Pief paf poef klaar

Een jonge, geadopteerde vrouw schrijft over haar ervaringen met Nederlandse mannen.

Mijn twee zussen, mama en mijn broer, ze waren allemaal verliefd op Mister Darcy uit Pride and Prejudice.

Voor ik op kamers ging zei mama tegen me: „Er zijn twee soorten mannen: trouwmateriaal en al het andere. Met al het andere mag je wel flirten, maar je moet er nooit serieus verliefd op worden. En trouwmateriaal, dat is een beetje een saaie man, een sul, maar lief en goeiig. Zoals Mister Darcy.” Mama was doodsbenauwd dat ik nooit aan de man zou komen, omdat de buurkinderen me regelmatig voor poepchinees uitscholden.

Toen ik naar de middelbare school ging zeiden mijn ouders tegen me: „Als je oma geen oma wilt noemen, hebben we daar alle begrip voor.” Ik antwoordde: „Als ik jullie papa en mama noem, kan ik oma ook oma noemen. Kunnen jullie ophouden de hele tijd rekening met me te houden?”

Op mijn vijftiende verjaardag verklaarde mama: „Je zussen hadden op deze leeftijd al vriendjes. Als je eens een jongen mee naar huis wil nemen, moet je dat gewoon doen.” Mama dacht kennelijk dat ze op haar negentigste nog met een Koreaantje in de huiskamer zou zitten. Ik heb een inburgeringcursus achter de rug waar je u tegen kunt zeggen, maar één ding heb ik verdomd: ik heb nooit vriendjes mee naar huis genomen.

Als er twee soorten mannen zijn, trouwmateriaal en al het andere, dan heb ik me geconcentreerd op al het andere.

Er is niets mysterieus aan seks. Niet meer in ieder geval. Het is overal verkrijgbaar, zelfs al heb je een net iets te dikke reet en net iets te kleine borsten en word je door de buurkinderen van je ouders voor poepchinees uitgescholden.

Iedere man is te versieren, ja allemaal. Homoseksueel, gereformeerd, getrouwd. En onder versieren versta ik hier: het bed inlokken. Verliefd laten worden is andere koek. De grote vraag is: als hij eenmaal in dat bed beland is, hoe houd je hem daar? Nou, daar heb ik zo mijn theorieën over.

Net op kamers ging ik met een paar meiden op wintersport. Mijn ouders moesten daar niets van hebben. Mama was bang haar been te breken en papa hield niet van de kou. Op de skipiste zei een van die meiden: „Heeft de jouwe al ge-sms’t? Nou, de mijne nog niet.”

Nee, dacht ik. Dit is erger dan Korea.

Ik zie het zo. Eerst heeft het leven met mij geëxperimenteerd. Mijn echte ouders leverden me af in een kindertehuis. Toen haalden mijn ouders me op en brachten me naar een dorp in het westen van Noord-Brabant. Dat noem ik experimenteren. Daarna ben ik zelf gaan experimenteren. Eerst met drugs. Maar niets ruigs. Geen heroïne. En daarna met mannen. Daarmee experimenteer ik nu nog.

Mijn eerste echte vriendje studeerde milieukunde en hij drumde. Dat tweede iets meer dan het eerste. Na acht maanden vond ik dat ik maar eens eerlijk moest zijn en ik zei: „Weet je, het is bij jou altijd pief paf poef klaar.”

„Hoe bedoel je?” vroeg hij. „Pief paf poef?”

„Nou, zoals ik het zeg. Je kunt er ook iets meer variatie in aanbrengen. Pief paf poef klaar is op den duur een beetje langdradig.”

Toen is hij verdwenen.

Mannen zijn heel gevoelig. Vooral over wat ze in bed uitspoken.

Kyung-Soon van Gelder