Met 539 wordt het geen vwo

In Utrecht is de Cito-score bepalend voor toelating op de middelbare school. In Nijmegen niet. De Inspectie pleit voor een vaste procedure op elke school.

Rotterdam, 3 maart. - Een Utrechtse basisscholier met een score van 539 op de Eindtoets Basisonderwijs – beter bekend als Citotoets – heeft pech. De middelbare scholen in Utrecht hebben met elkaar afgesproken dat leerlingen pas met met een score van 540 naar het vwo mogen. Met 539 kan een basisschoolleerling niet naar een school die uitsluitend vwo aanbiedt.

„Ik moet met heel goede argumenten komen als ik een leerling met 539 in een vwo-brugklas zou willen krijgen”, zegt onderwijzer Anthony Geraedts van de Parkschool, een basisschool in de Utrechtse wijk Lombok. Een enkele keer lukt het Geraedts toch, maar vaker houdt de middelbare school voet bij stuk.

De toets zelf pretendeert geen absolute grensscores tussen schooltypes weer te geven, zegt Gerrit Staphorsius, directeur Primair en Voortgezet Onderwijs van Cito. „Als middelbare scholen stringente grenzen aanhouden en het verhaal van de leerkracht negeren, dan gebruiken ze de Citotoets onjuist.”

Volgende week krijgen naar schatting 157.000 basisschoolleerlingen de uitslag van de Citotoets. Voor de ene leerling, bijvoorbeeld in Utrecht, is dat moment zeer spannend, doordat de keuze voor een middelbare school ervan afhangt. Op andere plaatsen in Nederland doet de Citotoets niet of nauwelijks ter zake.

„De Cito-score is niet heilig en zegt niet alles”, zegt sectordirecteur onderbouw Robert van Galen van de Nijmeegse Scholengemeenschap Groenewoud (NSG), een middelbare school voor vwo, havo en de theoretische leerweg van het vmbo. De aanmeldingstermijn voor brugklassers van de NSG verliep gisteren, een week voor de uitslag van de Citotoets.

De meeste Nijmeegse basisscholen baseren hun schooladviezen op het oordeel van de onderwijzer in groep 8, gecombineerd met de uitslag van de zogeheten entreetoets van Cito. Dat is een toets die aan het eind van groep 7 wordt afgenomen. Een eerste ‘preadvies’ krijgen Nijmeegse leerlingen in oktober van groep 8. Het ‘definitieve’ advies volgt in januari.

De uitslag van de eindtoets is in Nijmegen alleen relevant als deze niet correspondeert met de eerder verstrekte adviezen. Als dat gebeurt, zegt Van Galen, gaat de middelbare school met de desbetreffende basisschool en de ouders van de leerling praten om het verschil te achterhalen. „Maar meestal matcht het.”

Ook de Utrechtse Parkschool neemt aan het eind van groep 7 de „forse” entreetoets af – het invullen ervan kost zes ochtenden, vertelt onderwijzer Geraedts. Leerlingen uit zijn groep krijgen net als in Nijmegen een preadvies, zij het dat dit in Utrecht slechts ter oriëntatie is. Geraedts: „Op deze manier kunnen ouders vast op zoek gaan naar een geschikte middelbare school.” Pas als de Cito-score bekend is, weten Utrechtse kinderen precies waar ze aan toe zijn.

Volgens sectordirecteur Van Galen van de NSG zou dat voor zijn school geen werkbare situatie zijn. De Nijmeegse middelbare scholen organiseren ‘januarimarkten’ en open dagen in februari. Een advies dat alleen op de Cito-uitslag zou zijn gebaseerd, zegt Van Galen, zou wel erg laat komen. „Een bijkomend voordeel is dat in Nijmegen de druk niet zo op de Citotoets ligt.”

Er is nog geen landelijk onderzoek naar plaatselijke verschillen in de manier waarop basisscholen tot een schooladvies voor het geschikte type middelbare school komen. Wel onderzocht de Inspectie van het Onderwijs vorig jaar de situatie in Maastricht. Daaruit bleek dat de helft van de onderzochte Maastrichtse basisscholen het definitieve advies vóór de Cito-uitslag geeft en de andere helft erna.

Dat is onwenselijk, concludeerde de Inspectie, die adviseerde dat elke school de procedure vastlegt om tot een advies te komen. „De procedure dient tijdig te starten met een eerste voorlopig advies eind groep 7, een tweede voorlopig advies in november groep 8 en een definitief advies in maart groep 8.”

Bovendien constateerde de Inspectie dat het grijze gebied tussen basisschooladvies en Citotoetsscore tot klagende ouders leidt, als de Citotoetsscore van hun kind hoger uitvalt dan het schooladvies. Acht op de tien basisscholen in Maastricht ervaren soms „druk van de ouders” om een hoger advies te geven. „Het gaat dan meestal om het opwaarderen van een vmbo- tot een havo-advies.”

Ook onterecht hoge adviezen van basisscholen doen wel eens „heftige taferelen” met ouders ontstaan, aldus de Inspectie, doordat middelbare scholen het advies dan niet altijd accepteren.

Een woordvoerder van het ministerie van Onderwijs benadrukt dat basisscholen volstrekt autonoom zijn in de manier waarop ze tot een schooladvies komen. Middelbare scholen mogen op hun beurt zelf weten op welke gronden ze kinderen tot een bepaald schooltype toelaten. Het grijze gebied blijft dus bestaan.