Spuit met cholesterol-verlager voorkomt verklevingen in buik

Medicijnen die het cholesterolgehalte verlagen (statines), kunnen ook verklevingen na buikoperaties verminderen. Onderzoekers uit Boston hebben dit aangetoond bij ratten (Annals of Surgery, februari).

Verklevingen zijn een soort inwendige littekens die na meer dan de helft van alle buikoperaties ontstaan. Niet iedereen krijgt daar last van, maar soms geven ze klachten zoals langdurige buikpijn. Ook ernstige complicaties zijn mogelijk: 40 procent van alle darmafsluitingen en 15 tot 20 procent van de vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen komt door verklevingen. Ook bemoeilijken verklevingen latere buikoperaties.

Verklevingen ontstaan doordat in het bij de operatie beschadigde buikvlies een ontstekingsreactie op gang komt. Hierbij komt fibrine vrij, een bloedstollingseiwit dat zorgt voor een goede wondgenezing. Maar na de wondheling moet het fibrine weer worden afgebroken. Gebeurt dat niet, dan kunnen er ongewenste bindweefselverbindingen ontstaan tussen de organen en de buikwand. Chirurgische technieken zoals laparoscopieën (operaties waarbij een camera en chirurgische instrumenten via kleine openingen in de buik worden ingebracht) lijken verklevingen te verminderen, maar dit geldt alleen voor korte en eenvoudige ingrepen. Medicijnen als ontstekingsremmers en bloedverdunners zijn geprobeerd, maar kunnen verklevingen niet in alle gevallen voorkomen. Ze kunnen bovendien leiden tot een slechtere wondgenezing en bloedstolling.

Al langer is bekend dat statines ook een ontstekingsremmende en fibrine-oplossende werking hebben. De Amerikaanse onderzoekers bekeken daarom of ze ook verklevingen konden verminderen. Ze voerden bij 102 ratten een buikoperatie uit. Er werden een aantal kleine hechtingen in de buik gelegd, die bindweefselgroei moesten uitlokken. Bij één groep werd tijdens de operatie een hoge dosis statines in de buikholte gespoten, terwijl een controlegroep deze niet kreeg. Er waren ook ratten die pas uren na de operatie statines ingespoten kregen, of die in de periode rond de operatie pillen met statines slikten. Een week na de operatie werden de rattenbuiken opnieuw geopend. De ratten die tijdens de operatie statines kregen, hadden duidelijk minder verklevingen. Volgens de onderzoekers berust dit resultaat op een verhoogde activiteit van het eiwit plasmine, dat fibrine afbreekt. De proefdieren in de statine-groep hadden niet meer bloedingen, en ook de wondgenezing was even goed als in de controlegroep. Bij de ratten die de medicijnen pas later hadden gekregen en die de statines als pil kregen toegediend waren de voordelige effecten niet zichtbaar. Femke van ’t Hof