de uitleg van Ankie Verlaan van het begrip competentiegericht onderwijs. De uitleg van prof. Dochy uit Leuven heeft mij altijd aangesproken: een competentie is het vermogen in de praktijk praktisch te handelen. Dat lijkt mij heel nuttig voor mensen die een beroepsopleiding volgen. Om in de praktijk praktisch te handelen heb je als student niet alleen inzicht en vaardigheden nodig, maar ook heel veel kennis.

Wat verwarring zaait is het feit dat competentiegericht onderwijs in en door de media vaak gelijkgesteld wordt aan onderwijs waarin heel weinig begeleiding is, waarin studenten hun doelen zelf bepalen en hun eigen onderwijs evalueren. Het artikel over het ROC in Almere (Zaterdags Bijvoegsel, 3 febr), gaat helemaal niet over competentiegericht onderwijs, het gaat over slecht onderwijs!

Natuurlijk, als je tot de competenties ook rekent het vermogen om te plannen en steeds zelf-verantwoordelijker te handelen, moet je ervoor zorgen dat in de loop van de opleiding de student het heft steeds meer in handen neemt. Daan Lockhorst geeft in zijn ingezonden brief goed aan waar het bij goed onderwijs om gaat. Ten eerste de balans tussen kader en keuze, ten tweede de actieve rol van de leraar: niet wachten totdat leerlingen bij jou komen, maar zelf initiatieven nemen. Ook met het begrip coregulatie slaat hij de spijker op zijn kop: niet alleen de leraar, ook de leerling stuurt het verloop van het gesprek. Zowel de leerling als de leraar moet zich daarin bekwamen.

docent Fontys PABO Limburg