‘Trainer moet fans tonen hoe het hoort’

Scheidsrechters liggen onder vuur. Niet alleen tv-analisten maar ook trainers leveren steeds openlijker kritiek op hun functioneren. „Niets is erger voor een arbiter dan als je zijn integriteit in twijfel trekt.”

Als actief trainer wist Jan Reker hoe het hoorde. Elke wedstrijd, al was de scheidsrechter nog zo slecht, bedankte hij de arbiter voor de leiding met een ferme handdruk. Midden op het veld. „Dan laat je aan het publiek zien hoe het hoort. En ik deed het ook als ik verloren had”, zegt de huidige voorzitter van de trainersvereniging Coaches Betaald Voetbal (CBV).

Kritiek op elkaar mogen de leden niet hebben, maar ten opzichte van scheidsrechters geldt deze regel duidelijk niet, zo erkent Reker. In het afgelopen weekeinde verklaarde Ajax-trainer Henk ten Cate na de wedstrijd tegen AZ dat zijn ploeg tegen „FC Wegereef” had gespeeld, sprak Erwin Koeman (Feyenoord) na een penalty voor ADO Den Haag cynisch van „onze vriend Luinge” en constateerde Aad de Mos (Vitesse) dat Ben Haverkort „een beetje de weg kwijt was”.

„Ik wil de trainers voorstellen om geen openlijke kritiek meer te leveren op de scheidsrechters. Het trainersvak is zonder kritiek van trainers al moeilijk genoeg, dat geldt ook voor het vak van de scheidsrechter. En iedereen beseft wel dat het een kwestie van eigen kwaliteit is dat PSV kampioen wordt en de nummer achttien degradeert”, zegt Reker. „Dat heeft niets met de arbitrage te maken.”

Fouten maken hoort volgens de oud-trainer bij voetbal – „anders zou elke wedstrijd in 0-0 eindigen”. Dat geldt ook voor fouten van scheidsrechters. „Maar de belangen zijn groot. Zelfs in de veiligste competitie van Europa, de Nederlandse eerste divisie, belandden in één week vier trainers op straat. Die clubs kunnen niet eens degraderen.”

Grote belangen én de toenemende aandacht van de media maken scheidsrechters kwetsbaar. Robert Jeurissen, scheidsrechtersbaas in België, verlangt om die reden wel eens naar vroeger toen hij zelf nog actief scheidsrechter was in het betaald voetbal. „In één competitieronde werd destijds van drie wedstrijden een samenvatting gemaakt, met elk één camera. Het moest wel heel speciaal zijn, wilde er na afloop over de scheidsrechter worden gepraat.”

Jeurissen is verantwoordelijk voor het arbitrale niveau in België. En dat is ook al om te huilen – als we de trainers en de media moeten geloven. „De Bleeckere had beter meteen een rood truitje kunnen aantrekken”, zei international Kevin Vandenbergh ooit over de vermeende partijdigheid van de arbiter die geregeld Europese topwedstrijden fluit. „Frank De Bleeckere blijft best even weg uit Gent”, oordeelde AA Gent-trainer Georges Leekens.

Jeurissen staat van de kritiek, zowel in Nederland als in België, niet te kijken. „Bij jullie gebeurt het al langer, maar in België worden sinds een jaar of twee alle wedstrijden integraal uitgezonden. Rond die programma’s, en ook op andere zenders, verschenen praatprogramma’s waarin beelden eindeloos worden herhaald. En als een wedstrijd door tien camera’s wordt gevolgd, zijn er altijd fouten van scheidsrechters te vinden.”

Volgens sportsocioloog Jan Janssens worden de misstappen zelfs een soort hype. „Bij praatprogramma’s zijn ook altijd mensen aan het woord die prikkelende dingen zeggen. Zoals Hugo Borst en Johan Derksen. Een paar jaar geleden had je nog helemaal geen programma’s waarin alleen maar over voetbal werd gepraat.” Derksen noemt scheidsrechter Jan Wegereef op de website van Voetbal International „een hansworst” die bij AZ-Ajax „een wanprestatie leverde. Dat doet-ie bijna structureel.”

Dat Nederlandse scheidsrechters zo onder vuur liggen heeft volgens Janssens, directeur van het Mulierinstituut, ook te maken met de afkeer van autoriteit. „Ik train jongetjes die al ‘waarom’ vragen als ik zeg dat ze hun shirt in hun broek moeten doen. Trainers vinden dat mondige vaak lastig, maar het paradoxale is dat zij richting de scheidsrechter weer minstens zo mondig zijn.”

De kritiek gaat soms te ver, vindt Jacques d’Ancona, die samen met oud-scheidsrechter Mario van der Ende getalenteerde scheidsrechters opleidt. „Ik zou me kunnen voorstellen dat de openbare aanklager werk zou maken van de uitlatingen van Ten Cate. Als je zegt dat je van ‘FC Wegereef’ hebt verloren, trek je iemands integriteit in twijfel. Dat is het ergste wat er is voor een scheidsrechter. Iemand verwijten dat hij een fout heeft gemaakt, kan. Maar dit niet.”

Volgens de oud-waarnemer van de UEFA is het helemaal niet duidelijk dat het doelpunt van AZ – na een actie van Demy de Zeeuw – afgekeurd had moeten worden. „Dan zie je ook dat technische hulpmiddelen niet werken. Dat leidt in dit geval alleen maar tot extra discussies. Ik ben er alleen voor om met hulp van buitenaf te kijken of de bal de doellijn is gepasseerd”, zegt d’Ancona.

In tegenstelling tot bijvoorbeeld tennis (Hawk Eye) en rugby wordt de scheidsrechter bij voetbal niet door camera’s geholpen. En van geregelde aanpassingen van de spelregels zoals bij hockey hebben de federaties FIFA en UEFA ook nooit gehoord. „Dat conservatisme heeft met de omvang van het voetbal te maken. Veranderingen gaan daardoor langzamer dan bij hockey of bij tennis: zo’n ATP-competitie is ook te overzien”, zegt Janssens.

In de commotie rond scheidsrechters speelt ook hun optreden een belangrijke rol. „Je mag je wel iets kwetsbaarder opstellen dan Wegereef deed. Je kan bijvoorbeeld zeggen: spijtig als ik het verkeerd heb gezien, maar ik ga vanavond thuis nog eens goed naar de beelden kijken”, zegt Janssens.

d’Ancona is het met hem eens. „Zeker in Nederland is het handig om na de wedstrijd minder autoritair te doen. Mensen als Jol en Luinge doen dat wellicht iets gemakkelijker. Sowieso mag er wel wat meer humor worden gebruikt.”

In België praten scheidsrechters nooit na aan de hand van beelden. En dat de scheidsrechtersbaas na afloop zegt dat een arbiter het ergens fout heeft gezien – zoals Uilenberg op de site van de KNVB soms doet – is volgens Jeurissen ondenkbaar. „Wij sluiten ons niet af van de pers, maar we gaan zeker niet praten over betwistbare fases. Als ik een positie inneem, bijvoorbeeld rond een al dan niet terechte penalty, wijkt mijn mening wellicht af van die van onze waarnemer. Dat kan ook niet.”

Volgens oud-scheidsrechter Frans Derks is de grote invloed van Zeist op de scheidsrechters negatief. „Ik vind dat de arbitrage in Nederland op een hellend vlak raakt. Door die voortdurende begeleiding kweek je geen persoonlijkheden. Je zou die jongens slechts twee keer per jaar naar het KNVB-centrum moeten laten komen. Voor een feestje.”

Derks weerspreekt dat de druk op scheidsrechters groter is dan voorheen. „Die oh-programma’s had je natuurlijk nog niet, maar ook wij kregen kritiek. Daar staat tegenover dat er toen meer humor was. Bij Ajax schopte Rinus Michels altijd voor de wedstrijd een bal keihard het scheidsrechtershok in. Ik trapte die bal dan weer terug de gang in, het liefst op zijn rug.”