Klederdracht in ere hersteld

Viktor & Rolf keren met een nieuwe collectie terug naar hun Nederlandse roots, zien Jetty Ferwerda (tekst) en Peter Stigter (foto's)

Hoe persoonlijk kan een modeshow zijn? Weg van alle opgeklopte merkenmanie en commercieel gelikte boodschappen. In een wereld waarin het logo koning is en geld moet rollen is zo’n show vaak verre van persoonlijk, het is één grote commercial. Maar er zijn ontwerpers die daar vanaf wijken, zo bleek afgelopen week in Parijs, waar ontwerpers hun najaarscollecties 2007-2008 presenteerden.

Neem Viktor & Rolf. Na een jaar met de nodige commerciële activiteiten (een herenparfum, een collectie voor H&M en het Italiaanse Allegri) trokken ze zich terug op hun eilandje en ontwikkelden een sterke collectie vol subtiele verwijzingen naar hun Nederlandse roots. Dat het motief van het boerenbontservies, de Volendammer-vissersbroek, de bolle boerinnenrokjes en het Zaanse stikwerk zo modern en actueel zijn, is alleen mogelijk dankzij de twist van Viktor & Rolf. Zonder overigens de klederdrachten belachelijk te maken. En zelfs ons nationale icoon, de klomp, is bij deze in ere hersteld. Maar wel met elegante hak en V&R-zegel, in botergeel, Hindelooper stipwerk en in Delftsblauw.

Het persoonlijke zat ’m in de presentatie: elke mannequin droeg haar eigen licht- en geluidsinstallatie, waardoor ze letterlijk in haar eigen wereld liep. Viktor & Rolfs ode aan de sterke vrouw met haar eigen, unieke persoonlijkheid was duidelijk en ook hun behoefte aan een speciale focus op elke creatie. Toch ging iets van de speciale intimiteit verloren doordat de aanwezigen waren afgeleid door de moeizame tocht van de modellen over de catwalk. Een loodzware installatie meetorsen én elegant op klompen lopen viel niet mee.

De Belg Dries van Noten heeft zo zijn eigen gedachten over intimiteit en een persoonlijke show. Hij pakt het altijd groots aan, maar weet door subtiele elementen – frites met een biertje, warme soep en een deken tegen de kou – het publiek toch het gevoel te geven bij hem op visite te zijn. Dit keer was iedereen getuige van wat zowel achter als voor de schermen gebeurde. Een zwart, fijnmazig gordijn schermde backstage af, maar gaf net genoeg zicht op de kledingrekken, de kleedsters en de modellen die met militaire precisie werden uit- en aangekleed. Geruststellend geroezemoes, wolkjes haarspray die oplichtten, een visagist met een poederdons, flitslichten als kleine onweersbodes en een voelbare spanning. Met als ultieme ontlading de show, waarin oosterse invloeden fluisterend mixten met street- en sportswear. Het haar zat als een tulband om het hoofd gewikkeld, het silhouet was ruimvallend en lichtbollend maar ook aansluitend, gelaagd en sober van toon. En net als elders in de collecties voerden zwart, beige en bruinen de boventoon met hier een daar een toef glitter.