Politiek beleid bouwen op goede naam is heilloos

Loyaliteit houdt niet slechts in dat men vriendelijk is voor een land en zijn cultuur respecteert, maar dat men zich houdt aan zijn wetten en die als absolute gedragsnorm erkent. Zo gedefinieerd wordt meteen duidelijk dat dubbele loyaliteit strikt genomen een politieke onmogelijkheid is. Zeker waar de betreffende wetstelsels strijdige elementen bevatten, zal burgerschap van twee staten iemands identiteit ten diepste kunnen splijten.

Als de multiculturele `multi-nationalist` dan wordt belast met een zware overheidstaak, heeft dit ten gevolge dat ons vaderlandse algemeen belang in de gevarenzone komt. Niemand is immers een vijand van zijn eigen belang; ook al is hij lid van een nog zo idealistische of socialistische partij, het hemd is nader dan de rok volgens een oude wijsheid die door de eerste man van die partij nadrukkelijk werd onderschreven.

Het is daarom verbazingwekkend, zo niet schokkend om in het hoofdartikel van 26 februari te lezen, dat wij er gerust op kunnen zijn dat Aboutaleb en Albayrak ons geen kwaad zullen berokkenen. ”Het gaat om vertrouwen, tot het tegendeel is bewezen.” Sinds wanneer is blind vertrouwen in een functionaris een gezonde basis voor goede verwachtingen omtrent zijn uitoefening van een politiek ambt? Moeten wij ons politieke systeem op voorhand niet liever zo organiseren en beveiligen dat dienstbaarheid aan een andere dan de Nederlandse zaak wettelijk wordt uitgesloten? Het nieuwe kabinet blijkt op vele terreinen te willen steunen op de goede wil en de goede bedoelingen van de mensen. Het lijkt beter om uit te gaan van de menselijke natuur zoals die in werkelijkheid is: baatzuchtig, en alleen dan altruïstisch waar het niet anders kan en het eigen voordeel oplevert. Daarom is het heilloos om politiek beleid te willen bouwen op een goede naam.