Ruzie om de toekomst van Waterloo

Driehonderdduizend bezoekers komen jaarlijks af op het slagveld bij Waterloo. Dat moeten er meer worden. Maar hoe? Met nieuwbouw, of door alles te laten zoals het was?

In het bezoekerscentrum, in het restaurant en in het wassenbeeldenmuseum – overal op het voormalige slagveld van Waterloo klinkt het Dies Irae uit de Symphonie Fantastique van Hector Berlioz. Hoe symbolisch. Eerst wekten grootse nieuwbouwplannen de woede van amateurverenigingen. Nu zijn de initiatiefnemers woest omdat de voormalige eigenaresse van het restaurant en een souvenirwinkel heeft gezorgd dat de Belgische Raad van State de nieuwbouwvergunning voorlopig heeft ingetrokken.

Bij aankomst bij het plukje gebouwen dat nu Hameau du Lion heet, is niets van alle strijd te merken. Het eerste dat opvalt is de Butte du Lion, de 41 meter hoge conische heuvel die de Nederlanden tussen 1824 en 1826 hebben laten oprichten op de plek waar de kroonprins van Oranje in de schouder gewond is geraakt. De top, met de 28 ton zware gietijzeren Leeuw, biedt uitzicht over het golvende landschap dat op 18 juni 1815 het toneel van de Slag bij Waterloo vormde. Rechts de kasteelhoeve van Hougoumont, waar de strijd om half twaalf ’s ochtends met een aanval van de Fransen begon. Beneden, aan weerszijden van de Butte, waren de geallieerde linies van de Hertog van Wellington. Van links, richting Chapelle St Lambert, kwam Blücher met zijn Pruisen aan het einde van de middag net op tijd om Napoleon in de flank aan te vallen. Verder naar het zuiden, waar nu de weg naar Charleroi loopt, is de plek waarvandaan Napoleon rond zeven uur ’s avonds zijn laatste wanhoopsaanval met de Keizerlijke Garde deed.

Jaarlijks trekt het slagveld 300.000 bezoekers vanuit de hele wereld kijken tot Japan aan toe. Het gewest Wallonië, het Bureau van Toerisme en de betrokken gemeentes willen minstens honderdduizend bezoekers meer.

Daartoe moet de boel wel worden opgeknapt. Bij het kenmerkende ronde gebouw van het Panorama uit 1912 staat bijvoorbeeld een bordje dat waarschuwt voor vallende stenen. De witte verf bladdert aan alle kanten. Binnen liggen in een vitrine dode vliegen naast een zwaard en het portret van de kroonprins van Oranje.

Maar de plannen gaan verder dan hier en daar een likje verf en wat restaureren. In 2004 hebben de gemeenten en Wallonië het beheer en de exploitatie voor 25 jaar overgedragen aan het Franse bedrijf Culturespaces. Sindsdien is het personeel gestoken in rode uniformen. Ook zijn er speurtochten voor kinderen ontwikkeld. Verder staan op de website dezelfde gelukzalige blanke gezinnen met een jongen en een meisje als op de websites van de twaalf andere erfgoedplaatsen die het bedrijf in Frankrijk beheert, zoals het Romeinse theater in Orange.

Ingrijpender zijn de nieuwbouwplannen, die voor de tweehonderdjarige herdenking gerealiseerd moeten zijn. Het dorpje wordt autovrij, er komt een nieuwe ringweg en het bezoekerscentrum en het ernaast gelegen Café Wellington gaan tegen de grond. In hun plaats komen een ondergrondse parkeergarage, een gedenkwand voor de 60.000 gevallenen en Le Memorial, een grotendeels ondergronds bezoekerscentrum vol multimedia en virtual reality. Franco Dragone, de Belg die films voor het Cirque du Soleil heeft gemaakt en een Las Vegas-show van Céline Dion heeft ontworpen, moet er voor zorgen dat bezoekers „bij de keel worden gegrepen”. Kosten: 20 miljoen euro.

Archeoloog Neil Silberman, directeur van het Ename Expertisecentrum voor Erfgoedontsluiting, volgt de gang van zaken met zorg. „Waterloo is interessant doordat de slag in de loop der tijd op verschillende nationalistische manieren is herdacht. Die geschiedenis willen men in deze tijd van een Verenigd Europa gladstrijken. Een comité van historici van alle partijen moet zorgen voor een ‘evenwichtige’ weergave. Nu al draait een film die niet duidelijk maakt wie de slag gewonnen heeft.”

Straks gaat het alleen nog om entertainment dat bezoekers niet voor het hoofd stoot, vreest Silberman. „Zo’n ontwikkeling zie je op meer plekken in Europa, waar in archeologische en historische parken het verleden alleen als bron van inkomsten wordt gezien. Ons collectieve geheugen wordt getrivialiseerd. Dat is gevaarlijk.”