Om wetenschap te duiden

Als je zo`n dertig jaar technisch wetenschappelijk R&D hebt uitgevoerd op het gebied van de productietechnologie van de metalen. Als je vervolgens zo`n vijftien jaar als zelfstandig consultant en publicist, specifiek voor het MKB, intermediair bent geweest tussen het betreffende onderzoeksveld en de gebruikers dan bekijk je de wetenschappelijke publicaties in de dagbladen op basis van die langjarige ervaring. Het artikel Om wetenschap te duiden (W&O, 24 februari) zegt dat het katern zich heeft ontwikkeld vanuit het bolwerk van de alfa`s richting de bèta`s, de natuurwetenschappen. Met daartussenin de gamma`s. We moeten helaas constateren dat daarbij de technische wetenschappen het loodje hebben gelegd. We worden omringd door producten uit die sector en het huidige hoge welvaartsniveau hebben we mede daaraan te danken. Bovendien benadrukt de overheid dat we het van de kenniseconomie moeten hebben, maar de krant schenkt hier nauwelijks aandacht aan. Het is alsof we geen universiteiten hebben die zich richten op de technische wetenschappen en aan de lopende band zorgen voor interessante ontwikkelingen. Grosso modo richten de artikelen zich op `de mens`, de `bijtjes en bloemetjes` en de `deeltjes` al of niet in het heelal. De krant moet het hiernaast kennelijk hebben van leuke korte wetenswaardigheden, die verondersteld worden de lezer te plezieren. Als je op dinsdag en donderdag argeloos tal van die berichten bij elkaar ziet staan en je kijkt naar de kop van de pagina, dan blijkt dat `wetenschap` te zijn. Het gaat helaas niet verder dan infotainment. Pogingen om de krant te informeren over technisch wetenschappelijke ontwikkelingen hebben hoogstens geleid tot beleefde maar duidelijke desinteresse. Dit soort berichten, hoewel schaars, zijn soms wel in het katern Economie te lezen. De oorzaak van de desinteresse ligt vermoedelijk mede in de achtergrond van de diverse redacteuren. Daar is geen ingenieur bij.