‘Nieuwe kabinet zet premie op niet-werken’

Eerder stoppen met werken en thuisblijven van vrouwen worden beloond. Het nieuwe kabinet sluit de ogen voor de tekorten op de arbeidsmarkt, zeggen drie economen.

Een kabinet dat in een tijd van grote personeelstekorten een premie zet op niet-werken. Dát gaat er bij arbeidsmarkteconomen niet in. „Verlof sparen met het idee dat je op je 35ste er lekker tussenuit kan en dat jaar dan weer op je 64ste inhaalt. Dat is toch onzin?” zegt de Amsterdamse hoogleraar Paul de Beer. Hij doelt op de voorgestelde uitbreiding van de levensloopregeling. Collega hoogleraar Jules Theeuwes voegt er aan toe: „Die levensloopregeling gaan mensen natuurlijk gebruiken om vervroegd uit te treden.”

Het tekort aan personeel is in Nederland sinds 1970 niet zo groot geweest. Omdat de economische opleving doorzet, zal het personeelstekort waarschijnlijk nog dit jaar het 37 jaar oude record evenaren. De stijgende vraag naar personeel valt samen met een grote uitstroom van ouderen.

De economen stellen voorop dat een personeelstekort op zich geen ramp is. Zij zien het als ieders vrije keus om wel of niet, meer of minder te werken. Laat de markt maar werken, zeggen ze luchthartig. Jan van Ours, hoogleraar in Tilburg, zegt: „Beter een tekort aan personeel dan een overschot. Dat betekent leukere banen.” Ook voor lager opgeleiden, zegt collega Theeuwes. „Goudse kaas, die blijven we maken, Nederland heeft niet alleen maar hoog opgeleide mensen nodig.”

Een tekort betekent heel eenvoudig dat de lonen wat omhooggaan. Bij een hoger loon willen meer mensen werken en neemt de vraag van werkgevers af. Zo komt er een nieuw evenwicht. Het aantal beschikbare werknemers bepaalt daarbij de hoeveelheid werk in een land, niet andersom. „De arbeidsmarkt is zo groot als het aantal mensen dat werkt”, zegt Theeuwes. „Al zouden we krimpen tot de omvang van Denemarken, wat dan nog? De economie van Denemarken draait toch prima?” Een beroepsbevolking die niet of nauwelijks groeit is daarom geen probleem op zichzelf.

Wel heel relevant is het deel van de Nederlandse bevolking dat werkt: de werkenden dragen de kosten van de verzorgingsstaat. Hier heeft de overheid grote invloed op. Zo heeft het vorige kabinet door het afschaffen van de vervroegde uittreding (vut) miljoenen arbeidsuren aan de economie toegevoegd. En door de verplichte herkeuring van WAO’ers zoeken vele duizenden extra mensen werk.

De vraag is nu wat het kabinet-Balkenende IV gaat doen. Komt het kabinet met maatregelen om de arbeidsdeelname te verhogen?

In de regeringsverklaring van donderdag stelt premier Balkenende het aanpakken van tekorten op de arbeidsmarkt als een van de belangrijkste doelen van dit nieuwe kabinet te zien. Natuurlijk wel samen met werknemers en werkgevers. Voor de zomer komt er een ‘participatietop’ waarin kabinet, werkgevers en werknemers daarover afspraken maken.

In het regeerakkoord is van deze ambitie weinig terug te vinden, aldus de economen. Vrouwen blijven beloond worden om thuis te blijven, het wordt aantrekkelijker om eerder te stoppen met werken en honderdduizenden WAO’ers worden definitief afgeschreven. Het nieuwe regeerakkoord duwt de arbeidsmarkt precies de verkeerde kant op, daar zijn de economen het over eens.

Ze denken dat er nog grote groepen te mobiliseren zijn. Ouderen bijvoorbeeld, en vooral vrouwen.

Voor de andere grote groep beschikbare werknemers, uitkeringsgerechtigden, ligt het wat ingewikkelder. Zij hebben slechte jaren achter de rug, zegt De Beer. „Tijdens Balkenende III was het voor het eerst dat én het aantal uitkeringen én het aantal banen daalde. De sociale bescherming ging omlaag, zonder dat meer mensen aan de slag kwamen. Mensen moesten terugvallen op bijvoorbeeld het inkomen van de partner.” De grote vraag is nu of de strengere uitkeringseisen van het vorige kabinet zullen leiden tot een groter aantal werkende uitkeringsgerechtigden en ouderen. Dat moeten de economen nog zien.