Straks vliegen ze weer

De verzorgers van vogelasiel De Strandloper hebben de mooiste herinneringen aan het loslaten van genezen vogels, ontdekt Kester Freriks

De kooien in vogelhospitalen als De Strandloper in Broek op Langedijk en De Toevlucht in de Amsterdamse Bijlmerweide zijn bestemd voor de vrijheid. Al klinkt dit tegenstrijdig, de gewonde of zieke vogels verblijven er met zicht op een ongebonden bestaan. „Straks vliegen ze weer”, zeggen Bart Hageraats en Lucia Heijselaar van vogelopvang De Strandloper. Ook Gerrit Zant, beheerder van het Amsterdamse vogelasiel De Toevlucht, stelt als eerste eis dat de vogels zich na verzorging zelfstandig in de natuur kunnen handhaven. „Anders zou ik een kinderboerderij voor kneuzen hebben”, vervolgt Zant, „en dat is niet de bedoeling.” Wie de opmerkelijke film Schoffies heeft gezien over Amsterdamse reigers zal Gerrit Zant herkennen. Hij speelt een rol als verzorger van een reigerjong en een gewonde reiger.

Jaarlijks komen er bij de diverse vogelopvangcentra in Nederland zo'n drieduizend gewonde of zieke vogels binnen. En we mogen de egels niet vergeten. De verzorgers van zowel De Strandloper als De Toevlucht hebben hun hart verpand aan het grootbrengen met de zuigfles van egeltjes waarvan de moeder gewond is geraakt of doodgereden.

tegen het raam gevlogen

Drieduizend per asiel per jaar is een enorm aantal. Zo'n 60 procent keert weer in de natuur. Ook een enorm aantal. De Strandloper is in het begin van de jaren zeventig uit idealisme opgericht. In meer dan dertig jaar werden er zo'n 40.000 vogels gebracht, verzorgd en – indien mogelijk – weer teruggegeven aan de natuur. Dat laatste lukt niet altijd. Hageraats en Heijselaar bewaren de mooiste herinneringen aan het loslaten van genezen vogels: „Dat is net een toneel- of filmscène. Je haalt de vogel uit de kooi, opent je handen en de vogel kiest de open ruimte.”

Het vogeleiland van Gerrit Zant in Amsterdam Zuidoost is een ideale biotoop voor tal van vogelsoorten om op kracht te komen. Zant: „Emotioneel is het zwaar werk. Per vogel moet ik een beslissing nemen, en dat een paar duizend keer per jaar. Soms staan we machteloos en biedt de vogelhemel de enige oplossing. Niet alleen brengt de Dierenambulance de vogels, ook mensen zelf. Zij voelen zich betrokken bij het dier. Ze hebben een jonge, uit het nest gevallen merel of koolmees gevonden die tegen het raam is gevlogen. Ze willen helpen, maar missen de kennis en de mogelijkheden. Een buizerd met een gebroken vleugel vereist genezing door specialisten.” Ook de beheerders van De Strandloper beschouwen vogelhospitalen als noodzakelijk in de vaak vogelvijandige, hedendaagse samenleving met fatale snelwegen en om zich heen grijpende vernieling van natuurgebieden: „Steeds meer mensen koesteren een grote liefde voor de natuur. Ze willen graag iets terugdoen. Daarom komen ze bij ons.”

braakballen analyseren

Zowel De Toevlucht als De Strandloper heeft een educatief doel. Kinderen kunnen braakballen van roofvogels analyseren op muizenbotjes en insectenvleugels. Soms zijn er bijzondere soorten te vinden, zoals de ransuil, buizerd, steenuil of ijsvogel. Vogels verongelukken veel in het verkeer en langs zee zijn er stookolieslachtoffers die schoongemaakt moeten worden. In het voorjaar komen er tientallen jonge vogels binnen die uit het nest zijn getuimeld of waarvan een van de ouders jammerlijk is gesneuveld. In financieel opzicht gaat het de Nederlandse vogelhospitalen niet voor de wind. Ze moeten bestaan van te geringe gemeentelijke subsidies, vrijwilligers en giften. Hierover kan Lucia Heijselaar zich kwaad maken: „Vogelbescherming en Natuurmonumenten krijgen vorstelijke ondersteuning, de vogelopvangcentra moeten woekeren.”

Het werk van de beheerders beperkt zich niet tot verzorging, voeding en schoonmaken. Bart Hageraats legde zijn bevindingen vast in het van grote deskundigheid getuigende boek Vogelvrij. Gerrit Zant besteedt veel tijd aan het op verantwoorde wijze inventariseren, beschrijven en rubriceren van de vogels. Zant: „Elke vogel die binnenkomt, krijgt een soort diagnose. Vindplaats, ziektebeeld, genezing. Laatst is er een ransuil in een portiek gevonden. Het dier vloog niet weg. Wat was de reden? Hij had een muis gegrepen die met lijm was bedekt als een soort val. De vleugelpennen van de uil raakten vast aan de staart. Dat spul is niet afwasbaar. Nu blijft de uil hier tot na de rui, dan krijgt hij een nieuw verenkleed en kan hij terug de vrijheid in.”

Bart Hageraats: Vogelvrij. Uitg. Redaxy, Bergen. ISBN 9081122916. €12,- www.toevlucht.nl; www.vogelopvangdestrandloper.nl