Prehistorisch zon-observatorium van Inca’s in Peru

Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat de Inca – een volk aan de westkust van Zuid-Amerika dat omstreeks 1500 haar grootste bloei bereikte – nauwkeurig de bewegingen van de zon aan de hemel volgde. Recent onderzoek lijkt er echter op te wijzen dat zulke astronomische waarnemingen al bijna tweeduizend jaar eerder in dit gebied werden verricht (Science, 2 maart). Dat zou blijken uit een opstelling van dertien torens in Chankillo, een beroemde archeologische locatie aan de noordwestkust van het huidige Peru met talloze prehistorische constructies die 2350 tot 2000 jaar oud zijn.

Het meest bekende bouwwerk is hier een met hoge, ellipsvormige wallen versterkte tempel, maar het meest in het oog springend is de lange rij van vervallen bouwwerken op een lage heuvel die de ‘Dertien Torens’ wordt genoemd. Deze torens waren oorspronkelijk 2 tot 6 meter hoog, ruwweg rechthoekig en stonden met tussenruimten van 4,7 tot 5,1 meter van elkaar. Elk had van binnen een trap die naar hun vlakke top voerde. De torens vormen een 200 meter lange lijn die vrijwel pal noord-zuid loopt en aan het zuidelijke uiteinde iets naar het westen ombuigt.

Volgens de Peruaanse archeoloog Ivan Ghezzi en zijn Britse collega Clive Ruggles zouden deze torens gebruikt zijn voor het vastleggen van punten op de horizon waar de zon in de loop van het jaar opkomt en ondergaat. De opkomst zou zijn waargenomen vanuit een bouwwerk in het westen waarin overblijfselen van rituele activiteiten zijn gevonden en de ondergang vanuit een geïsoleerd liggend gebouwtje in het oosten. Beide punten liggen op dezelfde hoogte in het landschap en op ruwweg dezelfde afstand (200 meter) van de torens, op een lijn die de torenrij vrijwel precies in oost-westrichting kruist.

Het overtuigendste bewijs hiervoor zou zijn dat de hoek waaronder de torenrij vanaf deze twee waarnemingsplaatsen wordt gezien. Die hoek komt bijna precies overeen met de hoek tussen de uiterste punten van zonsopkomst en zonsondergang tijdens respectievelijk de zomer- en de winterzonnewende (dus 21 of 22 juni en 22 of 23 december). De betekenis van het aantal torens en de grootte van hun tussenruimten is onbekend. Als deze interpretatie juist is, zou nu het oudste zonne-observatorium in Amerika zijn gevonden.

George Beekman