Ruimte voor Homo Zappiens

Martine Zuidweg

Wim Veen, hoogleraar educatie en technologie aan de TU Delft, schreef met onderzoeksmedewerker Ben Vrakking Homo Zappiens, growing up in a digital age. Over onderwijs aan kinderen die zijn opgegroeid met de computer.

Wie is die Homo Zappiens?

“Dat zijn de kinderen die vanaf hun vroege jeugd eigenlijk niet anders weten dan dat overal in huis, in bibliotheken en scholen internet aanwezig was. Het is ook de generatie die al op heel jonge leeftijd bij Bart Smit een dvd’tje heeft kunnen kopen met een spel waarin bijvoorbeeld het verschil wordt uitgelegd tussen een driehoek en een vierkant. En die later actief wordt op HIVES.nl, een site waarin jongeren laten zien wie ze zijn. Of op Slashdot.org, een virtuele gemeenschap van jongeren die met computerprogramma’s bezig zijn en elkaar daar vragen over stellen. Belangrijk is dat ze een actieve houding hebben in het verwerven van informatie. En ze verwerken de informatie niet in hun eentje, maar in een gemeenschap met andere internetgebruikers.”

Moeten scholen zich aanpassen aan deze Homo Zappiens?

“Jazeker. Deze kinderen hebben een aantal vaardigheden ontwikkeld die essentieel zijn voor leren. Ze kunnen heel snel informatie verwerken en communiceren over de betekenis daarvan. Ze zijn als geen andere generatie gewend dit te doen en voeren daarover ook zelf de regie. Want er is niemand die zegt: zoek informatie, communiceer! Nee, zij doen dat omdat de technische middelen hen al van jongsaf aan daartoe in staat stellen. Als je nu zulke kinderen binnenkrijgt, met die vaardigheden, en je doet er niks mee, dan laat je als school kansen liggen.”

Computerspelen als inspiratiebron voor onderwijs?

“Ik heb het niet alleen over computerspelen. Ik heb het over communiceren en omgaan met informatie. Of je dat nou in een spel doet of op het internet in een website of met je mobiele telefoon, PlayStation 2 of wat dan ook. Waar het om gaat is: jij bent degene die de informatiestromen regisseert en daarover communiceert met anderen. Die twee dingen zijn essentieel als het om leren gaat.

Een voorbeeld. Shell wilde de Brent Spar laten afzinken in zee en daar was discussie over in de media. Daarnaast vond ook een discussie plaats via MSN, wereldwijd. En dat waren allemaal kinderen. Die zochten informatie op over wat het betekent om zo’n platform te laten afzinken naar de zeebodem en welke alternatieven er zijn. Ze praatten daar wereldwijd met elkaar over en ze kwamen tot een standpuntbepaling. Dat is toch eigenlijk wat leren is?”

Hoe moet het onderwijs er volgens u uitzien?

“Het is moeilijk om te blijven zeggen: wij gaan gewoon klassikaal zeven lesuren per dag lesgeven. Want dan ontken je volkomen wat daar in die klassen zit. Neem een vak als wiskunde. Wiskunde is eigenlijk niet meer dan strategieën verzinnen om problemen op te lossen. Zelfs een eenvoudige optelsom kun je op meerdere manieren oplossen. Deze generatie kan dat heel goed: op de computer informatie zoeken over mogelijke oplossingsstrategieën en daar met elkaar over communiceren. Maar in ons starre urenrooster is je spreektijd als leerling beperkt tot hooguit een minuut.”

De Homo Zappiens is meer gebaat bij een flexibel rooster?

“Ja. Ik pleit voor individuele leerroutes in plaats van een vast curriculum en een standaardexamen. Eigenlijk is het hartstikke eenvoudig: laat kinderen vooral dat ontwikkelen waar ze goed in zijn, dan gaan ze met motivatie de samenleving in. Een kind kan misschien op vwo-niveau z’n Frans halen, op vmbo-niveau wiskunde en misschien op het einde van zijn middelbare school zelfs een vak op hbo-niveau, bijvoorbeeld commerciële economie, als-ie daar nou lol in heeft. Waarom niet? Het is wel makkelijk als we allemaal hetzelfde doen, dan weten we waar we aan toe zijn. Maar dan weten we nog niet wat iemand het beste kan.”

Is de Homo Zappiens nog wel een sociaal wezen?

“Veel ouderen mopperen dat die kinderen maar in hun eentje achter een scherm zitten. Nou, ze zijn dus niet alleen. Je moet eens kijken hoeveel MSN-contacten ze hebben. Een kind van vijftien heeft er meer dan 200 in z’n MSN zitten en daar heeft hij regelmatig contact mee. Hoezo niet sociaal? Er is geen groep die zoveel communiceert als deze generatie.”