In dertig gemeenten weigering om homo’s te huwen

In een op de zes gemeenten weigeren sommige trouwambtenaren een homopaar te huwen. In twee gemeenten zijn ‘weigerambtenaren’ op non-actief gezet. Het CDA roept minister Ter Horst (PvdA) van Binnenlandse Zaken op om duidelijkheid te verschaffen. Van de regering mogen trouwambtenaren sinds kort weigeren homoseksuele paren in de echt te verbinden.

Uit een onderzoek van homobelangenorganisatie COC blijkt dat in dertig gemeenten een of meer weigerambtenaren in dienst zijn. Dit zijn vooral kleine plaatsen in de ‘Biblebelt’, alsmede Leeuwarden. Bunschoten voert met vijf weigerambtenaren de lijst aan, gevolgd door Staphorst (vier), Tholen (drie) en Rijssen-Holten (drie).

Het COC schreef 443 gemeenten aan. Tweehonderd daarvan reageerden. Ruim drie procent van de trouwambtenaren weigert homo’s te huwen: 46 van de 1.381 in de gemeenten die hebben gereageerd.

Vier gemeenten namen na de invoering van het homohuwelijk in april 2001 nog weigerambtenaren aan. Dit gebeurde in Noord-Beveland, Reeuwijk, Staphorst en Rijssen-Holten. Een ruime meerderheid van de respondenten zegt alleen dienstbetrekkingen aan te gaan met ambtenaren die geen gewetensbezwaren hebben.

Sommige gemeenten stelden deze week weigerambtenaren op non-actief. Het CDA wil dat minister Ter Horst met de gemeenten om tafel gaat zitten om duidelijk te maken hoe ze moeten omgaan met ambtenaren van de burgerlijke stand die geen homohuwelijk voltrekken.

Frank van Dalen, voorzitter van het COC, pleit voor een „sterfhuisconstructie”. Hij vindt dat gemeenten geen bezwaarden meer moeten aannemen. „Homoseksuelen moeten kunnen trouwen waar ze willen.”

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten vindt dat de gemeenten zelf de problemen met weigerambtenaren moeten oplossen. Ze moeten ervoor zorgen dat er genoeg ambtenaren zijn die homo’s huwen, zegt woordvoerder Arjen Konijnenberg. „Je kunt gewetensbezwaarden niet dwingen. Je wil toch ook niet gehuwd worden door een ambtenaar die daar geen zin in heeft.”