Talent genoeg, maar geld ontbreekt

Servische filmers steken hun hoofd over de schutting tijdens het Internationaal Filmfestival in Belgrado. Het politieke isolement waarin het land al jaren verkeert, treft ook de cultuur. „Zij die gaan sterven groeten u.”

„Kijk om je heen. Slechts een enkeling onder jullie zal ooit daadwerkelijk een film regisseren.” Aan de woorden van zijn professor aan de filmacademie in Belgrado moet cineast Radivoje Andric nog vaak terugdenken. Hij is nu 39, en Andric heeft geluk en talent: hij groeide uit tot die ‘enkeling’. Hij verwierf aanzien in Servië met zwarte filmkomedies als Munje! en Kad porastem bicu kengur (Als ik later groot ben word ik een kangaroe). Maar ondanks de cultstatus die zijn films inmiddels hebben bereikt, is Andric somber gestemd over de cinema in zijn land. „We hebben in Belgrado nog maar drie bioscopen waar de verwarming en verlichting het doen”, klaagde hij in een recent interview.

Een halve eeuw geleden had Belgrado meer bioscopen dan nu. Door verwaarlozing sluiten de meeste hun deuren en worden omgebouwd tot gok- of markthal. Medewerkers van staatsstudio Beograd Film, die op de nominatie staat om te worden geprivatiseerd, gingen onlangs in staking omdat ze al twintig maanden hun salaris niet krijgen uitbetaald.

Een ander groot probleem, zegt Andric, is de piraterij. „Films zijn massaal op illegale dvd’s verkrijgbaar. Mensen kijken liever thuis.”

Aan de opmars van Joegoslavische filmers in de jaren tachtig kwam een einde met het uiteenvallen van de socialistische federatie. Op een paar gevestigde namen na, zoals de van oorsprong Bosnische Emir Kusturica die in 2004 met Life is a miracle nog succesvol was, kampen veel filmers in de regio met een chronisch geldgebrek.

Het treft vooral regisseurs uit Servië, en de gevolgen zijn zichtbaar in de programmering van FEST, het internationaal filmfestival in Belgrado dat nu voor de 35ste keer plaatsvindt. Nog tot en met morgen zijn er vooral films uit het buitenland te zien; regisseurs uit eigen land zijn slecht vertegenwoordigd.

„We hebben talent genoeg, maar het ontbreekt jonge regisseurs aan geld”, zegt FEST-programmeur Diana Metlic. Het festival kent geen competitie en toont overwegend films die in 2006 op internationale festivals al te zien waren, zoals Zwartboek, Volver en Il Caimano. Metlic: „Zonder visum is het voor Serviërs onmogelijk om in Europa te reizen. Nu hebben ze de kans die films hier in Belgrado te zien.”

Het politieke isolement waarin Servië al jaren verkeert, wreekt zich zo ook op het culturele vlak. „Ons land wordt door het Westen kapot gemaakt”, zegt filmproducent Batric Nenezic. In zijn kantoor in een buitenwijk van Belgrado somt hij op welk onrecht Servië wordt aangedaan. Montenegro kwijt. Kosovo lijkt verloren. En Europa houdt Servië op afstand zolang Ratko Mladic niet is uitgeleverd aan het Joegoslavië Tribunaal. Nenezic: „We leven in een gevangenis.”

Nenezic (50) vertrok eind jaren tachtig naar het buitenland en maakte fortuin als staalmagnaat, maar hij bleef betrokken bij wat er in eigen land gebeurde. Twee jaar geleden besloot hij zijn miljoenen te steken in een project van de debuterende regisseur Uros Stojanovic. „Het is een peperdure film waarmee ik de culturele elite in het Westen wil laten zien waartoe Serviërs in staat zijn”, zegt Nenezic die zelf ook dichtbundels publiceert. „Mijn boodschap: zij die gaan sterven groeten u.”

Tegen de wand van zijn productiekantoor hangen posters van zijn film Charlston & Vendetta, een liefdesverhaal met de Servische diva’s Katarina Radivojevic en Sonja Kolacaric in de hoofdrollen.

Anders dan de gemiddelde Servische film, waarin het rauwe, moderne leven in de grijze woonblokken van Nieuw-Belgrado als decor fungeert, is Charlston & Vendetta een absurde, sprookjesachtige vertelling over een stad waar slechts vrouwen wonen. Op de dag dat twee mannelijke avonturiers het stadje aandoen, breekt er onder de vrouwen een gevecht op leven en dood uit.

Met het voor Servische begrippen riante budget benaderde Nenezic alle grote namen uit de Servische filmindustrie. „De meesten zaten al jaren werkeloos thuis. Toen ik de hoogbejaarde meester Veljko Despotovic vroeg als productiedesigner kreeg hij tranen in zijn ogen. Waarom? Omdat ik hem uit de gevangenis heb bevrijd.”

De totstandkoming van Charlston & Vendetta is volgens FEST-programmeur Metlic een goed voorbeeld van hoe je „in de Servische jungle je weg moet vinden om iets gedaan te krijgen.”

Een belangrijk programmaonderdeel van FEST is dit jaar B2B: Back to Business. Metlic: „Het is bedoeld voor ontmoetingen tussen Servische filmers en internationale agenten, in de hoop dat onze films aan het buitenland worden verkocht.”

Speciale aandacht besteedt FEST aan vrouwelijke regisseurs, aan de Duitse cinema en aan films uit Aziatische landen. De belangrijkste Servische films zijn Klopka (Hinderlaag) van Srdjan Golubovic en Sutra Ujutro (Morgenvroeg) van Oleg Novkovic, die zijn film dit jaar namens Servië mag inzenden voor de Oscar voor beste buitenlandse film. Beide films schetsen de wanhoop en verveling onder jongeren in het post-Milosevic-tijdperk.

Het is een onderwerp waar regisseur Radivoje Andric geen heil meer in ziet. „Ik heb er genoeg van om enkel de negatieve aspecten van dit gekwelde land te laten zien”, zegt Andric. „Ik maak liever komedies.”

Producent Bratic Nenezic sluit zich daarbij aan. Met Charlston & Vendetta hoopt hij op een uitnodiging van het filmfestival van Cannes in mei. Maar hij houdt met het ergste rekening, nadat hij onlangs bezoek kreeg van een Duitse programmeur. Nenezic: „Ze was onder de indruk, maar zei meteen: dit krijg ik in Berlijn nooit verkocht. West-Europa wil uit onze regio films over oorlogsleed, over vluchtelingen en over het leven in de goot. Maar met een Servisch sprookje weet men zich geen raad.”

Belgrado Int. Filmfestival www.fest.org.yu/2007/e/