Naar het Lagerhuis

Oké, jullie zijn vóór, zegt Rik. Maar denk eens aan Mandela. Of aan Einstein. Als hun moeders hadden besloten dat ze liever abortus wilden, wat dan? Misschien worden er heel bijzondere mensen niet geboren nu.

Het is vrijdag. Terwijl de inspectie ijverig op voortijdige vakantiegangers jaagt, offert een flink aantal scholieren hun eerste vakantiedag op om mee te kunnen doen aan ‘Op weg naar het Lagerhuis’. Telkens tien leerlingen van verschillende scholen debatteren met elkaar. De rollen staan vooraf vast.

In de garderobe van het Provinciehuis repeteren we de stellingen. Het Einsteinargument zet aan het het denken. Een voorstander bekent voor het eerst een argument te hebben gehoord dat tegen abortus zou kunnen pleiten. Mevrouw de Rijk, lerares Nederlands, grijpt in. Er is geen tijd meer voor echte discussie nu. Ze leest de volgende stelling voor: Als de meerderheid dat wil moet de sharia worden ingevoerd in Nederland. De voorstanders knikken. Wat is sharia? vraagt een tegenstander terwijl ze in een broodje gezond hapt. Er ontstaat een stilte. Ja, en een ecoduct, wat is dat eigenlijk? vraagt een ander. Mevrouw de Rijk schudt haar hoofd. Veertien, vijftien jaar zijn ze.

Even later zitten de scholen aan een debattafel in zaaltje B. Aan het hoofd twee politici en een oud-winnaar, zijnde de jury. Ronde 1: de cjp-pas voor scholieren is weggegooid geld. Klopt! vinden onze tegenstanders. Jongeren houden niet van cultuur dus laat ze lekker zelf naar de film gaan. En trouwens, voor andere theaterbezoekers is het ook niet fijn om samen met zo’n kudde klierende scholieren een voorstelling te bezoeken. Onze leerlingen zijn al verslagen. Dat zij wel van cultuur houden wordt door een rake oneliner van een kleine Ma Flodder belachelijk gemaakt. Maar de onzen leren snel. Effect gaat voor inhoud. Dus in ronde 2 beweren ze dat herten en padden zelf maar moeten snappen dat Nederland vol is, dus ja, ecoducten zijn onzin en in Polen is nog plek zat. 1:1

Ronde 3: Hun Bas tegen onze Roos. Martelen van terroristen is fout/goed. Bas schiet tien keer dezelfde humane bal op het doel, Roos houdt beleefd en virtuoos de wrede nul. Maar wie verdedigt, verliest volgens de jury. Jammer.

Wel lacht een jurylid nog even dat hij blij was dat de hedendaagse scholieren zo goed Nederlands spraken. Hij had niemand hun hebben of hullie gaan horen zeggen.

De deelnemers zwijgen eensgezind. De jury heeft altijd gelijk, ook als zij ongelijk heeft.