La Madonna della Neve

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in Italië, in Campania

Ja, dit is Zuid-Italië en nee, voor lieflijk moet je hier niet zijn. Vermoeide, okergestuukte dorpen liggen uitgesmeerd over de vallei. Het groen is moe en de berghellingen zijn stuurs. Het regent een beetje en dat betekent dat het vuil, dat ontsnapt is uit de in de bochten van de weg gestorte plastic zakken, extra geurt. De grote stukken, dat wil zeggen de koelkasten, de leunstoelen, een Fiat 500 en nog zo wat, zijn over de muurtjes de diepte in gekieperd. Snap ik. Is leuk om ze naar beneden te zien donderen. Er ligt ook een vrachtje in plastic verpakte infuusslangetjes en -naalden in de struiken. Snap ik niet. „Misschien is er iemand dood gegaan en lagen ze in de weg”, zegt man vaagjes.

Lieflijk is het dus niet, maar geinig is het hier wel. Ik zie een hond balanceren op de rollende stammen achterin een laadbak; ik lees een gemeenteverordening die bepaalt dat er uitsluitend op maandag, woensdag en vrijdag, in het wild geoogst mag worden, en wel in de volgende hoeveelheden: frambozen, cantharellen en truffels: 1 pond per persoon; oregano: 1 kilo, etc. Ik vergaap me aan de regenwolken die als geveerde Venetiaanse carnavalsmaskers de bergtoppen voorzien van een geheime identiteit. Ik ruik smeulende vuurtjes. En ik hou van de gedenkplaat voor ‘de slachtoffers van alle oorlogen’ – of ben ik de enige die dat een ongemeen gul idee vindt?

Wandelen is niet de norm in deze streek. Elke van de drie auto’s die ons passeren op de smalle haarspeldroute stopt langszij. Verbaasde vriendelijkheid. Willen jullie een lift? Echt niet?

Nee, laat ons maar lekker lopen, omhoog langs dit slingerpad tussen de terrasgewijs groeiende hazelnootbomen die soms vendelzwaaien met een plastic zak dan weer met een roze of donkerblauw vod.

Na veel meer lussen dan er op de stafkaart staan, bereiken we de kerk die ‘della neve’ heet, net als de kathedraal in Rome waarvan de door Hogerhand gewenste omtrek ondanks een zomerse hitte ’s nachts werd aangeduid met lijnen van sneeuw, de ‘neve’.

Een breed bloeiende mimosaboom parfumeert het heiligdom. De hof is een wildernis, de gevel is kaal met barsten, de deur hangt scheef. Binnen zwerven bestofte scherven tussen de wrakke kerkbanken en beweren rouwplaten uit de jaren 1850 de herinnering aan vergeten doden te bewaren voor de eeuwigheid.

Maar het kleine marmeren altaar is puntgaaf en het madonnabeeld erboven wenkt ons achter glimmend ongebroken glas.

Een wonder.

14 km. Rondwandeling vanuit het klooster San Giacomo.